Lid 1

De vertrouwenspersoon biedt medewerkers de mogelijkheid om hun ervaringen en klachten met betrekking tot ongewenste omgangsvormen bespreekbaar te maken en helpt een door hen gewenste actie te ondernemen.

Lid 2

De vertrouwenspersoon dient deskundig te zijn op het terrein van opvang en verwijzing.

Lid 3

De vertrouwenspersoon moet bereid zijn een actieve rol te spelen in voorlichting en publicaties over ongewenste omgangsvormen en bereid zijn zich samen met anderen actief voor beleidsontwikkeling op dit terrein in te zetten.

Lid 4

De vertrouwenspersoon moet de gemeentelijke organisatie kennen.

Lid 5

De functie van vertrouwenspersoon kan door meerdere personen worden vervuld.