- **1.** De aanwijzing van de ondernemer, bedoeld in artikel 3.21, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari van het derde kalenderjaar na een verzoek daartoe door de desbetreffende ondernemer of een aan de desbetreffende ondernemer bekendgemaakt voornemen daartoe van de minister.
- **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de werkgebieden, genoemd in artikel 3.21, eerste lid, die gevolgen heeft voor het werkgebied waarvoor de desbetreffende ondernemer is aangewezen.
- **3.** In afwijking van het eerste lid kan de aanwijzing eerder worden ingetrokken indien:
- - **a.** de ondernemer niet of niet meer beschikt over een benodigde erkenning, vergunning of andersoortige toestemming die noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke taak;
- - **b.** de ondernemer al dan niet voorlopige surseance van betaling aanvraagt;
- - **c.** de ondernemer faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt verklaard;
- - **d.** op een materieel deel van het vermogen van de ondernemer beslag wordt gelegd;
- - **e.** de ondernemer activiteiten geheel of gedeeltelijke staakt, waardoor de wettelijke taak geheel of gedeeltelijk niet kan worden uitgevoerd;
- - **f.** de ondernemer de wettelijke taak niet of niet naar behoren uitvoert; of
- - **g.** de ondernemer heeft ingestemd met een eerdere intrekking.
Versie 2
Regeling dierlijke producten
Toegevoegde artikelen
Via stcrt-2026-32973
De ondernemer kan derden inschakelen voor het uitvoeren van de wettelijke taak.
Via stcrt-2026-32973
De ondernemer verstrekt de minister per inrichting of deel daarvan waar de wettelijke taak is verricht als gevolg van getroffen maatregelen of verrichte handelingen ter bestrijding van dierziekten krachtens de wet informatie over de hoeveelheid opgehaalde vervoerde en verwerkte aangewezen dierlijke bijproducten.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** De minister stelt jaarlijks in januari een calamiteitenplan vast. De ondernemer doet hiervoor in december een voorstel voor zover het werkzaamheden betreft die hij kan uitvoeren of kan laten uitvoeren.
- **2.** Het calamiteitenplan heeft betrekking op de uitvoering van de wettelijke taak in het geval van:
- - **a.** een uitbraak van een dierziekte;
- - **b.** hulp aan het buitenland ingeval van een grootschalige uitbraak van een dierziekte daar;
- - **c.** een andere reden waardoor sprake is van een overschrijding van de overeengekomen capaciteit die de ondernemer direct beschikbaar heeft voor uitvoering van de wettelijke taak; of
- - **d.** calamiteiten bij de ondernemer.
- **3.** Het calamiteitenplan bevat een ‘draaiboek overschrijdingen’, waarin is beschreven welke maatregelen volgordelijk worden genomen als sprake is van een overschrijding van de capaciteit die met de ondernemer is overeengekomen als direct beschikbaar voor de uitvoering van de wettelijke taak.
Via stcrt-2026-32973
In het geval de wettelijke taak wordt verricht als gevolg van getroffen maatregelen of verrichte handelingen ter bestrijding van dierziekten krachtens de wet, worden de desbetreffende aangewezen dierlijke bijproducten zo veel mogelijk op basis van het calamiteitenplan met voorrang verwerkt of verwijderd.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** Directe kosten als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, onderdeel a, van het besluit, bestaan uit kosten die direct aan de uitvoering van de wettelijke taak zijn toe te rekenen.
- **2.** Indirecte kosten als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, onderdeel b, van het besluit, bestaan uit kosten die op basis van een kostenverdeelstaat aan de wettelijke taak zijn toe te rekenen.
- **3.** De toerekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, gebeurt volgens bedrijfseconomisch aanvaardbare principes en, indien van toepassing, volgens marktconforme condities en geldt voor de indirect bij het productieproces betrokken afdelingen van de ondernemer en iedere directe of indirecte onderneming binnen het concern waar de ondernemer onderdeel van is.
- **4.** Voor zover kosten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden gemaakt door een derde, worden die kosten gebaseerd op aankopen of uitbestedingen tegen marktconforme condities.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** De opbrengsten van de producten die met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, worden verkregen, worden berekend door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de verkoopprijs die door de ondernemer wordt vastgesteld. Artikel 3.4 van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling, goedkeuring en bekendmaking van de verkoopprijs.
- **2.** De opbrengsten van de producten die met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, worden verkregen en van daarvan afgeleide producten worden tegen marktprijzen in mindering gebracht op de kosten overeenkomstig artikel 3.3, tweede lid, van het besluit.
Via stcrt-2026-32973
De formule, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, is:
(kEV*EV/TV)/(1-T)+(kVV*VV/TV), waarbij wordt verstaan onder:
kEV: vergoedingspercentage over het geïnvesteerde eigen vermogen dat is ingezet ten behoeve van de wettelijke taak, zijnde Rf+bèta*MRP;
Rf: risicovrij rendement;
bèta: coëfficiënt die het systematisch of niet-diversifieerbaar risico van de markt weergeeft;
MRP: marktrisicopremie;
EV: geïnvesteerd eigen vermogen;
VV: geïnvesteerd vreemde vermogen;
TV: totaal vermogen, zijnde de som van EV en VV;
kVV: vergoedingspercentage over het geïnvesteerde vreemde vermogen dat is ingezet ten behoeve van de wettelijke taak;
T: tariefpercentage van de vennootschapsbelasting.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** De materiële vaste activa, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, worden gewaardeerd tegen aanschaf- of vervaardigingsprijzen, verminderd met reeds gedane afschrijvingen. Daarbij kan een minimale waarde worden gehanteerd.
- **2.** De waarde van materiële vaste activa, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, voor de bepaling van de vermogenskostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, is het gemiddelde van de waarde overeenkomstig het eerste lid op 1 januari en 31 december.
- **3.** Het werkkapitaal, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, voor de bepaling van de vermogenskostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van het besluit, is het gemiddelde van het werkkapitaal op 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober en 31 december.
Via stcrt-2026-32973
De ondernemer maakt binnen de tarieven, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, voor het verwerken of verwijderen van aangewezen dierlijke bijproducten een onderscheid naar diersoort.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** De ondernemer dient jaarlijks voor 15 oktober bij de minister een voorstel in voor de tarieven, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van het besluit, voor het daaropvolgende kalenderjaar.
- **2.** Het voorstel bevat voor elk tarief een begroting voor het desbetreffende kalenderjaar, met in ieder geval:
- - **a.** een raming van de kosten en opbrengsten overeenkomstig artikel 3.3 van het besluit en de artikelen 3.26e tot en met 3.26h;
- - **b.** een vergelijking tussen:
- - **1°.** de geraamde kosten en opbrengsten voor het komende kalenderjaar;
- - **2°.** de geraamde en gemaakte kosten en opbrengsten van het voorgaande kalenderjaar; en
- - **3°.** de geraamde en gemaakte kosten en opbrengsten van het lopende kalenderjaar, met een eindprognose; en
- - **c.** een toelichting op de geraamde posten in de begroting, inclusief de bij de raming gehanteerde uitgangspunten, en een analyse van de verschillen tussen de geraamde kosten en opbrengsten van het voorgaande kalenderjaar.
- **3.** In het voorstel wordt in voorkomend geval toepassing gegeven aan artikel 3.3, zevende lid, van het besluit.
- **4.** De minister keurt uiterlijk 31 december van het betreffende kalenderjaar het voorstel voor de tarieven voor het daaropvolgende kalenderjaar goed, indien dat voorstel voldoet aan de bij en krachtens de wet daarover gestelde regels.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** De ondernemer dient jaarlijks voor 1 juni bij de minister een verantwoording in over de tarieven van het voorgaande kalenderjaar.
- **2.** De verantwoording omvat in ieder geval:
- - **a.** een overzicht van de geleverde producten en diensten, waaronder de hoeveelheid opgehaalde, vervoerde en verwerkte of verwijderde aangewezen dierlijke bijproducten;
- - **b.** een toelichting op de verschillen tussen de geraamde en verwerkte hoeveelheid aangewezen dierlijke bijproducten;
- - **c.** een overzicht van de gemaakte kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 3.3 van het besluit en de artikelen 3.26e tot en met 3.26h; en
- - **d.** een toelichting op de verschillen tussen de geraamde en gemaakte kosten en opbrengsten.
- **3.** Bij de verantwoording van de tarieven overlegt de ondernemer tevens een overzicht van de verhouding tussen de verwerkte hoeveelheid aangewezen dierlijke bijproducten ter uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, van de wet, en de totale verwerkte hoeveelheid aangewezen dierlijke bijproducten, alsmede een onderbouwing van dat overzicht.
- **4.** De ondernemer verschaft inzicht in de jaarrekening inclusief de specificaties met toelichtingen van de balans- en resultatenrekeningposten daarin, waarbij de jaarrekening aantoonbaar aansluit op de informatie, bedoeld in het tweede lid. Indien de ondernemer andere activiteiten heeft dan uitvoering van de wettelijke taak, wordt een duidelijk inzicht verschaft in de scheiding van de kosten, opbrengsten en balansposities ter uitvoering van de wettelijke taak en de andere activiteiten van de ondernemer.
- **5.** De minister keurt de verantwoording goed binnen tien weken na de indiening.
Via stcrt-2026-32973
- **1.** Overeenkomstig artikel 3.4a van het besluit zijn de artikelen 3.26e tot en met 3.26i niet van toepassing op de tarieven die voor het kalenderjaar 2026 zijn vastgesteld.
- **2.** Artikel 3.26k is niet van toepassing op de verantwoording over de tarieven van 2026, voor zover in de overeenkomst tussen de ondernemer en de Staat die geldt tot en met 31 december 2026 anders is bepaald.
- **3.** De artikelen 3.26a tot en met 3.26d zijn niet van toepassing tot en met 1 januari 2027 voor zover in de overeenkomst tussen de ondernemer en de Staat die geldt tot en met 31 december 2026 anders is bepaald.
- **4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 oktober 2027.
Via stcrt-2026-32973
Vervallen
Via stcrt-2021-20211
**A Gebruik van één rijdende melkontvangst**
- - **1.** Indien de ontvanger van boerderijmelk gebruik maakt van één rijdende melkontvangst wordt na beëindiging van een melkrit met de desbetreffende rijdende melkontvangst het gewicht van de ontvangen melk door middel van een weegbrug of weegtank in kilogrammen voldoende nauwkeurig vastgesteld. Dat gewicht wordt gedeeld door het totale aantal gedurende die rit ontvangen liters melk, zoals dat met behulp van de vloeistofmeetinstallatie op de desbetreffende rijdende melkontvangst werd vastgesteld.
- - **2.** Bij gebruikmaking van een weegbrug wordt voor de bepaling van de omrekeningsfactor:
- - **1°.** na beëindiging van een melkrit eerst het gewicht van de geladen rijdende melkontvangst vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege rijdende melkontvangst te bepalen, of
- - **2°.** voor aanvang van een melkrit het gewicht van de lege rijdende melkontvangst vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen rijdende melkontvangst bepaald en wordt bij de vaststelling van de omrekeningsfactor rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de rijdende melkontvangst. Hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer.
- - **3.** Het gevonden getal wordt afgerond op de derde decimaal. De omrekeningsfactor voor de rijdende melkontvangst wordt vastgesteld op het getal dat resulteert uit deze afronding. Indien dat getal kleiner is dan 1,028 wordt een omrekeningsfactor van 1,028 gehanteerd.
**B Gebruik van meerdere rijdende melkontvangsten**
- - **1.** Indien de ontvanger van boerderijmelk gebruik maakt van twee of meer rijdende melkontvangsten wordt een uniforme omrekeningsfactor gebruikt per fabriek of per groep van fabrieken of per groep van ontvangers van boerderijmelk.
- - **2.** Deze uniforme omrekeningsfactor wordt vastgesteld door de omrekeningsfactor van iedere in gebruik zijnde rijdende melkontvangst te bepalen op de wijze omschreven in onderdeel A. Het, op de in onderdeel A omschreven wijze, vastgestelde gewicht in kilogrammen van de melk ontvangen door rijdende melkontvangsten, waarvan de omrekeningsfactoren niet kleiner zijn dan 1,028 en niet groter dan 1,035, wordt gedeeld door de totale hoeveelheid door deze rijdende melkontvangsten ontvangen melk in liters.
- - **3.** De op deze wijze vastgestelde uniforme omrekeningsfactor geldt voor alle in gebruik zijnde rijdende melkontvangsten, inclusief die rijdende melkontvangsten waarvan de omrekeningsfactoren kleiner zijn dan 1,028 of groter dan 1,035. De ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat voor de weging van de rijdende melkontvangst ten behoeve van de vaststelling van de omrekeningsfactor een voor de desbetreffende ontvanger van boerderijmelk representatief aantal leveranties boerderijmelk wordt gehanteerd.
- - **4.** De uniforme omrekeningsfactor wordt éénmaal per uitbetalingsperiode bepaald. Van elke in gebruik zijnde rijdende melkontvangst wordt de datum en het tijdstip waarop de vaststelling van de omrekeningsfactor plaatsvindt vastgelegd.
Via stcrt-2014-35166
Gewijzigde artikelen
Via stcrt-2026-32973
Via stcrt-2026-32973