Beslisboom
Is de proeftijd geldig?
Deze beslisboom loopt de eisen uit de wet voor een proeftijdbeding een voor een langs. Ontbreekt er een, dan is het beding nietig en geldt er geen proeftijd. Dat bepaalt of de werkgever tijdens de 'proeftijd' direct mag opzeggen.
Deze beslisboom hoort bij het thema Proeftijd, concurrentiebeding en boetebeding.
Alle stappen lezen
Stap 1. Hebben werkgever en werknemer de proeftijd schriftelijk afgesproken?
De proeftijd wordt schriftelijk overeengekomen art. 7:652 BW. Een mondelinge afspraak is niet genoeg. Een beding in strijd met dit artikel is nietig.
Stap 2. Geldt de proeftijd even lang voor werkgever en werknemer?
Als partijen een proeftijd afspreken, is die voor beide partijen gelijk art. 7:652 BW. Een langere proeftijd voor alleen de werkgever maakt het beding nietig.
Stap 3. Voor hoe lang is de arbeidsovereenkomst aangegaan?
Het maximum van de proeftijd hangt af van de duur van het contract art. 7:652 BW. Bij onbepaalde tijd is het twee maanden. Bij bepaalde tijd van twee jaar of langer ook twee maanden. Bij bepaalde tijd van langer dan zes maanden maar korter dan twee jaar is het een maand. Een contract voor bepaalde tijd kan eindigen zonder datum op de kalender, bijvoorbeeld 'na afloop van het project'. Dan is het maximum ook een maand. Bij een contract van zes maanden of korter mag er geen proeftijd zijn.
Stap 4. Is de proeftijd twee maanden of korter?
Bij onbepaalde tijd en bij bepaalde tijd van twee jaar of langer is de proeftijd maximaal twee maanden art. 7:652 BW. Ook een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) mag dit maximum niet verlengen.
Stap 5. Is de proeftijd een maand of korter?
Bij bepaalde tijd korter dan twee jaar is de proeftijd maximaal een maand art. 7:652 BW. Dat geldt ook bij een contract zonder einddatum op de kalender. Alleen een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan mag dat maximum verlengen. Een afspraak in het individuele contract mag dat niet.
Stap 6. Volgt dit contract op een eerder contract voor hetzelfde werk?
Er kan geen proeftijd worden afgesproken in een opvolgend contract met dezelfde werkgever art. 7:652 BW. Dat geldt ook bij een andere werkgever die voor het werk als opvolger van de vorige werkgever geldt. Een uitzondering bestaat bij dezelfde werkgever als het nieuwe contract duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden vraagt.
Stap 7. Vraagt het nieuwe contract duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden dan het vorige?
Een opvolgend contract bij dezelfde werkgever mag alleen een proeftijd hebben bij duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden art. 7:652 BW. Dat kan bijvoorbeeld spelen als een monteur teamleider wordt. Een verlenging van hetzelfde werk is niet genoeg.
Stap 8. De proeftijd is geldig. Tijdens de proeftijd mogen werkgever en werknemer de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. De werkgever heeft geen redelijke grond en geen toestemming nodig, maar geeft de werknemer op verzoek schriftelijk de reden.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 676, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzeggen met onmiddellijke ingang tijdens de proeftijd, en de reden op verzoek.
- Artikel 671, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzegging in de proeftijd vraagt geen instemming van de werknemer.
- Artikel 652, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De eisen waaraan dit beding voldoet.
Stap 9. Het proeftijdbeding is nietig, dus er geldt geen proeftijd. Een te lange proeftijd wordt niet ingekort tot het maximum. Zegt de werkgever toch op 'in de proeftijd', dan kan de werknemer naar de kantonrechter. Die kan de opzegging vernietigen of een billijke vergoeding toekennen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 652, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 8: elk beding in strijd met dit artikel is nietig.
- Artikel 671, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Zonder geldige proeftijd heeft de werkgever instemming, toestemming of een dringende reden nodig.
- Artikel 681, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Vernietiging van de opzegging of een billijke vergoeding.
Stap 10. In een contract van zes maanden of korter kan geen proeftijd worden afgesproken. Het beding is nietig. Wil de werkgever eerder stoppen, dan moeten partijen tussentijds opzeggen schriftelijk hebben afgesproken. Anders blijven alleen de andere routes uit de wet over.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 652, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 6: geen proeftijd bij een contract van maximaal zes maanden.
- Artikel 667, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Tussentijds opzeggen kan alleen als beide partijen dat recht schriftelijk hebben.
Stap 11. In dit opvolgende contract kan geen proeftijd worden afgesproken. Het beding is nietig. De werkgever kan het contract alleen beëindigen via de gewone routes uit de wet.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 652, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 6: geen proeftijd in een opvolgend contract, behalve bij duidelijk ander werk bij dezelfde werkgever.
- Artikel 671, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Zonder proeftijd heeft de werkgever voor opzegging instemming, toestemming of een dringende reden nodig.