Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 2

Regeling houders van dieren

+14 toegevoegd 2 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Bijlage 1Aangewezen diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling houders van dieren

Vervallen

Via stcrt-2024-13040

Vervallen

Via stcrt-2024-13040

Bijlage 3Protocol voor de visuele monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, van de Regeling houders van dieren
  • - 1. Deze monitoring wordt uitgevoerd in het slachthuis waar het koppel vleeskuikens of het grootste deel ervan wordt geslacht.
  • - 2. De monitoring wordt uitgevoerd door hiervoor opgeleide slachthuismedewerkers, onder toezicht van de minister.
  • - 3. 100 vleeskuikens per koppel (per stal) worden beoordeeld, waarvan 50 kuikens rond de verwerking van 30% van het koppel, en 50 kuikens rond de verwerking van 60% van het koppel.
  • - 4. Alleen de rechter poot van elk vleeskuiken van de steekproeven wordt beoordeeld. Hiervoor worden de te monitoren poten van de slachtlijn gehaald en verzameld.
  • - 5. De medewerker baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart en stelt de totaalscore voor het koppel vast met gebruikmaking van de formule:

    aantal punten=

    (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0,5 + (aantal dieren klasse 2)x2

  • - 6. Deze gegevens worden door het slachthuis geregistreerd en doorgegeven aan de houder.

Via stcrt-2016-55215

Bijlage 4Protocol voor de monitoring van voetzoollaesies aan vleeskuikens in het slachthuis met behulp van een digitaal meetsysteem als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Regeling houders van dieren
  • - 1. In het slachthuis is een rapport aanwezig van een onafhankelijke kennisinstelling of instantie, waaruit blijkt dat het digitale meetsysteem zodanig werkt dat de scores een score oplevert die vergelijkbaar is met de score van een visuele beoordeling die aan de hand van de scorekaart is uitgevoerd. In het rapport is een beschrijving door de kennisinstelling of de instantie opgenomen van de wijze waarop dit is vastgesteld.
  • - 2. Het camerasysteem meet ten minste 70% van de poten van elk koppel.
  • - 3. De percentages per klasse en de eindscores worden minimaal 1 keer per werkdag door het systeem opgeleverd, door het slachthuis verwerkt en aan de pluimveeveehouder doorgegeven.
  • - 4. Het slachthuis treft maatregelen om het digitale meetsysteem en de daarbij gebruikte software te beschermen tegen willekeurige wijzigingen.
  • - 5. Het slachthuis zorgt ervoor dat het systeem zodanig wordt onderhouden dat het goed blijft functioneren. Indien het systeem gebreken of defecten vertoont meldt het slachthuis dit aan de leverancier of de fabrikant en de betrokken pluimveehouders.

Via stcrt-2014-36559

Bijlage 5Protocol voor het monitoren van voetzoollaesies aan levende dieren op vleeskuikenbedrijven als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, onderdeel b, van de Regeling houders van dieren
  • - 1. Deze monitoring wordt uitgevoerd op het bedrijf zelf, maximaal 5 dagen voordat het koppel wordt geslacht. Het betreft koppels die geëxporteerd worden en waar geen meting van voetzoollaesies plaatsvindt in het slachthuis van bestemming, of koppels die in kleine slachthuizen in Nederland worden geslacht.
  • - 2. De opgeleide controleur, bedoeld in artikel 6.5 derde lid, onderdeel b, heeft in elk geval de Cursus monitoring voetzoollaesies of een gelijkwaardige cursus met goed gevolg afgesloten, en is geen werknemer van de pluimveehouder voor wie de beoordeling wordt uitgevoerd.
  • - 3. Per stal worden 100 levende vleeskuikens beoordeeld, waarbij ten minste 4 steekproeven in de stal (bijvoorbeeld 4 keer 25 dieren) worden genomen, genomen op locaties verdeeld over de stal, minimaal 2 locaties tegen de muur en de overige locaties tussen voer- en drinklijnen in. Zie voorbeeld hieronder.
  • - 4. De controleur maakt gebruik van extra verlichting (zoals een hoofdlamp) en van een vanghek om dubbele metingen te voorkomen. Hiervoor kan hij de kuikens merken met bv. watervaste stift (op de poot, of vleugels).
  • - 5. Het schoonmaken van de poten met borstel en sop wordt afgeraden, na het afwrijven van de mest van de poot heeft men een redelijk beeld van de conditie van de poten.
  • - 6. In de steekproeven wordt alleen de rechter poot van elk vleeskuiken beoordeeld.
  • - 7. De controleur baseert zijn beslissingen over de indeling van de poten in 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) op de inhoud van de daarvoor aan hem verstrekte scorekaart.
  • - 8. De controleur registreert het aantal vleeskuikens in de 3 categorieën (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) en geeft dit door aan de houder, alsmede de totaalscore van het koppel.
  • - 9. Deze wordt berekend met onderstaande formule: aantal punten=

    (aantal dieren klasse 0)x0 + (aantal dieren klasse 1)x0.5 + (aantal dieren klasse 2)x2

    Afbeelding bij dit artikel

Via stcrt-2014-36559

Bijlage 6als bedoeld in de artikelen 5b.31, eerste lid, en 5b.34, eerste lid

Afbeelding bij dit artikel

Via stcrt-2021-17794

Bijlage 7als bedoeld in artikel 5b.40

Vervallen

Via stcrt-2022-19135

Bijlage 8Voorzieningen reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 6.1
  • - 1. Het bedrijf is voorzien van een verharde plaats die geschikt is om de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, waarmee evenhoevigen op het bedrijf zijn aangevoerd, uit te voeren en die de gehele lengte van het vervoermiddel beslaat, in voorkomende gevallen inclusief geopende laadklep.
  • - 2. De plaats is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen.
  • - 3. Op de plaats, bedoeld onder 1, is er beschikking over voldoende water om de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen uit te kunnen voeren.
  • - 4. De plaats, bedoeld onder 1, kan op zodanige wijze worden verlicht dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen te allen tijde onbelemmerd en naar behoren kan plaatsvinden.
  • - 5. Op het bedrijf zijn, in de nabijheid van de plaats bedoeld onder 1, voorzieningen aanwezig waarmee ontsmettingsmiddelen kunnen worden toegepast.
  • - 6. Op het bedrijf zijn in de nabijheid van de plaats bedoeld onder 1, voldoende reinigings- en ontsmettingsmiddelen aanwezig die voor dat doel op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten.
  • - 7. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig waar de chauffeurs van de vervoermiddelen die evenhoevigen op het bedrijf lossen hun handen kunnen wassen met warm water en zeep en kunnen drogen.
  • - 8. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig voor het reinigen van de gebruikte laarzen of worden bedrijfseigen laarzen gebruikt en zijn bedrijfsoveralls beschikbaar.

Via stcrt-2021-17794

Bijlage 9Aangewezen besmettelijke dierziekten als bedoeld in artikel 6.3

Vervallen

Via stcrt-2023-30124

Bijlage 10Monsterprocedure ten behoeve van het serologisch onderzoek als bedoeld in de artikelen 7.1, eerste lid, onderdeel a, en 7.3, eerste lid
Aantal varkens in de toevoegstal onderscheidenlijk aantal op het A-bedrijf of C-bedrijf aanwezige varkens van ten minste 25 kg, of de zwaarste dieren die aanwezig zijn op een E-bedrijf:Aantal daarvan te onderzoeken varkens
31 of meer12
11 tot en met 309
7 tot en met 107
1 tot en met 6alle

Via stcrt-2022-11474

Bijlage 11Eisen aan een toevoegstal als bedoeld in artikel 7.1, vierde lid
  • - 1. inrichtingseisen:
    • - • de toevoegstal staat vrij of is inpandig;
    • - • de toevoegstal ligt aan de rand van het bedrijf;
    • - • de inpandige toevoegstal heeft dichte muren en plafonds, met uitzondering van ventilatiekanalen en een deur naar buiten en heeft geen inpandige doorgang naar andere delen van het pand;
    • - • de toevoegstal heeft kelders die niet in verbinding staan met de overige kelders van het bedrijf en een afzonderlijk (mechanisch) ventilatiesysteem voorzien van filterdoek voor het wegvangen van grove stofdelen in uitgaande lucht;
    • - • het materiaal en gereedschap dat in de toevoegstal wordt gebruikt, wordt niet elders in het bedrijf gebruikt;
    • - • de toevoegstal heeft een eigen omkleedruimte, die ruimtelijk gescheiden is van de centrale gang en afdelingen met varkens; en
    • - • de omkleedruimte is voorzien van een wasbak, laarzensets en overalls.
  • - 2. managementeisen:
    • - • de behandelingen, de gegevens betreffende identificatie en registratie, de gegevens betreffende het vervoer en de gegevens van het serologisch onderzoek van in de toevoegstal gehuisveste varkens worden geregistreerd in een van de overige bedrijfsgegevens te onderscheiden administratie (logboek);
    • - • iedere verplaatsing van één of meer varkens uit of naar de toevoegstal wordt afzonderlijk geregistreerd, waarbij wordt vastgelegd op welk tijdstip welk varken wordt verplaatst;
    • - • in de toevoegstal wordt strikt volgens het all-in all out principe gewerkt, d.w.z. na elke ronde wordt de stal gereinigd en ontsmet;
    • - • een ieder die de toevoegstal betreedt, trekt vooraf in de omkleedruimte een daar aanwezige schone overall aan;
    • - • indien een varken gedurende het verblijf in de toevoegstal overlijdt, biedt de varkenshouder het varken overeenkomstig verordening (EU) 2019/627 aan voor sectie om te worden onderzocht op aangewezen besmettelijke dierziekten.

Via stcrt-2021-17794

Bijlage 12Te behalen waarde bij vaccinatie Newcastle disease als bedoeld in de artikelen 7b.36, 7b.37 en 7b.38

1 Vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen

  • - a. Indien het een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen betreft dat ouder is dan 28 dagen en waarop de onderdelen b, c en d niet van toepassing zijn, wordt bij ten minste één van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.
  • - b. Indien het een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen betreft waarbij de vaccinatie, bedoeld in artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit, nog niet is uitgevoerd en dat ouder is dan 70 dagen, wordt bij ten minste 83% van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft, tenzij:
    • - I. het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd, en
    • - II. bij ten minste één van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.
  • - c. Indien het een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen betreft waarbij de vaccinatie, bedoeld in artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit, is uitgevoerd, wordt, binnen zes weken na deze vaccinatie, bij ten minste 83% van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft, tenzij:
    • - I. het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd, en
    • - II. bij ten minste één van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.
  • - d. Indien het een koppel vermeerderingsdieren van de soort kip of kalkoen, kippen of kalkoenen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier, leghennen of dieren die worden opgefokt tot leghen betreft waarbij de vaccinatie, bedoeld in artikel 2.76id, eerste lid, van het besluit, is uitgevoerd, wordt, na zes weken na deze vaccinatie, bij ten minste 83% van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.

2 Vleeskuikens en vleeskalkoenen

  • - a. Indien het een koppel vleeskuiken of vleeskalkoenen betreft dat ouder is dan 28 dagen en waarop onderdeel b niet van toepassing is, wordt bij ten minste één van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.
  • - b. Indien het een koppel vleeskuiken of vleeskalkoenen betreft dat ouder is dan 70 dagen wordt bij ten minste 83% van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft, tenzij:
    • - I. het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd, en
    • - II. bij ten minste één van de onderzochte bloedmonsters, bedoeld in artikel 7b.29, eerste lid, een waarde van ten minste 1:8 behaald of dat een andere test op antistoffen een positief resultaat geeft.

Via stcrt-2022-11474

Bijlage 13Verklaring van vaccinatie van duiven tegen Newcastle Disease als bedoeld in artikel 8a.5, tweede lid

De volgende persoon:

Naam en voorletters:

Adres, postcode, plaats, land:

verklaart dat hij/zij eigenaar/houder is van (aantal):..... postduiven. Het de volgende ringnummers:

Datum:......

Handtekening:...

Ondergetekende dierenarts verklaart dat bovengenoemde duiven volgens bijsluiter gevaccineerd zijn tegen paramyxovirus.

Datum

Entstof

Batch nummer

Vervaldatum vaccin

Naam, stempel en handtekening van de bevoegde dierenarts

Via stcrt-2022-11474

Bijlage 14verklaring van vaccinatie andere in gevangenschap levende vogels tegen Newcastle Disease als bedoeld in artikel 8a.5, tweede lid

De volgende persoon:

Naam en voorletters:

Wondende te: (adres, postcode, plaats):

verklaart dat hij/zij eigenaar/houder is van de volgende vogels:

Ras/soort | Aantal | Ringnummers

Datum:

Handtekening:

Ondergetekende persoon... (naam, voorletters), wondende te... (adres, postcode en plaats), verklaart dat:

  • - • hij/zij bekwaam is om de vaccinatie uit te voeren.
  • - • Hij/zij de bovenomschreven vogels, voor zover ouder dan 30 dagen, volgens de bijsluiter, tegen pseudeo-vogelpest heeft gevaccineerd.

Entstof

Batch nummer

Vervaldatum vaccin

Datum: ......

Handtekening: .....

Via stcrt-2021-17794

Gewijzigde artikelen

Artikel 3a.1Melding zoönosen
Gewijzigd
Als zoönosen als bedoeld in artikel 2.12, eerste en derde lid, van de wet, worden aangewezen de in de onderstaande tabel genoemde zoönosen bij de daarbij genoemde soorten: infecties met Campylobacter spptoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia) infecties met leptospira spp ten gevolge van Leptospira hardjotoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia) infecties met listeriatoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia) infecties met Yersiniatoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia) toxoplasmosetoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia) Salmonellosetoegevoegd: | eindezoogdieren (Mammalia)

Via stcrt-2021-17794

Artikel 5c.6aVerzamelen en overladen op vervoermiddel voor Nederlandse markt
Gewijzigd
De artikelen 133, tweede lid, en 134 van verordening (EU) nr. 2016/429, de artikelen 1.34 en 1.35 van het besluit, en artikel verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 5c einde.verwijderd: 2c eindetoegevoegd: 2 einde zijn van overeenkomstige toepassing op het verzamelen van hoefdieren, bedoeld in die artikelen, die afkomstig zijn uit een inrichting in Nederland en die worden vervoerd naar een inrichting in Nederland.

Via stcrt-2026-32636