Lid 1

Indien de bevelvoerders niet bereikbaar dan wel verhinderd zullen zijn om hun dienst te verrichten, dragen zij zorg dat de commandant en degene die opgeeft als plaatsvervangend bevelvoerder daarvan tijdig in kennis worden gesteld.

Lid 2

Het bepaalde in het tweede lid van artikel 19:2:1:18 is mede op de bevelvoerders van toepassing, met dien verstande dat zij de daarin bedoelde inlichtingen aan de commandant moeten verstrekken.