Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 3

Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

4 gewijzigd

Gewijzigde artikelen

Artikel C2Specifieke procedures
Gewijzigd
De intrekkingsgronden van de artikelen 14 en 19 Kwalificatieverordening zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. Indien de omstandigheid zich voordoet als bedoeld in artikel 11, eerste lid en artikel 16, derde lid van de Kwalificatieverordening trekt de IND de verblijfsvergunning asiel niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfstitel niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst of het land waar hij zijn toegevoegd: voormalig eindegewone verblijfplaats had. Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege deze vrijwillige terugkeer aan de hand van paragraaf C3/3.5 Vc.
Artikel C3Beoordeling van de asielaanvraag
Gewijzigd
De IND merkt het land of de landen waar de staatloze vreemdeling voor zijn komst naar Nederland zijn verwijderd: gebruikelijke eindetoegevoegd: voormalig gewone eindeverblijfplaats (‘country of former habitual residence’) had, aan als land of landen van herkomst van de staatloze vreemdeling. De IND bepaalt de verwijderd: gebruikelijke eindetoegevoegd: voormalig gewone eindeverblijfplaats van de staatloze vreemdeling, in ieder geval op basis van:
Artikel C4Afdoeningsgronden
Gewijzigd
- • de vreemdeling de nationaliteit van dat land heeft of staatloos is en voorheen in dat land zijn of haar toegevoegd: voormalig eindegewone verblijfplaats had;- • De vreemdeling de nationaliteit heeft van, of in het geval van een staatloze zijn toegevoegd: voormalig eindegewone verblijfplaats had in een derde land waarvoor volgens de meest recente beschikbare jaargemiddelden van Eurostat voor de gehele Unie, de beslissingsautoriteit in 20% of minder van de gevallen internationale bescherming heeft verleend. Dit percentage is een afspiegeling van de gemiddelde aantallen van verleende internationale bescherming van alle lidstaten.
Artikel C9Landgebonden beleid
Gewijzigd
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn verwijderd: normale woon- of eindetoegevoegd: voormalig gewone eindeverblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van verwijderd: gebruikelijke eindetoegevoegd: voormalig gewone eindeverblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement. De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel: - • Niet-Libanese Palestijnen uit Libanon waarvan aannemelijk is dat zij zullen worden uitgezet naar een tweede/eerdere land van verwijderd: gebruikelijke eindetoegevoegd: voormalig gewone eindeverblijfplaats waarvoor geldt dat zij aldaar een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade hebben.