Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Procedureverloop als toegang tot de onderlinge overlegprocedure wordt verleend

Onderdeel van Besluit Onderlinge overlegprocedures· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 23 juni 2020

De Nederlandse bevoegde autoriteit streeft naar afronding van onderlinge overlegprocedures binnen een termijn van twee jaar. Dit sluit aan bij de termijn die ook internationaal als richtsnoer wordt gebruikt.18Zo vloeit uit de minimumstandaard van BEPS Actie 14 voort dat landen zich inspannen om verzoeken om in onderling overleg te treden gemiddeld binnen een termijn van (aaneengesloten) 24 maanden af te handelen. Ook in de WFA en het EU-arbitrageverdrag is als hoofdregel een termijn van twee jaar opgenomen waarbinnen de bevoegde autoriteiten een uitkomst proberen te bereiken. Een overlegprocedure kan echter ook langer duren. Regelingen die de mogelijkheid van arbitrage bevatten, schrijven voor vanaf welk moment een verzoek om arbitrage kan worden gedaan. De overlegtermijn en het moment waarop deze termijn aanvangt, wordt dan bepaald door de grondslag waarop een verzoek is gebaseerd. De WFA schrijft voor dat als niet binnen een overlegtermijn van twee jaar overeenstemming is bereikt, arbitrage mogelijk is. Deze termijn kan met maximaal een jaar worden verlengd.19Zie artikel 3.1 van de WFA voor de specifieke regels over de tweejaarstermijn. De termijn vangt aan op de dag van verzending van de aanvaarding van het verzoek aan de belanghebbende. Als het verzoek in beide landen is ingediend en beide landen een beslissing moeten nemen over de aanvaarding van het verzoek, vangt de termijn aan op de dag waarop de laatste aanvaarding van het verzoek is verzonden. Voor verzoeken die gebaseerd zijn op een belastingverdrag, wordt de aanvang en duur van de overlegtermijn bepaald door de van toepassing zijnde arbitrageregeling, indien het desbetreffende verdrag een dergelijke regeling bevat (dat wil zeggen: de termijn waarna arbitrage start, bepaalt de overlegtermijn). Onder een verdrag waaraan de arbitrageafdeling van het MLI is toegevoegd, geldt dat de termijn start op het eerste van de volgende momenten: wanneer beide bevoegde autoriteiten de belanghebbende hebben geïnformeerd dat ze het verzoek hebben ontvangen en dat dit voldoende compleet is om het in behandeling te nemen, of wanneer drie maanden zijn verstreken nadat de bevoegde autoriteit de andere bevoegde autoriteit heeft geïnformeerd over het verzoek. Het MLI voorziet als hoofdregel in een overlegtermijn van twee jaar. Staten mogen deze termijn vervangen door een termijn van drie jaar. De termijn start later wanneer de bevoegde autoriteiten aanvullende informatie opvragen.20Zie artikel 19, lid 1, lid 8 en lid 9 van het MLI. In gevallen waarin een belastingverdrag niets regelt omtrent de termijn waarbinnen de overlegprocedure plaatsvindt, streeft Nederland ernaar de termijnen van het MLI zoals hiervoor genoemd aan te houden. Onder het EU-arbitrageverdrag vangt de overlegtermijn in beginsel aan op het moment van ontvangst van het complete verzoek door de bevoegde autoriteit (en na verstrekking van gevraagde informatie, wanneer relevant).21Zie artikel 7, lid 1 van het EU-arbitrageverdrag en onderdeel 5 van de Code of Conduct bij het EU-arbitrageverdrag. De overlegtermijn bedraagt in principe twee jaar, maar kan worden verlengd. Wanneer de zaak ook aan een rechtbank is voorgelegd, gaat de overlegtermijn van twee jaar pas in op de datum waarop de beslissing in hoogste instantie volgens de nationale wetgeving definitief is geworden. Ook kan van de termijn van twee jaar worden afgeweken indien de bevoegde autoriteiten dat overeenkomen en de betrokken verbonden ondernemingen daarmee instemmen. Op hoofdlijnen kunnen in het kader van de onderlinge overlegprocedure een pre-overlegfase, een overlegfase en een post-overlegfase worden onderscheiden. Deze hoofdonderdelen komen terug onder de WFA, belastingverdragen en het EU-arbitrageverdrag. In de pre-overlegfase vinden in ieder geval de volgende handelingen plaats: Indienen van het verzoek door belanghebbende. Notificatie andere bevoegde autoriteit door de Nederlandse bevoegde autoriteit (of vice versa). Inhoudelijke beoordeling van het verzoek en eventueel verzoek om aanvullende informatie. Conclusie over de gegrondheid van het verzoek en een unilaterale oplossing waar mogelijk. Het verloop van het inhoudelijke overleg wordt niet nader ingevuld door de WFA, belastingverdragen of het EU-arbitrageverdrag. Wel maken landen hier bilateraal of multilateraal (administratieve) afspraken over.22Zie bijvoorbeeld de Code of Conduct bij het EU-arbitrageverdrag, afspraken die Nederland met Frankrijk (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2010/12/08/administratieve-afspraken-onderlinge-overlegprocedure-met-frankrijk) en de Verenigde Staten (Stcrt. 2003, 196) heeft gemaakt en afspraken die in het kader van BEPS Actie 14 worden gemaakt (https://www.oecd.org/tax/dispute/mutual-agreement-procedure-statistics-reporting-framework.pdf). Het overleg verloopt in de regel langs de volgende hoofdlijnen en begint met het versturen van een eerste standpuntennota door de bevoegde autoriteit (in de regel door de woonstaat).23In verrekenprijszaken is het gebruikelijk dat de staat die een correctie heeft opgelegd de eerste standpuntennota opstelt. Ook kunnen er per zaak uitzonderingen worden gemaakt op de hoofdregel al naar gelang de bevoegde autoriteiten dat noodzakelijk achten. Onderstaande gaat ervan uit dat Nederland de eerste standpuntnota verstuurt. Deze standpuntnota bevat doorgaans: een inhoudelijke beoordeling door de Nederlandse bevoegde autoriteit met betrekking tot de vraag in hoeverre sprake is van heffing niet in overeenstemming met bepalingen van een (belasting)verdrag; de voorgestelde oplossing of oplossingsrichting; en de van belang zijnde onderliggende stukken. De andere bevoegde autoriteit kan na de ontvangst van de standpuntnota in principe op twee manieren reageren. Zij stemt inhoudelijk in met de voorgestelde oplossing, en laat dat aan de Nederlandse bevoegde autoriteit weten. Of zij stemt niet in en antwoordt met een eigen standpuntnota waarin zij een inhoudelijke reactie geeft op hetgeen door Nederland in de standpuntnota naar voren is gebracht. Indien de bevoegde autoriteiten van mening (blijven) verschillen kunnen nieuwe schriftelijke rondes plaatsvinden en zal Nederland inzetten op aanvullend overleg per e-mail, telefoon en gemeenschappelijke bijeenkomsten. Als de bevoegde autoriteiten een oplossing hebben bereikt, zal de uitkomst aan de belanghebbende worden voorgelegd. Deze zal dan een redelijke termijn krijgen om schriftelijk mee te delen of hij de uitkomst geheel aanvaardt (of geheel afwijst). Na akkoord door belanghebbende wordt de uitkomst geïmplementeerd. Bij afwijzing van de voorgestelde uitkomst eindigt de onderlinge overlegprocedure en staat het de belanghebbende vrij (indien mogelijk) nationale procedures op te starten dan wel voort te zetten. Indien de bevoegde autoriteiten geen overeenstemming hebben, zal belanghebbende hier ook van op de hoogte worden gesteld. Afhankelijk van de grondslag waarop de belanghebbende zijn verzoek heeft gebaseerd, kan de zaak worden voorgelegd aan een arbitragecommissie. De implementatie van een uitkomst en eventuele arbitrage worden nader toegelicht in de hoofdstukken 6 en 7 van dit Besluit. De Nederlandse bevoegde autoriteit heeft de mogelijkheid om een verzoek voor advies en ondersteuning voor te leggen aan andere onderdelen van de Belastingdienst. Zo adviseert en ondersteunt in verrekenprijszaken de Coördinatiegroep Verrekenprijzen (‘CGVP’) de Nederlandse bevoegde autoriteit. De onderlinge overlegprocedure is een interstatelijke aangelegenheid die door de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten wordt afgewikkeld. Bij de uitwisseling van standpunten tussen de bevoegde autoriteiten is belanghebbende dan ook niet direct betrokken. Dit betekent dat aan belanghebbende geen afschriften worden verstrekt van correspondentie tussen de betrokken bevoegde autoriteiten. Tijdens het overleg kan de belanghebbende nog om nadere informatie worden gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel