Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ

1.. Indien belanghebbende binnen twaalf maanden, nadat de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging aan de belanghebbende kenbaar is gemaakt, zich opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie wordt, in afwijking van artikel 7 eerste of tweede lid, de duur van de afstemming vastgesteld op twee maanden. 2.. Indien belanghebbende zich, binnen twaalf maanden na de tweede als verwijtbaar aangemerkte gedraging voor de derde maal schuldig maakt aan dezelfde of een ernstiger verwijtbare gedraging wordt, in afwijking van artikel 7, eerste en tweede lid, het percentage van de categorie waarin de (ernstiger) verwijtbare gedraging is omschreven verdubbeld voor de duur van twee maanden en wordt de duur van de afstemming vastgesteld op vier maanden voor zover het een gedraging betreft die in de vijfde categorie is omschreven. 3.. Indien er sprake is van herhaling als omschreven in het vorige lid, en daartoe op grond van artikel 3, tweede lid aanleiding bestaat, kan het college krachtens artikel 8, in afwijking van artikel 7, eerste of tweede lid, het percentage van de afstemming hoger, en de duur van de afstemming langer vaststellen. 4.. Indien een besluit tot afstemming wordt uitgevoerd en ten gevolge van herhaling in dezelfde periode een besluit tot afstemming uitgevoerd dient te worden, wordt, in afwijking van artikel 10, eerste lid, dit besluit uitgevoerd in aansluiting op de periode waarin het voorliggende besluit tot afstemming wordt uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel