**1.** Elke Staat kan bij de ondertekening van dit Verdrag, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding, verklaren dat hij zich niet gebonden acht door artikel 44 van dit Verdrag. Andere Verdragsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 44 met betrekking tot een Verdragsluitende Partij die een dergelijke verklaring heeft afgelegd.
**2.** Bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding dient elke Staat, door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving, voor de toepassing van dit Verdrag te verklaren:
welk van de modellen Aa en Ab hij kiest als gevaarsteken (artikel 9, eerste lid); en
welk van de modellen B,2a en B,2b hij kiest als stopteken (artikel 10, derde lid).
Elke Staat kan naderhand te allen tijde door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving zijn keuze wijzigen door zijn vroegere verklaring door een andere te vervangen.
Bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding kan elke Staat door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving verklaren dat hij voor de toepassing van dit Verdrag bromfietsen als motorfietsen behandelt (artikel 1, (l))
Door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving kan elke Staat deze verklaring naderhand te allen tijde intrekken.
**3.** De verklaringen bedoeld in het tweede lid van dit artikel, treden in werking zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal deze kennisgeving heeft ontvangen, of op de datum waarop het Verdrag voor deze Staat van kracht wordt, welke van beide data later valt.
**4.** Elk voorbehoud ten aanzien van dit Verdrag en de bijlagen daarbij, met uitzondering van het voorbehoud bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is toegestaan op voorwaarde dat elk voorbehoud schriftelijk wordt gemaakt en dat het, indien het is gemaakt vóór de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding, in deze akte wordt bevestigd. De Secretaris-Generaal deelt deze voorbehouden mede aan alle Staten bedoeld in artikel 37, eerste lid, van dit Verdrag.
**5.** Elke Verdragsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt óf die een verklaring heeft afgelegd zoals bedoeld in het eerste en het vierde lid van dit artikel, kan dit te allen tijde intrekken door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving.
**6.** Elk voorbehoud gemaakt overeenkomstig het vierde lid van dit artikel,
wijzigt voor de Verdragsluitende Partij die het voorbehoud heeft gemaakt de bepalingen van dit Verdrag waarop het voorbehoud betrekking heeft, zulks overeenkomstig de draagwijdte van het voorbehoud;
wijzigt deze bepalingen in dezelfde mate voor de andere Verdragsluitende Partijen ten aanzien van hun betrekkingen met de Verdragsluitende Partij die het voorbehoud heeft gemaakt.
HOOFDSTUK VI
Artikel 46
Artikel 46
Onderdeel van Verdrag inzake verkeerstekens· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 8 november 2008