Beslisboom
Hoe kan de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen?
Deze beslisboom wijst de route waarlangs een werkgever een arbeidsovereenkomst kan laten eindigen. Dat kan samen, in de proeftijd, op staande voet, via het UWV of via de kantonrechter. Bij elke uitkomst staan de opzegtermijn en de transitievergoeding.
Deze beslisboom hoort bij het thema Einde van de arbeidsovereenkomst.
Alle stappen lezen
Stap 1. Is de werknemer het eens met het einde van de arbeidsovereenkomst?
Werkgever en werknemer kunnen de arbeidsovereenkomst samen beëindigen met een schriftelijke overeenkomst art. 7:670b BW. De werknemer kan ook schriftelijk instemmen met een opzegging door de werkgever art. 7:671 BW. In beide gevallen heeft de werknemer 14 dagen bedenktijd.
Stap 2. Loopt er nog een geldige proeftijd?
Tijdens een geldige proeftijd mag elke partij met onmiddellijke ingang opzeggen art. 7:676 BW. Een proeftijd is alleen geldig als hij aan de eisen van art. 7:652 BW voldoet. Twijfel je, loop dan eerst de beslisboom over de proeftijd door.
Stap 3. Heeft de werknemer iets gedaan waardoor de werkgever hem redelijkerwijs niet kan laten blijven?
Een dringende reden is gedrag of een eigenschap van de werknemer die voortzetten onredelijk maakt art. 7:678 BW. Van de werkgever kan dan redelijkerwijs niet worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst doorloopt. De wet noemt voorbeelden, zoals diefstal, mishandeling of ernstige bedreiging van collega's, en het hardnekkig weigeren van redelijke opdrachten.
Stap 4. Zegt de werkgever direct op en deelt hij de reden direct mee?
Opzegging om een dringende reden moet onverwijld gebeuren, en de reden moet onverwijld aan de werknemer worden meegedeeld art. 7:677 BW. Hoeveel tijd de werkgever mag nemen, bijvoorbeeld voor onderzoek, hangt af van de omstandigheden. Wacht de werkgever te lang, dan kan hij alleen nog de gewone route nemen.
Stap 5. Welke redelijke grond heeft de werkgever?
De werkgever kan alleen opzeggen met een redelijke grond uit art. 7:669 BW lid 3. Daarnaast moet herplaatsing in een andere passende functie niet mogelijk zijn of niet in de rede liggen. De a-grond gaat over bedrijfseconomische redenen en de b-grond over langdurige ziekte. De gronden c tot en met i gaan over vaak ziek zijn, disfunctioneren, verwijtbaar handelen en gewetensbezwaar. Ook een verstoorde arbeidsverhouding, andere omstandigheden en een combinatie van gronden horen erbij.
Stap 6. Geldt er een opzegverbod, zoals zwangerschap of lidmaatschap van de ondernemingsraad?
art. 7:670 BW verbiedt opzeggen in bepaalde situaties. Voorbeelden zijn ziekte in de eerste twee jaar, zwangerschap en bevallingsverlof, en lidmaatschap van de ondernemingsraad. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) geeft geen toestemming zolang zo'n verbod geldt, tenzij het binnen vier weken vervalt art. 7:671a BW. Stopt de hele onderneming, dan gelden deze verboden niet, behalve tijdens zwangerschaps- of bevallingsverlof art. 7:670a BW.
Stap 7. De werkgever en de werknemer leggen het einde schriftelijk vast. De werknemer mag binnen 14 dagen zonder reden terugkomen op zijn instemming. Noemt de werkgever dat recht niet, dan zijn het drie weken. Een transitievergoeding volgt bij een beëindigingsovereenkomst niet uit de wet, dus partijen spreken een eventuele vergoeding zelf af.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 670b, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De beëindigingsovereenkomst is schriftelijk en kent 14 dagen bedenktijd.
- Artikel 671, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzegging met schriftelijke instemming, die de werknemer binnen 14 dagen kan herroepen.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De transitievergoeding hoort bij opzegging, ontbinding en niet voortzetten op initiatief van de werkgever.
Stap 8. De werkgever mag tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang opzeggen. Hij heeft geen redelijke grond en geen toestemming nodig, en de opzegverboden gelden niet. Op verzoek geeft hij de reden schriftelijk. Wel is de transitievergoeding verschuldigd, omdat de werkgever opzegt.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 676, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzeggen met onmiddellijke ingang tijdens de proeftijd.
- Artikel 670a, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De opzegverboden gelden niet bij opzegging in de proeftijd.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De werkgever die opzegt, is de transitievergoeding verschuldigd.
Stap 9. De werkgever mag de arbeidsovereenkomst op staande voet opzeggen. Het contract eindigt meteen, zonder opzegtermijn en zonder toestemming. Is het einde het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, dan is geen transitievergoeding verschuldigd.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 677, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Onverwijld opzeggen om een dringende reden, met onverwijlde mededeling van de reden.
- Artikel 678, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Wat als dringende reden voor de werkgever geldt.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 7: geen transitievergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
Stap 10. Zonder redelijke grond kan de werkgever niet opzeggen en ontbindt de kantonrechter niet. De werkgever kan de werknemer wel een beëindigingsovereenkomst voorstellen. Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege als de tijd voorbij is. Zet de werkgever het dan niet voort, dan betaalt hij de transitievergoeding.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 669, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzegging vraagt een redelijke grond en geen herplaatsing.
- Artikel 667, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Transitievergoeding als de werkgever een tijdelijk contract niet voortzet.
Stap 11. De werkgever vraagt schriftelijk toestemming aan het UWV, of bij de a-grond aan een commissie uit de cao. Met toestemming zegt hij binnen vier weken schriftelijk op, met de reden en de opzegtermijn. Die termijn mag hij verkorten met de duur van de procedure, maar er blijft minimaal een maand over. De werknemer krijgt een transitievergoeding. Is het een contract voor bepaalde tijd zonder recht op tussentijds opzeggen, dan gaat het verzoek naar de kantonrechter.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 671a, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Toestemming van het UWV of de cao-commissie bij de a- of b-grond.
- Artikel 669, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De redelijke grond en de eis dat herplaatsing niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
- Artikel 672, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De opzegtermijn van één tot vier maanden, met de verkorting na toestemming.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De transitievergoeding bij opzegging door de werkgever.
Stap 12. Zolang het opzegverbod geldt, kan de werkgever niet opzeggen en geeft het UWV geen toestemming. De werkgever kan wachten tot het verbod vervalt, of de werknemer een beëindigingsovereenkomst voorstellen. Zegt hij toch op, dan kan de werknemer de kantonrechter vragen de opzegging te vernietigen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 670, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De opzegverboden.
- Artikel 671a, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 11: geen toestemming zolang een opzegverbod geldt.
- Artikel 681, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Vernietiging van een opzegging in strijd met een opzegverbod.
Stap 13. De werkgever vraagt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter toetst de redelijke grond, de herplaatsing en de opzegverboden. Geldt er een opzegverbod, dan ontbindt hij alleen als het verzoek daar los van staat. Dat kan ook als ontbinding in het belang van de werknemer is. De werknemer krijgt een transitievergoeding, en bij de i-grond mogelijk een extra vergoeding van maximaal de helft daarvan.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 671b, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Ontbinding door de kantonrechter op de gronden c tot en met i, en de regels bij een opzegverbod.
- Artikel 669, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De redelijke gronden en de herplaatsing.
- Artikel 673, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De transitievergoeding bij ontbinding op verzoek van de werkgever.