**1.** Hierbij wordt een Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie ingesteld.
**2.** Elke Partij wijst een wetenschappelijke deskundige die over de juiste bekwaamheid beschikt op het door het Protocol bestreken gebied aan als haar vertegenwoordiger in de Commissie; deze kan zich doen vergezellen door andere door de Partij aangewezen deskundigen en adviseurs. De Commissie kan ook advies inwinnen bij in wetenschappelijk en technisch opzicht bekwame deskundigen en organisaties.
**3.** De Commissie heeft tot taak de Partijen via de Organisatie te adviseren inzake de volgende wetenschappelijke en technische aangelegenheden die verband houden met het Protocol:
het opnemen van beschermde gebieden in lijsten op de in artikel 7 bepaalde wijze;
het opnemen van beschermde soorten in lijsten op de in artikel 11 bepaalde wijze;
verslagen inzake het beheer en de bescherming van beschermde gebieden en soorten en hun leefmilieus;
voorstellen voor technische bijstand ten behoeve van opleiding, onderzoek, vorming en beheer (met inbegrip van plannen voor herstel voor soorten);
het evalueren van milieu-effecten overeenkomstig artikel 13;
het opstellen van gemeenschappelijke richtlijnen en criteria overeenkomstig artikel 21; en
andere maatregelen met betrekking tot de toepassing van dit Protocol, met inbegrip van de aan haar door de vergaderingen van de Partijen opgedragen maatregelen.
**4.** De Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast.
Artikel 20
Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie
Onderdeel van Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten bij het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 17 juni 2000