Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Zesde standaardvoorwaarde

Onderdeel van Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting; geruisloze omzetting artikel 3.65 Wet IB 2001; standaardvoorwaarden en toelichting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 5 november 2025

De verkrijgingsprijs bedoeld in artikel 4.21 Wet IB 2001 van de bij de omzetting verkregen aandelen wordt gesteld op de som van de fiscale boekwaarden op het overgangstijdstip van de vermogensbestanddelen die worden ingebracht. Voor zover zonder de toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 voordelen – zowel positieve als negatieve voordelen – zouden zijn vrijgesteld door de toepassing van artikel 3.11 (vrijstelling voor bosbedrijf) of artikel 3.12 (landbouwvrijstelling) Wet IB 2001 wordt het bedrag bepaald op grond van de vorige zin, verhoogd respectievelijk verlaagd met deze voordelen. Daarnaast vindt verhoging van dit bedrag plaats met 200% van de negatieve terugkeerreserve genoemd in artikel 3.65, tweede lid, Wet IB 2001. Dit bedrag wordt vervolgens verminderd met het bedrag van de reserves als bedoeld in artikel 3.53, eerste lid, onderdeel a, b en c, Wet IB 2001, de bij de vennootschap bedongen lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.129 en 10a.29 Wet IB 2001 en met de creditering als bedoeld in de vierde standaardvoorwaarde. Als tot de in te brengen onderneming vermogensbestanddelen behoren waarop een objectieve vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 3.11 (bosbouwvrijstelling) of 3.12 (landbouwvrijstelling) Wet IB 2001 – daaronder begrepen hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel E, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 -, voorkomt deze voorwaarde dat een voorheen niet bestaande inkomstenbelastingclaim wordt gevestigd. De in deze vermogensbestanddelen aanwezige (positieve of negatieve) stille reserves kunnen immers door de werking van de desbetreffende objectieve vrijstelling voor het belastbare inkomen uit werk en woning (gedeeltelijk) zijn vrijgesteld. De belastingplichtige verkrijgt bij de geruisloze omzetting een (fictief) aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 4.6 en 4.11 Wet IB 2001. De inspecteur geeft ter zake van de verkrijgingsprijs ambtshalve een voor bezwaar vatbare beschikking af als bedoeld in artikel 4.36 Wet IB 2001. Deze beschikking kan pas worden vastgesteld na oprichting van de vennootschap. Een negatieve terugkeerreserve vervalt bij geruisloze omzetting zonder de winst te beïnvloeden krachtens artikel 3.65, tweede lid, Wet IB 2001. Krachtens dezelfde bepaling moet hiermee rekening worden gehouden bij de bepaling van de verkrijgingsprijs van de aandelen. Dit gebeurt in de zesde voorwaarde door verhoging van de verkrijgingsprijs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel