Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK III

Artikel 18

Wijzen waarop de Bank haar verplichtingen nakomt

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

1. In geval van in gebreke blijven der debiteuren ten aanzien van leningen die door de Bank zijn verstrekt of gegarandeerd, of waarin de Bank heeft deelgenomen in het kader van haar gewone werkzaamheden, neemt de Bank de haar daartoe als aangewezen voorkomende maatregelen met betrekking tot wijziging van de voorwaarden van de lening, met uitzondering van de valuta waarin terugbetaling moet plaatsvinden. 2. Betalingen ter nakoming van de verplichtingen van de Bank ten aanzien van leningen of garanties krachtens artikel 11, alinea's (ii) en (iv), ten laste komende van de gewone kapitaalmiddelen, worden ten laste gebracht van: ten eerste de bijzondere reserve, voorzien in artikel 17; vervolgens, voor zover nodig en naar goeddunken van de Bank, de andere reserves, de winst en het kapitaal dat de Bank ter beschikking staat. 3. Steeds wanneer dit nodig is om de contractuele betalingen van rente, andere lasten of aflossing op de door de Bank in het kader van haar gewone werkzaamheden opgenomen leningen te betalen of haar verplichtingen na te komen met betrekking tot overeenkomstige betalingen ten aanzien van leningen die door de Bank zijn gegarandeerd, en die ten laste komen van de gewone kapitaalmiddelen van de Bank, kan de Bank krachtens artikel 6, leden 6 en 7, van deze Overeenkomst betaling vorderen van een dienovereenkomstig deel van het niet gevorderde, geplaatste, niet volgestorte kapitaal. 4. In geval van in gebreke blijven der debiteuren ten aanzien van een lening die door de Bank als deel van haar gewone werkzaamheden is verstrekt uit geleende fondsen of is gegarandeerd, kan de Bank, indien zij van mening is dat betaling lange tijd kan uitblijven, betaling vorderen van een extra bedrag van dat niet volgestorte kapitaal, dat echter in een bepaald jaar niet meer dan één procent van het totaal der inschrijvingen van de leden op dat kapitaal mag bedragen, ten einde: vóór de vervaldag over te gaan tot aflossing of de verplichting van de Bank op andere wijze na te komen ten aanzien van het geheel of een gedeelte van de uitstaande hoofdsom van enige door haar gegarandeerde lening, ten opzichte waarvan de schuldenaar in gebreke is; en de verplichting van de Bank af te kopen of op andere wijze na te komen, voor het geheel of een gedeelte van de door haarzelf opgenomen leningen. 5. Indien ingevolge de leden 3 en 4 van dit artikel storting van het gehele geplaatste niet volgestorte kapitaal van de Bank wordt gevorderd, kan de Bank, indien dit noodzakelijk is voor de in het derde lid van dit artikel aangegeven doeleinden, de valuta van een lid gebruiken of omwisselen zonder beperking, met inbegrip van enige beperking opgelegd ingevolge artikel 24, tweede lid (i) en (ii).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel