Lid 1
De ambtenaar die ingevolge het bepaalde in artikel 3:3:1:3 in aanmerking komt voor een toelage voor ploegendienst als bedoeld in artikel 3:3:1:2 en die, wegens opheffing zijner betrekking of wegens verandering in de inrichting hetzij van het dienstonderdeel, waarbij hij werkzaam is, hetzij van twee of meer dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten, in een niet ploegendienst wordt geplaatst, komt in aanmerking voor een garantietoeslag zoals in de volgende leden is bepaald.
Lid 2
De garantietoeslag, bedoeld in lid 1 bedraagt voor:
- - werknemers die gedurende 25 jaar of langer ploegendienst hebben verricht, gedurende de verdere diensttijd 100% van de laatstelijk genoten ploegentoelage;
- - werknemers die gedurende 20 tot 25 jaar ploegendienst hebben verricht, gedurende de verdere diensttijd 75% van de laatstelijk genoten ploegentoelage;
- - werknemers die gedurende 15 tot 20 jaar ploegendienst hebben verricht, gedurende de verdere diensttijd 50% van de laatstelijk genoten ploegentoelage;
- - werknemers die gedurende minder dan 15 jaar ploegendienst hebben verricht, gedurende evenveel maanden als zij jaren in ploegendienst hebben gewerkt, 50% van de laatstelijk genoten ploegentoelage, tot een termijn van maximaal 1 jaar.
Lid 3
Bij de berekening van het aantal maanden, bedoeld in het vorige lid onder letter d, wordt een gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend.
Ambtenaren die de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt kunnen niet verplicht worden tot het verrichten van nachtdiensten met inachtneming van de volgende randvoorwaarden:
- - Onder nachtdienst wordt verstaan een dienst waarvan de uren vallen tussen 22.00 uur en 6.00 uur, met uitzondering van de diensten, die volgens de werktijdregeling maximaal 2 uur eindigen na 22.00 uur. Uitsluitend in verband met gewichtige redenen van dienstbelang bestaat de mogelijkheid om van deze bepaling af te wijken. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan vervanging bij ziekte.
- - Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage in verband met onregelmatige dienst een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende toelage toegekend onder de voorwaarde dat de blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen, en de toelage ten minste twee jaren voorafgaande aan de beëindiging is genoten.
- - De toelage onregelmatige dienst wordt afgebouwd in drie jaar, waarbij in het eerste jaar 75% van het oorspronkelijke bedrag wordt toegekend, in het tweede jaar 50% en in het derde jaar 25%.
- - Belanghebbenden die voorafgaand aan het vervallen van de toelage, deze gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking hebben genoten, behouden de toelage blijvend.
- - De compensatie wordt als volgt vastgesteld. Ten eerste wordt het bedrag bepaald dat een belanghebbende het afgelopen jaar gemiddeld heeft gekregen voor het werken in onregelmatige dienst, inclusief de nachtdienst. Daarvan wordt afgetrokken het bedrag dat ontvangen wordt voor onregelmatige dienst zonder nachtdienst. Het verschil is de berekeningsbasis voor de toelage. Daarop wordt het percentage van 75, 50 of 25 toegepast. Voor personen die de toelage langer dan 10 jaar hebben genoten, is de compensatie gelijk aan de berekeningsbasis. Wanneer een belanghebbende toch nog incidenteel nachtdienst verricht, wordt de vergoeding daarvoor verrekend met de compensatie die hij ontvangt.