Tabel 1 – categorie 1: congestieverzachters
FunctieOmschrijving
CongestieverzachterEen congestieverzachter is een partij waarvan de systeembeheerder op basis van de zo actueel mogelijke gegevens uit bijlage 2, eerste lid, vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat de beschikbare transportcapaciteit, bedoeld in artikel 7.14, vierde lid, voor overige partijen toeneemt en niet leidt tot toename van congestie in een ander deel van het systeem van die systeembeheerder of in het systeem van een andere systeembeheerder.
Tabel 2 – categorie 2. ‘Veiligheid’ (op alfabetische volgorde van (sub)functie)
FunctieSubfunctieOmschrijving
ElektriciteitsinfrastructuurElektriciteitssystemenDe systeembeheerder, bedoeld in artikel 3.2 van de Energiewet voor zover dat nodig is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.23 van de Energiewet.
GezondheidszorgAcute gezondheidszorg – Aanbieders van acute geestelijke gezondheidszorgAanbieders van acute geestelijke gezondheidszorg voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbiedenApotheken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel oo, van de Geneesmiddelenwet voor zover dat nodig is om te voorzien in acutezorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdienstenGemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Huisartsenzorg in huisartsenpostenHuisartsenzorg in huisartsenposten voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Medisch-specialistische acutezorgAanbieders van medisch-specialistische zorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wet toetreding zorgaanbieders voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Regionale AmbulancevoorzieningenRegionale Ambulancevoorzieningen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – TraumacentraZiekenhuizen die zijn aangewezen op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdienstenEen partij die op grond van artikel 14, vierde lid, van de Wet publieke gezondheid is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid voor zover dat nodig is om te voorzien in acute zorg als bedoeld in artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Algemene ziekenhuizenAlgemene en categorale ziekenhuizen als bedoeld in artikel 8a.1, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz voor zover dat nodig is voor zorg om een beroep op de acute zorg te voorkomen.
BloedvoorzieningDe partij die op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening is aangewezen als bloedvoorzieningsorganisatie.
Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieënEen partij die op grond van artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, juncto artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3, van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie van 4 mei 2023 (Stb. 2023, 172) actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie, voor zover dat nodig is om te voorzien in zeer sensitieve technologie.
Openbare drinkwatervoorzieningHet drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet of een daaraan gelijk gestelde partij voor zover dat nodig is om te voldoen aan de wettelijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet.
TelecommunicatieC2000 en GMSHet tactische en operationele beheer van het landelijke communicatiesysteem voor de hulpdiensten in Nederland (‘C2000’) en het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem (‘GMS’), bedoeld in artikel 1 van de Regeling C2000 en GMS.
NAFINDe uitvoering en het beheer van het Netherlands Armed Forces Integrated Network (‘NAFIN’) ten behoeve van gebruik voor vitale overheidstaken, bedoeld in artikel 1 van het Besluit aanwijzing elektronisch communicatienetwerk voor vitale overheidstaken.
NCVDe uitvoering en het beheer door Koninklijke KPN N.V. van het telecommunicatienetwerk dat is ontwikkeld als noodcommunicatievoorziening (‘NCV’), bedoeld in artikel 1 van de Regeling Noodcommunicatievoorziening.
VeiligheidsdienstenAIVDDe Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (‘AIVD’), bedoeld in artikel 8 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
Defensie / krijgsmachtKoninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 2012 of artikel 97 van de Grondwet.
DouaneDe douaneautoriteiten, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene douanewet voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening van de algemene Douanewet.
EuropolHet agentschap van de Europese Unie voor rechtshandhavingssamenwerking ‘Europol’, bedoeld in Verordening (EU) 2016/794 voorzover dat nodig is voor de taakuitoefening, omschreven in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/794.
Justitie en gevangeniswezen – DV&ODe Dienst Vervoer en Ondersteuning (‘DV&O’) van Dienst Justitiële inrichtingen voor zover dat nodig is ter ondersteuning van de rechtspraak en het gevangeniswezen.
Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorgInstellingen die voorzien in forensische zorg als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet forensische zorg voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Wet forensische zorg.
Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingenJustitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in de artikelen 3a, 3b en 3c van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingenPenitentiaire inrichtingen als bedoeld in artikel 3 van de Penitentiaire beginselenwet voor zover dat nodig is om te voldoen aan de taakuitoefening in de Penitentiaire beginselenwetæ
Justitie en gevangeniswezen – RechtspraakGerechtsgebouwen als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechtelijke organisatie voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening van de rechtspraak, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet op de rechtelijke organisatie.
MIVDDe Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (‘MIVD’), bedoeld in artikel 10 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
NCTVDe Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (‘NCTV’), bedoeld in artikel 2 van de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid.
Noodhulp – AmbulancepostenDe Regionale Ambulancevoorziening, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancevoorziening die voorziet in ambulancezorg voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
Noodhulp – BrandweerBrandweerdiensten namens de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s.
Noodhulp – MeldkamersDegene die verantwoordelijk is voor meldkamers als bedoeld in artikel 25a van de Politiewet 2012 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 25b van de Politiewet 2012.
PolitieDe politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Politiewet 2012, voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in de Politiewet 2012.
RIVMHet Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (‘RIVM’), bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het RIVM.
Verkeersveiligheid luchtverkeerLVNLDe luchtverkeersbeveiligingsorganisatie (Luchtverkeersleiding Nederland, ‘LVNL’) die op grond van artikelen 5.22 en 5.23, eerste lid, van de Wet Luchtvaart, een zo groot mogelijke veiligheid van het luchtverkeer in het vluchtinformatiegebied Amsterdam moet bevorderen voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de Wet Luchtvaart.
De luchtverkeersbeveiligingsorganisatie (Luchtverkeersleiding Nederland, ‘LVNL’) die op grond van artikelen 5.22 en 5.23, tweede lid, van de Wet Luchtvaart, is belast met het verlenen van luchtverkeersdiensten in vluchtinformatiegebieden zoals aangewezen in de Regeling belasten LVNL met luchtverkeersdienstleiding voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.23, tweede lid, van de Wet Luchtvaart.
Andere verleners van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiedienstenEen andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten die op grond van artikel 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet Luchtvaart deze diensten verricht voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet Luchtvaart.
EurocontrolEurocontrol die op grond van artikel 5.14, aanhef en onder a, van de Wet Luchtvaart is aangewezen om binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam luchtverkeersdiensten te verlenen, en welke aanwijzing is gedaan in Bijlage 1 van de Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht van 25 november 1986 voor zover dat nodig is in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 5.14 van de Wet Luchtvaart.
VerkeersveiligheidspoorwegenHoofdspoorweginfrastructuurPartij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur voor zover dat nodig is voor het borgen van de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet.
Lokale spoorweginfrastructuurPartij die door het college van Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur is aangewezen als beheerder van de lokale spoorweginfrastructuur op grond van artikel 18 van de Wet lokaal spoor voor zover dat nodig is voor het borgen van de veiligheid van de lokale spoorweginfrastructuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet lokaal spoor.
Het college van Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur dat seinen plaatst ten behoeve van het spoorwegverkeer over de lokale spoorweg voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid op de lokale spoorweg, bedoeld in artikel 5 van het Besluit lokaal spoor.
VerkeersveiligheidwaterwegenGemeentelijke scheepvaartwegenHet college van burgemeester en wethouders dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de Scheepvaartverkeerswet beheerder is van de gemeentelijke scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
Provinciale scheepvaartwegenHet college van Gedeputeerde Staten dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Scheepvaartverkeerswet beheerder is van de provinciale scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
Het college van Gedeputeerde Staten dat op grond van artikel 2, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet door provinciale staten als bevoegd gezag is aangewezen voor scheepvaartwegen in het belang van de eenheid van de ordening van het doorgaande scheepvaartverkeer voorzover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid van de Scheepvaartverkeerswet.
RijksscheepvaartwegenHet directoraat-generaal Rijkswaterstaat dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 beheerder is van de Rijksscheepvaartwegen voorzover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
Een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen orgaan van een openbaar lichaam voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
Het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot het gedeelte van de Nederlandse territoriale zee dat binnen het gebied van de gemeente is gelegen op grond van artikel 2, aanhef tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet; of in afwijking daarvan anders aangewezen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of de Minister van Defensie bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit, voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid van de Scheepvaartverkeerswet.
Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaamHet dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen dat op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4°, van de Scheepvaartverkeerswetbeheerder is van scheepvaartwegen voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
WaterschapsscheepvaartwegenHet bevoegd gezag van scheepvaartwegen in beheer bij een waterschap, aangewezen door provinciale staten op grond van artikel 2, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet voor zover dat nodig is voor de taakstelling in artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet.
VerkeersveiligheidwegenOpenbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of RijkHet college van burgemeester en wethouders dat als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Provinciale wegenHet college van Gedeputeerde Staten dat als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
RijkswegenHet directoraat-generaal Rijkswaterstaat dat, als taak heeft de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013, artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 3°, van de Omgevingswet, artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
WaterschapswegenHet waterschap dat bij provinciale verordening als taak toebedeeld heeft gekregen de openbare wegen te onderhouden en de staat en werking ervan te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen op grond van artikel 15 van de Wegenwet voor zover dat nodig is voor het borgen van de verkeersveiligheid van de weginfrastructuur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
WaterbeheerDerden belast met waterbeheerEen partij die grond van artikel 2.17, tweede lid of derde lid, van de Omgevingswet, door een waterschap is belast met de exploitatie van de zuivering van het stedelijk afvalwater voor zover dat nodig is voor de uitvoering van die taak.
GemeentenDe gemeente die op grond van artikel 2.16, eerste lid, onder a, subonderdeel 1 en 3, van de Omgevingswet is belast met de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater en de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater voor zover dat daarvoor nodig is.
RijkswaterstaatHet directoraat-generaal Rijkswaterstaat, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening op het vlak van waterbeheer, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 op gebied van waterstaatswerken en waterwegen.
WaterschappenHet waterschap dat is aangewezen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de Waterschapswet.
Tabel 3 – categorie 3. ‘Basisbehoeften’ (op alfabetische volgorde van (sub)functie)
FunctieSubfunctieOmschrijving
AfvalstoffenbeheerInzamelen van (grove) huishoudelijk afvalDe gemeente, of een partij in opdracht van de gemeente, die het huishoudelijk en grove huishoudelijk afval inzamelt, conform de artikelen 10.21, 10.22, 10.24 en 10.29 van de wet Milieubeheer en de eisen uit de door de desbetreffende gemeente opgestelde afvalstoffenverordening of het omgevingsplan.
GasinfrastructuurGassystemenDe systeembeheerder, bedoeld in artikel 3.2 van de Energiewet, voor zover dat nodig is voor de uitvoering van wettelijke taken als bedoeld in artikel 3.23 van de Energiewet.
Gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in NederlandGasopslagbeheerder van een gasopslagsysteem als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet dat wordt gebruikt voor (i) seizoensopslag als bedoeld in artikel 1.1 van het Energiebesluit en artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling of (ii) de pieklevering, bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet en artikel 3.30 van het Energiebesluit.
OnderwijsMiddelbaar beroepsonderwijsMiddelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Primair onderwijsPrimair onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op primair onderwijs voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet op primair onderwijs.
Speciaal onderwijsSpeciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertise centra voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening als bedoeld in Titel I en Titel II van de Wet op de expertisecentra.
Voortgezet onderwijsVoortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening, bedoeld in hoofdstuk I en hoofdstuk II van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Openbaar vervoer (OV)Nationaal OV per treinEen partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het openbaar vervoer per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie.
Regionaal OV per treinEen partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor het regionaal openbaar vervoer per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie.
Regionaal OV anders dan per trein algemeenEen partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam op grond van artikel 20, tweede en derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor openbaar vervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie.
Een partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst.
Een partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst.
Een partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor personenvervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie.
Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of RotterdamEen partij aan wie door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op grond van artikel 20, tweede en derde lid, in samenhang met artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000 en artikel 36b van het Besluit personenvervoer 2000 een concessie is verleend voor openbaar vervoer anders dan per trein voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de concessie.
Regionaal OV anders dan per trein – niet vallend onder de reikwijdte van de Wp2000 en het Bp2000Een partij die een overeenkomst heeft met de gemeente tot het beheer en/of de exploitatie van veerdiensten per pont voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van de overeenkomst.
De gemeente die ten behoeve van het beheer en/of de exploitatie van veerdiensten per pont beschikt over de aansluiting en transportcapaciteit van deze veerdiensten.
De partij zoals bedoeld in artikel 1 van de Statuten van N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming gevestigd te Texel voor zover dat nodig is voor het exploiteren van een bootdienst tussen Texel en Den Helder als bedoeld in artikel 2 van de Statuten.
TelecommunicatieAanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerkEen partij als bedoeld in artikel 1 van de Telecommunicatiewet.
Aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerkEen partij die bij de Autoriteit Consument en Markt is geregistreerd als bedoeld in artikel 2.1 van de Telecommunicatiewet.
WarmtevoorzieningWarmtelevering met vergunningplichtEen partij met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de Warmtewet voor zover dat nodig is om te voorzien in het transporteren en/of leveren van warmte zoals bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet.
Warmtelevering zonder vergunningplichtEen partij die is vrijgesteld van de vergunningplicht op grond vanartikel 9, tweede lid, van de Warmtewet voor zover dat nodig is om te voorzien in het transporteren en/of leveren van warmte zoals bedoeld in artikel 2 van de Warmtewet.
Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvormEen partij die op grond van artikel 1a, eerste lid, van de Warmtewet is uitgezonderd van de Warmtewet.
WarmtenetbeheerEen partij die zich bezighoudt met het beheren, aanleggen of onderhoud en van een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet en warmte over dat net transporteert.
WoonbehoefteAlgemeenEen partij die voorziet in woonbehoefte met woonvoorzieningen met aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x35A, inclusief en zonder begrenzing op de doorlaatwaarde van de aansluitingen, kleinschalige, onlosmakelijk verbonden activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van de woonbehoefte en collectieve voorzieningen die nodig zijn voor de woonfunctie.
Een individuele woning met een aansluiting met een maximale doorlaatwaarde van 3x35A, inclusief een individuele woning met een verzwaring van de aansluiting tot en met een doorlaatwaarde van 3x35A.
Collectieve woonvormenCollectieve woonvormen, inclusief collectieve voorzieningen die nodig zijn voor de woonfunctie: – Opvang als bedoeld in artikel 1, onderdelen d en e, van de Wet centraal orgaan opvang asielzoekers; – Opvang van ontheemden uit Oekraïne als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne; – Beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning; – Opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning; – Een instelling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onder 1, van de Wet langdurige zorg en waarbij sprake is van verblijf zoals bedoeld in de artikelen 1.1.1 en 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg; – Een accommodatie of een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet waar jeugdhulp of gesloten jeugdhulp wordt verleend zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; – Woonvoorzieningen voor studenten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, van de Energiewet; – Woonvoorzieningen voor arbeidsmigranten als voorzien of te voorzien in een omgevingsplan; – Een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; – Een accommodatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; – Een instelling voor geriatrische revalidatiezorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Besluit zorgverzekering; – Eerstelijnsverblijf als bedoeld in artikel 2.12 Besluit zorgverzekering en artikel 1 van de Regeling eerstelijnsverblijf.
Tabel 4 – benodigde bewijsstukken in categorie 2 en 3 (op alfabetische volgorde van (sub) functie)
(Sub)functieBenodigde bewijsstukken per (sub)functie
Categorie 2
Elektriciteitsinfrastructuur – Elektriciteitssystemen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35130 (transmissie van elektriciteit) of SBI 35140 (distributie van elektriciteit). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van artikel 3.2 van de Energiewet.
Acute gezondheidszorg – Acute geestelijke gezondheidszorg– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs van melding als bedoeld in artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Acute gezondheidszorg – Apotheken die in de avond, nacht en op zondag farmaceutische zorg aanbieden– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 47730 (detailhandel in farmaceutische artikelen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs dat de verzoekende partij is geregistreerd in het register van gevestigde apotheken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Acute gezondheidszorg – Gemeentelijke gezondheidsdiensten– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Huisartsen zorg in huisartsenposten– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86210 (huisartsenzorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Bewijs van melding als bedoeld in artikel 2 van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Acute gezondheidszorg – Medisch specialistische acute zorg– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86 (gezondheidszorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Acute gezondheidszorg – Regionale Ambulancevoorzieningen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz.
Acute gezondheidszorg – Trauma centra– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet op bijzondere medische verrichtingen blijkt.
Acute gezondheidszorg – Uitbesteedde taken van Gemeentelijke gezondheidsdiensten– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86992 (preventieve zorg) of SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van het crisisplan, bedoeld in artikel 8a.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. – Afschrift van een document door of namens het college van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de verzoekende partij is belast met de taken van gemeentelijke gezondheidsdiensten als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.
Gezondheidszorg – Algemene en categorale ziekenhuizen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8610 (activiteiten van ziekenhuizen). – Afschrift van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Gezondheidszorg – Bloedvoorziening– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder dan één maand is, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een document waaruit de aanwijzing door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening blijkt.
Ontwikkelaars en aanbieders van zeer sensitieve technologieën– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij (i) dezelfde partij is aan wie de exportcontrolevergunning is verleend, of (ii) dezelfde partij is waarvan de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane bevestigt dat die partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie, of (iii) dezelfde partij is waarvan het Bureau Toetsing Investeringen bevestigt dat die partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Exportcontrolevergunning, verstrekt door de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane door of namens de Minister van Buitenlandse Handel of Ontwikkelingssamenwerking of verstrekt door de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die betrekking heeft op één of meer van de verwijzingscodes van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik die staan vermeld in bijlage 3 van het Besluit Toepassingsbereik Sensitieve Technologie. – Indien de partij niet beschikt of een exportcontrolevergunning, een bestuurlijk rechtsoordeel door of namens de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane waaruit blijkt dat de partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames, artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3 van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie. – Indien de zeer sensitieve technologie niet voorkomt op de EU-exportcontrole lijst, een bestuurlijk rechtsoordeel door of namens het Bureau Toetsing Investeringen van het Ministerie van Economische Zaken waaruit blijkt dat de partij actief is op het gebied van zeer sensitieve technologie bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames, artikel 4, eerste en tweede lid, en bijlage 3 van het Besluit toepassingsbereik sensitieve technologie.
Openbare drinkwatervoorziening– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 36000 (winning, behandeling en distributie van water). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als: (i) drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 5 van de Drinkwaterwet, of (ii) partij die met een drinkwaterbedrijf is gelijkgesteld in de zin van artikel 1, vierde lid, van de Drinkwaterwet.
Telecommunicatie – C2000 en GMS– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Korpschef die op grond van artikel 1, onder 1, Regeling C2000 en GMS zorg draagt voor het tactische en operationele beheer van C2000, of namens de onder hem ressorterende functionarissen bedoeld in artikel 5 van het Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging inzake beheer C2000. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de Korpschef of de namens hem onder hem ressorterende functionaris.
Telecommunicatie – NAFIN– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van Defensie die op grond van artikel 1 Besluit aanwijzing elektronische communicatienetwerken voor vitale overheidstaken is aangewezen als gebruiker en beheerder van het openbaar elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vitale overheidstaken, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de bevoegde bestuurder van Defensie.
Telecommunicatie – NCV– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Koninklijke KPN N.V. die op grond van artikel 1 van de Regeling Noodcommunicatievoorziening is aangewezen als ontwikkelaar van de noodvoorziening, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de bevoegde bestuurder van Koninklijke KPN N.V.
Veiligheidsdiensten – AIVD– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
Veiligheidsdiensten – Defensie / Krijgsmacht– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Koninklijke Marechaussee, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht of Koninklijke Marine.
Veiligheidsdiensten – Douane– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het Directoraat-Generaal Douane.
Veiligheidsdiensten – Europol– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de uitvoerend directeur van Europol.
Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – DV&O– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen.
Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Instellingen voor forensische zorg– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen rijkinstelling of private instelling is als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet forensische zorg.
Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Justitiële jeugdinrichtingen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen particuliere of rijksinrichting is als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Penitentiaire inrichtingen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, een door de Minister van Rechtsbescherming aangewezen inrichting is als bedoeld in artikel 3 van de Penitentiaire beginselen wet.
Veiligheidsdiensten – Justitie en gevangeniswezen – Rechtspraak– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84231 (rechtspraak).
Veiligheidsdiensten – MIVD– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst.
Veiligheidsdiensten – NCTV– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.
Veiligheidsdiensten – Noodhulp Ambulanceposten– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 86920 (ambulancezorg).
Veiligheidsdiensten – Noodhulp Brandweer– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84250 (diensten van de brandweer).
Veiligheidsdiensten – Noodhulp Meldkamers– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de korpschef als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid) of 80090 (beveiligingsactiviteiten, n.e.g.).
Veiligheidsdiensten – Politie– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de korpschef als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Politiewet 2012. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 84240 (diensten van openbare orde en veiligheid).
Veiligheidsdiensten – RIVM– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van het RIVM.
Verkeersveiligheid luchtverkeer – LVNL– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Luchtverkeersleiding Nederland (‘LVNL’) die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat LVNL door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in de gecontroleerde luchthavens en luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in artikel 5.22 en artikel 5.23, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart.
Verkeersveiligheid luchtverkeer – Andere verlener van luchtverkeersdiensten of luchtvaartnavigatiediensten dan LVNL– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.0a 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de andere verlener van luchtverkeersdiensten die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die de schriftelijke instemming heeft van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om luchtverkeersdiensten te verrichten. – Afschrift van de schriftelijke instemming van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om de luchtverkeersdiensten te laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, bedoeld in artikelen 5.14b en 5.23, vierde en vijfde lid, van de Wet luchtvaart.
Verkeersveiligheid luchtverkeer – Eurocontrol– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van Eurocontrol die om prioriteit verzoekt. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening het vluchtinformatiegebied Amsterdam. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat Eurocontrol is belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening in het vluchtinformatiegebied Amsterdam, bedoeld in artikel 5.14 van de Wet luchtvaart.
Verkeersveiligheid spoorwegen – hoofdspoorweginfrastructuur– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet is verleend en aan wie de veiligheidsvergunning op grond van artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet is verleend. – Afschrift van een veiligheidsvergunning, bedoeld in artikel 16f, eerste lid, van de Spoorwegwet.
Verkeersveiligheid spoorwegen – lokale spoorweginfrastructuur beheerder– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de vergunning op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wet lokaal spoor is verleend. – Afschrift van de aanwijzing door het college van Gedeputeerde Staten, bedoeld in de artikel 18, eerste lid, van de Wet lokaal spoor.
Verkeersveiligheid spoorwegen – College van Gedeputeerde Staten voor het plaatsen van seinen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten.
Verkeersveiligheid waterwegen – Gemeentelijke scheepvaartwegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.
Verkeersveiligheid waterwegen – Provinciale scheepvaartwegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten.
Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen Directoraat-generaal Rijkswaterstaat– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rijkswaterstaat.
Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – orgaan van een openbaar lichaam– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen orgaan van het openbare lichaam.
Verkeersveiligheid waterwegen – Rijksscheepvaartwegen – college van burgemeester en wethouders van een gemeente– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.
Verkeersveiligheid waterwegen – Scheepvaartwegen in beheer bij een openbaar lichaam– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het dagelijks bestuur van het openbare lichaam.
Verkeersveiligheid waterwegen – Waterschapsscheepvaartwegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bevoegde bestuurder van het bevoegd gezag aangewezen door de provinciale staten.
Verkeersveiligheid wegen – Openbare wegen niet in beheer bij waterschap, provincie of Rijk– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.
Verkeersveiligheid wegen – Provinciale wegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van Gedeputeerde Staten.
Verkeersveiligheid wegen – Rijkswegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat.
Verkeersveiligheid wegen – Waterschapswegen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het dagelijks bestuur van de waterschap.
Waterbeheer – Derden belast met waterbeheer– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van een verklaring namens het waterschap waaruit blijkt dat het waterschap taken heeft uitbesteed aan de verzoekende partij, bedoeld in artikel 2.17, tweede en derde lid, van de Omgevingswet.
Waterbeheer – Gemeenten– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.
Waterbeheer – Rijkswaterstaat– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de directeur-generaal Rijkswaterstaat.
Waterbeheer – Waterschappen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het bestuurder van het waterschap of namens de dijkgraaf van het waterschap. – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij als waterschap is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet.
Categorie 3
Afvalstoffenbeheer – Inzamelen van (grove) huishoudelijk afval– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt dat de verzoekende partij dezelfde partij is als de partij die is aangewezen als inzameldienst en wie de bevoegde bestuurder is. – Verklaring van de gemeente dat zij zelf (grove) huishoudelijk afval inzamelt of een afschrift van een document waaruit blijkt dat de partij op dit moment door de gemeente is aangewezen als inzameldienst als bedoeld in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan.
Gasinfrastructuur – Gassystemen– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35220 (distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen) of SBI 49500 (transport via pijpleidingen). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is aangewezen als systeembeheerder op grond van artikel 3.2 van de Energiewet.
Gasinfrastructuur – gasopslagen nodig voor de borging van gasleveringszekerheid in Nederland– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35240 (opslag van gas als onderdeel van netwerkleveringsdiensten). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij een beheerder is (i) van een seizoensopslag als bedoeld in artikel 1.1 van het Energiebesluit en artikel 3.43, eerste lid, onderdeel a, van de Energieregeling; of (ii) van een gasopslagsysteem die wordt gebruikt voor de pieklevering, bedoeld in artikel 3.64 van de Energiewet en artikel 3.30 van het Energiebesluit.
Onderwijs – Middelbaar beroepsonderwijs– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85320 (middelbaar beroepsonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Onderwijs – Primair onderwijsOverheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.
Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85100 (kleuteronderwijs); SBI 8520 (basisonderwijs) of SBI 85201 (regulier basisonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Onderwijs – Speciaal onderwijsOverheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.
Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 85202 (speciaal basisonderwijs) of SBI 85203 (speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Onderwijs – Voortgezet onderwijsOverheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld. – Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke locatie.
Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 8531 (voortgezet onderwijs); SBI 85311 (havo, vwo en vmbo) of SBI 85312 (praktijkonderwijs). – Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling in het register Registratie Instellingen en Opleidingen, waarbij gegevens van de partij overeen dienen te komen met de informatie uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Openbaar vervoer – Nationaal OV per trein– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 20, eerste, lid, van de Wet personenvervoer 2000 is verleend. – Afschrift van de concessie zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 of een overeenkomst van gelijkgestelde aard.
Openbaar vervoer – Regionaal OV per trein– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 is verleend. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 of een overeenkomst van gelijkgestelde aard.
Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – AlgemeenEen partij aan wie door het college van Gedeputeerde Staten of een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam een concessie is verleend voor openbaar vervoer: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 20, tweede of derde lid van de Wet personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, van de Wet personenvervoer 2000.
Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000 op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000.
Partij waarmee een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de Wet personen vervoer 2000 op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000 een met een concessie gelijkgestelde overeenkomst heeft gesloten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is als met wie de met een concessie gelijkgestelde overeenkomst is gesloten op grond van artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de overeenkomst, bedoeld in artikel 6 van het Besluit personenvervoer 2000.
Partij aan wie door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een concessie is verleend: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 7a van het Besluit personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 7a, van het Besluit personenvervoer 2000.
Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per trein – in de gemeente Amsterdam, Den Haag of Rotterdam– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is aan wie de concessie is verleend op grond van artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000. – Afschrift van de concessie, bedoeld in artikel 63a van de Wet personenvervoer 2000.
Openbaar vervoer – Regionaal OV anders dan per treinVeerdienst per pont: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en de verzoekende partij dezelfde partij is die een overeenkomst met de gemeente gesloten heeft. – Afschrift van de overeenkomst met een gemeente tot het beheer en/of exploitatie van veerdiensten per pont.
Veerdienst per pont in beheer van gemeente: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders.
TESO: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is, en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 50300 (personenvervoer over binnenwateren).
Telecommunicatie – openbaar telecommunicatienetwerk– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet).
Telecommunicatie – openbaar elektronisch communicatienetwerk– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand is, waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 42220 (leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels) of SBI 61100 (activiteiten op het gebied van draadgebonden en draadloze telecommunicatie en telecommunicatie via satelliet).
Warmtevoorziening – Warmtelevering met vergunningplicht– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 10 van de Warmtewet. – Afschrift van de melding op grond van artikel 40 van de Warmtewet.
Warmtevoorziening – Warmtelevering zonder vergunningplicht– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht) of SBI 38220 (winning van energie uit afval). – Bewijsstuk waaruit blijkt dat artikel 9, tweede lid, van de Warmtewet van toepassing is. – Afschrift van de melding op grond van artikel 40 van de Warmtewet.
Warmtevoorziening – Warmtelevering door een verhuurder, een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de verhuurder, het bestuur van de vereniging van eigenaars of de daarmee vergelijkbare rechtsvorm van de woonbehoefte.
Warmtevoorziening – Warmtenetbeheer– Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is en dat de verzoekende partij geregistreerd staat met SBI 35300 (productie en distributie van en handel in stoom en gekoelde lucht). – Bewijs waaruit blijkt dat de verzoekende partij zich bezighoudt met het beheer, de aanleg of het onderhoud van een warmtenet als bedoeld in de Warmtewet en warmte over dat net transporteert.
Woonbehoefte – algemeenOverheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op de specifieke locatie woonbehoefte is voor zien. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld artikel 7.21, vierde lid, door of namens het college van burgemeester en wethouders en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.
Projectontwikkelaar: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van woonbehoefte. – Voor zover een koppeling wordt gemaakt tussen woonbehoefte en kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en/of collectieve voorziening: een aanvullende bestuursverklaring als bedoeld artikel 7.21, vierde lid, en een bewijsstuk waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de koppeling tussen de woonbehoefte en de kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten nodig is voor de realisatie van het woonproject en/of de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.
Individuele woningeigenaar nieuwbouw: – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de woning.
Individuele woningeigenaar of -gebruiker bestaande bouw (verzwaring): – Uittreksel van de basisregistratie adressen en gebouwen van het kadaster (https://bagviewer.kadaster.nl/) waaruit blijkt dat het object een woonfunctie heeft.
Woonbehoefte – collectieve woonvormenOverheid: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het college van burgemeester en wethouders. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar of initiatiefnemer waarin afspraken zijn vastgelegd over de te bouwen collectieve woonvorm, bedoeld in tabel 3 onder woonbehoefte en indien nodig aanpassing van het omgevingsplan. – Indien de voornoemde overeenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op die locatie is voorzien in een collectieve woonvorm zoals afgebakend in tabel 3 onder woonbehoefte.
Opvang zoals bedoeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel namens de gemeente geregistreerd onder SBI 84121 (openbaar bestuur van de zorg, onderwijs, cultuur en andere sociale diensten (met uitzondering van sociale werkplaatsen en banenpools sector overheid)). – Afschrift van de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers over de locatie. – Indien de bestuursovereenkomst niet beschikbaar is, een afschrift van de omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie.
Opvang van ontheemden uit Oekraïne zoals bedoeld in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie.
Beschermd wonen zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over beschermd wonen voor die locatie.
Opvang zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de opvang op die locatie.
Instelling zoals bedoeld in de Wet langdurige zorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Instelling voor eerstelijnsverblijf zoals bedoeld in het Zorgverzekeringsbesluit: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Accommodatie zoals bedoeld in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Accommodatie zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders.
Accommodatie zoals bedoeld in de Jeugdwet: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de overeenkomst tussen de gemeente en de zorgaanbieder met daarin de afspraken over de (gesloten) jeugdhulp voor die locatie.
Woonvoorziening voor studenten zoals bedoeld in de Energiewet: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie.
Woonvoorziening voor arbeidsmigranten: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie.
Instelling voor geriatrische revalidatiezorg met verblijf zoals bedoeld in het Besluit zorgverzekering: – Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door of namens de bestuurder van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend en die om prioriteit verzoekt, waarbij de bestuurder overeenkomt met de bestuurder op het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel. – Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de partij aan wie de omgevingsvergunning is verleend, waarbij het uittreksel bij het indienen van het prioriteringsverzoek, bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, onderdeel a, niet ouder is dan één maand, en waaruit blijkt wie de bevoegde bestuurder is. – Afschrift van de omgevingsvergunning, bedoeld in afdeling 5.1, paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, voor de realisatie van de locatie. – Afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders.