Lid 1

Het werkgesprek vindt plaats aan de hand van de werkafspraken die gebaseerd zijn op onder meer:

  • - het functieprofiel;
  • - de in een eerder gehouden werkgesprek gemaakte werkafspraken;
  • - aanwezige werkplannen;
  • - de voor de functie vastgelegde functioneringscriteria.

Lid 2

Functie-eisen waarvan de medewerker buiten zijn schuld geen kennis heeft, moeten bij het werkgesprek buiten beschouwing blijven.

Lid 3

De beoordelaar ondertekent, na het opmaken, het werkgespreksformulier.

Lid 4

Indien tussen de beoordelaar en de medewerker geen overeenstemming is bereikt, vermeldt de beoordelaar de afwijkende mening van de medewerker op het werkgespreksformulier. De medewerker tekent het werkgespreksformulier voor gezien.