Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: 'wet' Destructiewet; 'directeur' Kringdirecteur van de Rijksdienst voor Vee en Vlees, kring 6 'slachthuis' de aangewezen en als openbare noodslachtplaats fungerende ruimte(n) in het gebouwencomplex van de Fa. Hallers & Zn. of haar rechtverkrijgende(n), gelegen aan de Kamerlingh Onnesweg 1 te Ede; 'aangifteplichtige' degene, die als eigenaar of houder van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen; 'ondernemer' de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 5 der wet, is verleend en in wiens krachtens artikel 10 der wet vastgesteld gebied de gemeente is gelegen; 'destructor' inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het door verwerking onschadelijk maken van destructiemateriaal voor welke aan de ondernemer een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 5 van de wet; 'destructiemateriaal' materiaal van dierlijke herkomst, bedoeld in artikel 2 der wet; 'destructiemateriaal A' doodgeboren slachtdieren, alsmede gestorven of in nood gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier, zonder dat een nader onderzoek ingevolge de Vleeskeuringswet plaats heeft gevonden; 'destructiemateriaal B' destructiemateriaal, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, f en h, der wet; 'destructiemateriaal C' overig destructiemateriaal, dat zich tot het tijdstip van ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de Rijksdienst voor Vee en Vlees bevindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel