De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B
en C te bewaren, ter beschikking te stellen en af te
geven voor vervoer naar de destructor met inachtneming
van de terzake door de directeur gegeven
aanwijzingen;
Destructiemateriaal genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, der wet, dat
ontstaat buiten het terrein van slachterijen en
vleeswarenfabrieken wordt door de zorgen van de
aangifteplichtige ten spoedigste en in elk geval niet
later dan 6 uren na het tijdstip van de aangifte
daarvan, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, eerste
volzin, overgebracht naar het slachthuis en afgegeven
onder deponering in een door of vanwege de directeur
aangewezen bewaarplaats, als bedoeld in het volgende
lid.
Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f der
wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2,
tweede lid, der wet, moet worden bewaard in daarvoor
bestemde bakken, dan wel met metalen confiscaatemmers,
tenzij de directeur terzake van de bewaring een andere
regeling met de aangifteplichtige treft.
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het
bepaalde in dit artikel afwijkende regelen met
betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen,
indien terzake van de afgifte van dit materiaal een
voorziening is getroffen, als bedoeld in artikel 20 der wet.