Lid 1
Op grond van leeftijd wordt de jaarlijkse vakantieduur, bedoeld in artikel 6:1 respectievelijk 6:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling, als volgt vastgesteld:
- - Voor degenen die voor 1-1-1997 ambtenaar waren:
Leeftijd
Diensttijd
Aantal uren
18 jaar
25x7,2 = 180
19 jaar
24x7,2 = 172,8
20 jaar
23x7,2 = 165,6
21 jaar
22x7,2 = 158,4
30 jaar
of 10 dienstjaren
23x7,2 = 165,6
35 jaar
of 15 dienstjaren
24x7,2 = 172,8
40 jaar
of 20 dienstjaren
25x7,2 = 180
45 jaar
of 25 dienstjaren
26x7,2 = 187,2
50 jaar
of 30 dienstjaren
27x7,2 = 194,4
55 jaar
of 35 dienstjaren
28x7,2 = 201,6
en ouder
- - Voor degenen die na 1-1-1997 ambtenaar worden:
Leeftijd
Diensttijd
Aantal uren
18 jaar
25x7,2 = 180
19 jaar
24x7,2 = 172,8
20 jaar
23x7,2 = 165,6
21 jaar
22x7,2 = 158,4
30 jaar
22x7,2 = 158,4
35 jaar
22x7,2 = 158,4
40 jaar
of 10 dienstjaren
23x7,2 = 165,6
45 jaar
of 15 dienstjaren
24x7,2 = 172,8
50 jaar
of 20 dienstjaren
25X7,2 = 180
55 jaar
of 25 dienstjaren
26x7,2 = 187,2
56 jaar
of 30 dienstjaren
27x7,2 = 194,4
57 jaar
of 35 dienstjaren
28x7,2 = 201,6
- - Voor iedere ambtenaar geldt dat dit totale aantal uren wordt vermeerderd met 18 uren extra per jaar omdat ieder jaar het stadhuis de dag na Hemelvaart en de dagen tussen Kerst en Oud- en Nieuwjaar gesloten zal zijn. Deeltijders naar rato.
Lid 2
Als maatstaf ter berekening geldt de leeftijd, die in het kalenderjaar wordt bereikt.