Lid 1

De bevelvoerders staan de commandant bij in de uitvoering van de hem in zijn instructie opgedragen taken.

Lid 2

Zij moeten de bevelen en dienstvoorschriften van de commandant stipt nakomen.

Lid 3

Zij zien toe op de juiste naleving door het onder hun bevelen staande personeel van de voor dat personeel geldende instructies en dienstvoorschriften.

Lid 4

De bevelvoerders voeren het bevel over de eenheid (eenheden) welke door de commandant onder hun leiding is (zijn) gesteld.

Lid 5

Zij handhaven de discipline onder het onder hun bevelen staande personeel.