Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Achtste standaardvoorwaarde

Onderdeel van Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting; geruisloze omzetting artikel 3.65 Wet IB 2001; standaardvoorwaarden en toelichting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 5 november 2025

Als een onderneming door een buitenlandse belastingplichtige met toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 wordt omgezet, wordt de heffing over de uit de omzetting voortvloeiende aanmerkelijkbelangclaim verzekerd door de aanslag inkomstenbelasting over het jaar van omzetting te verhogen met het zogenoemde geconserveerde bedrag. Ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet IB 2001 bestaat de mogelijkheid dat de uit een geruisloze omzetting voortvloeiende aanmerkelijkbelangclaim – als gevolg van verdragstoepassing – niet kan worden geëffectueerd. Om heffing over de aanmerkelijkbelangclaim te verzekeren wordt de aanslag inkomstenbelasting van een buitenlandse belastingplichtige over het laatste jaar waarin de resultaten van zijn onderneming in de inkomstenbelasting worden betrokken, verhoogd met het geconserveerde bedrag. Het geconserveerde bedrag is gelijk aan de claim die standaardvoorwaarde 6 zou doen ontstaan als verdragstoepassing niet het ontstaan van deze claim zou verhinderen. Op hoofdlijnen kan deze claim worden omschreven als het bedrag dat gelijk is aan het aanmerkelijkbelangtarief geldend in het jaar van de geruisloze omzetting vermenigvuldigd met de waarde in het economische verkeer van de om te zetten onderneming, verminderd met de boekwaarde van die onderneming op het overgangstijdstip en verminderd met de vennootschapsbelastingclaim die op het overgangstijdstip wordt gevestigd. Voor zover zonder de toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001 voordelen – zowel positieve als negatieve voordelen – zouden zijn vrijgesteld door de toepassing van artikel 3.11 of 3.12 Wet IB 2001 wordt de waarde in het economische verkeer van de onderneming genoemd in de vorige zin hiervoor gecorrigeerd. Dat wil zeggen dat positieve voordelen worden afgetrokken en negatieve voordelen worden bijgeteld. Schematisch is de berekening dus als volgt: ab-tarief x (waarde in het economische verkeer onderneming -/- boekwaarde onderneming -/- vrijstelling artikel 3.11/3.12 Wet IB 2001 -/- vennootschapsbelastingclaim) De hiervoor bedoelde vennootschapsbelastingclaim wordt berekend door het vennootschapsbelastingtarief geldend in het jaar van de geruisloze omzetting te vermenigvuldigen met het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de om te zetten onderneming en de boekwaarde van die onderneming op het overgangstijdstip. Hierbij wordt rekening gehouden met eventuele objectieve vrijstellingen als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 Wet IB 2001. Op basis van een schriftelijk verzoek verleent de ontvanger de belastingschuldige uitstel van betaling voor het geconserveerde bedrag, mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger gestelde voorwaarden. Indien de belastingschuldige op het overgangstijdstip woonachtig is in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zijn zowel het schriftelijke verzoek als de zekerheidstelling niet vereist voor het door de ontvanger te verlenen uitstel. Gedurende het uitstel wordt niet overgegaan tot verrekening van uit te betalen belastingbedragen met de bedragen waarvoor uitstel van betaling is verleend. Aangezien het in deze context gaat om het waarborgen van een aanmerkelijkbelangclaim in de aanslag inkomstenbelasting, acht ik het passend om het in het kader van deze voorwaarde voorziene uitstel van betaling renteloos te verlenen. Anders dan bij krachtens de invorderingswet geldend uitstel wordt bij uitstel in het kader van de regeling van de achtste standaardvoorwaarde geen invorderingsrente in rekening gebracht. Het uitstel eindigt als zich een situatie voordoet genoemd in artikel 25, achtste lid, onderdeel a of b, van de Invorderingswet 1990. Het uitstel eindigt eveneens wanneer de feitelijke leiding van de vennootschap wordt verplaatst naar een ander land dan Nederland. De krachtens deze voorwaarde verhoogde aanslag wordt kwijtgescholden voor zover bij de belastingplichtige belasting wordt geheven ter zake van inkomen uit aanmerkelijk belang. Er wordt aangesloten bij de systematiek van artikel 26, vierde en vijfde lid, van de Invorderingswet 1990.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel