Proeftijd, concurrentiebeding en boetebeding
Een arbeidsovereenkomst kan bedingen bevatten die de werknemer binden: een proeftijd, een concurrentiebeding of een boetebeding. Dit thema zet per beding de eisen uit de wet op een rij. Het zegt ook wat er gebeurt als een eis ontbreekt.
Waar gaat dit over
Een starter tekent een jaarcontract bij een installatiebedrijf. In het contract staat een proeftijd van twee maanden. Na zes weken hoort ze dat ze direct kan vertrekken. Mag dat? Het antwoord hangt af van de eisen die de wet aan een proeftijd stelt.
Een accountmanager wil na zijn vertrek bij een concurrent beginnen. Zijn contract verbiedt dat voor een jaar. Een ander contract zegt dat elke te late ziekmelding een boete kost. Zulke bedingen beperken de werknemer. Daarom zijn ze alleen geldig als ze aan strenge eisen voldoen. Ontbreekt een eis, dan is het beding meestal nietig of kan de rechter het vernietigen.
Wat de wet zegt
Proeftijd
art. 7:652 BW regelt de proeftijd. Een proeftijdbeding is geldig als aan deze rechtsvoorwaarden is voldaan:
- De proeftijd is voor beide partijen gelijk.
- Partijen zijn de proeftijd schriftelijk overeengekomen.
- De proeftijd is niet langer dan het maximum. Dat maximum hangt af van de duur van het contract.
- Het contract is aangegaan voor langer dan zes maanden.
- Het is geen opvolgend contract met dezelfde werkgever, of met een werkgever die als opvolger van de vorige werkgever geldt.
Het maximum is:
- bij een contract voor onbepaalde tijd: twee maanden
- bij een contract voor bepaalde tijd van twee jaar of langer: twee maanden
- bij een contract voor bepaalde tijd van langer dan zes maanden maar korter dan twee jaar: één maand
- bij een contract voor bepaalde tijd zonder einddatum op de kalender: één maand
Een opvolgend contract met dezelfde werkgever mag wel een proeftijd hebben als het werk duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden vraagt. Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan mag de maximale proeftijd van één maand verlengen. In een individueel contract kan dat niet.
Het rechtsgevolg van een geldige proeftijd staat in art. 7:676 BW. Elke partij mag de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd met onmiddellijke ingang opzeggen. De werkgever geeft de werknemer op verzoek schriftelijk de reden. De werkgever heeft geen instemming van de werknemer nodig en geen toestemming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) art. 7:671 BW. Een redelijke grond is ook niet nodig.
Voldoet het beding niet, dan is het nietig. Er geldt dan helemaal geen proeftijd.
Concurrentiebeding
art. 7:653 BW regelt het concurrentiebeding. Zo'n beding beperkt de werknemer om na zijn vertrek op een bepaalde manier te werken. De rechtsvoorwaarden zijn:
- De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.
- De werkgever is het beding schriftelijk overeengekomen.
- De werknemer was meerderjarig toen hij het beding aanging.
Ook in een contract voor bepaalde tijd kan een concurrentiebeding geldig zijn. De werkgever moet dan bij het beding schriftelijk motiveren dat het nodig is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.
Het rechtsgevolg is dat het beding de werknemer bindt. Daar staan grenzen tegenover:
- De rechter kan een beding in een contract voor bepaalde tijd vernietigen als het niet echt nodig is.
- De rechter kan elk concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen als het de werknemer onbillijk benadeelt.
- Eindigt het contract door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, dan kan hij zich niet op het beding beroepen.
- Belemmert het beding de werknemer in belangrijke mate, dan kan de rechter de werkgever een vergoeding laten betalen.
Boetebeding
art. 7:650 BW regelt de boete op het overtreden van de regels uit de arbeidsovereenkomst. De rechtsvoorwaarden zijn:
- De arbeidsovereenkomst noemt de regels waarop een boete staat, en het bedrag.
- Het beding is schriftelijk aangegaan.
- Het beding noemt nauwkeurig waar de boete naartoe gaat.
- De boete komt niet ten goede aan de werkgever zelf, of aan wie namens hem boetes oplegt.
- De boete is een vast bedrag in het geld waarin het loon is vastgesteld.
- De boetes zijn samen per week niet hoger dan het loon voor een halve dag.
Een beding dat niet aan deze eisen voldoet, is nietig. Er is één uitzondering. Verdient de werknemer per uur meer dan het minimumloon, dan mogen partijen schriftelijk afwijken van eis 3 tot 6. De rechter kan een te hoge boete dan wel verlagen.
Waar het misgaat
Wordt een te lange proeftijd ingekort tot het maximum? Nee. Het beding is nietig, dus er geldt geen proeftijd. Zegt de werkgever toch op 'in de proeftijd', dan is dat een gewone opzegging zonder instemming. De werknemer kan de kantonrechter vragen die opzegging te vernietigen of een billijke vergoeding toe te kennen art. 7:681 BW.
Mag een tweede contract weer een proeftijd hebben? Alleen bij dezelfde werkgever. Het nieuwe werk moet dan duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden vragen.
Is een concurrentiebeding in een tijdelijk contract altijd nietig? Nee. Met een schriftelijke motivering van zwaarwegende belangen kan het geldig zijn. De rechter toetst wel of het beding echt nodig is.
Telt de leeftijd van nu of die bij het tekenen? De werknemer moet meerderjarig zijn toen hij het concurrentiebeding aanging.
Mag de werkgever de boete zelf houden? Nee. De boete mag niet ten goede komen aan de werkgever of aan wie namens hem boetes oplegt.
Je kunt de proeftijd, het concurrentiebeding en het boetebeding oefenen in de scenario's.
Dit thema rust op
Artikel 652
Burgerlijk Wetboek Boek 7
De eisen aan de proeftijd, met een maximum dat afhangt van de duur van het contract.
Artikel 676
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Tijdens een geldige proeftijd kan elke partij met onmiddellijke ingang opzeggen.
Artikel 671
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Opzeggen in de proeftijd kan zonder instemming van de werknemer en zonder toestemming van het UWV.
Artikel 681
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Bij een opzegging zonder instemming en zonder geldige proeftijd kan de kantonrechter de opzegging vernietigen of een billijke vergoeding toekennen.
Artikel 653
Burgerlijk Wetboek Boek 7
De eisen aan het concurrentiebeding, ook in een contract voor bepaalde tijd.
Artikel 650
Burgerlijk Wetboek Boek 7
De eisen aan een boetebeding: schriftelijk, met voorschriften, bedrag en bestemming, en maximaal een half dagloon per week.
Begrippen
Proeftijd
Staat nog niet in Wetpunt
Arbeidsovereenkomst
Staat nog niet in Wetpunt
Lees ook
De arbeidsovereenkomst en andere overeenkomsten
Wanneer is werk voor een ander een arbeidsovereenkomst, en wanneer een opdracht of een aanneming van werk? Dit thema behandelt de vier elementen uit de wet, het rechtsvermoeden en de maatstaf die de Hoge Raad geeft.
Einde van de arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, met instemming, door opzegging of door ontbinding. Dit thema behandelt die routes, de redelijke gronden, de opzegverboden, de opzegtermijn en de transitievergoeding.
Beslisbomen
Is de proeftijd geldig?
Deze beslisboom loopt de eisen uit de wet voor een proeftijdbeding een voor een langs. Ontbreekt er een, dan is het beding nietig en geldt er geen proeftijd. Dat bepaalt of de werkgever tijdens de 'proeftijd' direct mag opzeggen.