Beslisboom
Is dit een arbeidsovereenkomst?
Deze beslisboom loopt de elementen van de arbeidsovereenkomst langs. Daarna komen het rechtsvermoeden en de andere overeenkomsten om werk te laten doen. De uitkomst is een richting. De rechter weegt alle omstandigheden van het geval samen.
Deze beslisboom hoort bij het thema De arbeidsovereenkomst en andere overeenkomsten.
Alle stappen lezen
Stap 1. Krijgt de werker van de ander een betaling voor het werk?
Een arbeidsovereenkomst bestaat alleen als de werkgever loon betaalt art. 7:610 BW. Loon is de tegenprestatie die de werkgever voor het werk verschuldigd is. Het mag in geld, en onder voorwaarden ook in zaken, woonruimte of diensten art. 7:617 BW. Ook een betaling per klus of per pakket kan loon zijn.
Stap 2. Werkt de werker 'in dienst van' de ander?
De wet vraagt dat de werknemer arbeid verricht 'in dienst van' de werkgever art. 7:610 BW. Dat heet de gezagsverhouding. De rechter kijkt onder meer hoe het werk en de werktijden worden bepaald. Hij kijkt ook of het werk is ingebed in de organisatie van de ander. Weinig aanwijzingen betekent niet automatisch geen gezag. Bij eenvoudig werk zijn weinig aanwijzingen nodig.
Stap 3. Moet de werker het werk zelf doen?
Of de werker het werk persoonlijk moet doen, is een van de omstandigheden die de rechter weegt. Een recht om zich te laten vervangen sluit een arbeidsovereenkomst op zichzelf niet uit. Het gewicht van zo'n beding hangt af van de betekenis die het in de praktijk heeft.
Stap 4. Laat de werker zich in de praktijk vaker dan af en toe vervangen?
Een vervangingsclausule weegt alleen mee voor zover hij in de praktijk betekenis heeft. Laat de werker zich maar af en toe vervangen, dan zegt de clausule weinig. Laat hij het werk structureel door anderen doen, dan wijst dat eerder op ondernemerschap.
Stap 5. Werkt de werker drie maanden achter elkaar elke week, of minimaal 20 uur per maand, voor de ander?
Werkt iemand drie maanden achter elkaar tegen beloning voor een ander? En doet hij dat elke week of minimaal 20 uur per maand? Dan vermoedt de wet een arbeidsovereenkomst art. 7:610a BW.
Stap 6. Gedraagt de werker zich in het economisch verkeer als ondernemer?
De rechter kijkt of de werker zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk aan het aantal opdrachtgevers, eigen acquisitie, een eigen reputatie, de fiscale behandeling en commercieel risico. Ook omstandigheden buiten de relatie met deze opdrachtgever tellen mee. Ondernemerschap weegt niet zwaarder dan de andere omstandigheden.
Stap 7. Moet de werker een werk van stoffelijke aard maken en opleveren?
Bij aanneming van werk maakt de aannemer een werk van stoffelijke aard en levert hij het op art. 7:750 BW. Hij werkt buiten dienstbetrekking, tegen een prijs in geld. Denk aan een verbouwing, een kast op maat of een nieuwe dakgoot. Bij een opdracht verricht iemand werkzaamheden die geen werk van stoffelijke aard opleveren art. 7:400 BW.
Stap 8. Zonder loon is er geen arbeidsovereenkomst. Kijk of het een overeenkomst van opdracht is, of vrijwilligerswerk zonder overeenkomst over loon.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Loon is een van de vier elementen van de arbeidsovereenkomst.
- Artikel 400, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De overeenkomst van opdracht is werk buiten een arbeidsovereenkomst.
Stap 9. Het is waarschijnlijk een arbeidsovereenkomst. De naam van het contract beslist daar niet over. De rechter weegt alle omstandigheden samen, dus een enkele omstandigheid kan het beeld nog veranderen.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Arbeid, loon, gezag en zekere tijd maken samen een arbeidsovereenkomst.
Stap 10. De wet vermoedt een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever kan dat vermoeden weerleggen. Hij moet dan laten zien dat er geen arbeidsovereenkomst is, bijvoorbeeld omdat de werker als ondernemer werkt.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 610a, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Het rechtsvermoeden bij drie maanden werk, elke week of minimaal 20 uur per maand.
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De omschrijving die de opdrachtgever moet weerleggen.
Stap 11. Er is geen vermoeden, maar een arbeidsovereenkomst is niet uitgesloten. Of het er een is, hangt af van alle omstandigheden samen. Denk aan de werktijden, de inbedding in de organisatie, de beloning en het commercieel risico.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De rechter toetst de afspraken aan deze omschrijving.
Stap 12. Het is waarschijnlijk een aanneming van werk. De aannemer werkt buiten dienstbetrekking en levert een tastbaar resultaat tegen een prijs. Werkt hij toch onder gezag, dan gelden de regels van de arbeidsovereenkomst daarnaast en gaan die bij strijd voor.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 750, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De omschrijving van aanneming van werk.
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
Lid 2 regelt wat geldt als een overeenkomst in twee soorten past.
Stap 13. Het is waarschijnlijk een overeenkomst van opdracht. De opdrachtnemer verricht werkzaamheden buiten een arbeidsovereenkomst. Wijzen de omstandigheden toch op gezag, dan kan de rechter het als arbeidsovereenkomst aanmerken.
Deze uitkomst rust op
- Artikel 400, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De omschrijving van de overeenkomst van opdracht.
- Artikel 610, Burgerlijk Wetboek Boek 7
De omschrijving waaraan de rechter de afspraken toetst.