**1.** Deze overeenkomst is van toepassing onder de overeenkomstsluitende partijen die hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neergelegd hebben op voorwaarde dat de GAM-verordening reeds in werking is getreden.
**2.** Behoudens lid 1 van dit artikel en op voorwaarde van inwerkingtreding conform artikel 11, lid 2, is deze overeenkomst met ingang van 1 januari 2016 van toepassing onder de aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme deelnemende overeenkomstsluitende partijen die uiterlijk op die datum hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neergelegd hebben. Indien deze overeenkomst niet uiterlijk op 1 januari 2016 in werking is getreden, is zij met ingang van de datum van inwerkingtreding van toepassing onder de aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme deelnemende overeenkomstsluitende partijen die uiterlijk op die datum hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neergelegd hebben.
**3.** Deze overeenkomst is van toepassing op de overeenkomstsluitende partijen die aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme deelnemen maar die hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding niet uiterlijk op de in lid 2 bedoelde toepassingsdatum neergelegd hebben, met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de neerlegging van hun respectieve akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding.
**4.** Deze overeenkomst is niet van toepassing op de overeenkomstsluitende partijen die hun akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neergelegd hebben maar die niet uiterlijk op de toepassingsdatum van deze overeenkomst aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme deelnemen. Die overeenkomstsluitende partijen maken evenwel deel uit van het in artikel 14, lid 2, bedoelde compromis met ingang van de toepassingsdatum van deze overeenkomst wat betreft het voorleggen van geschillen omtrent de uitlegging en de tenuitvoerlegging van artikel 15 aan het Hof van Justitie.
Op de in de eerste alinea bedoelde overeenkomstsluitende partijen is zij van toepassing met ingang van de datum waarop het besluit tot opheffing van hun derogatie, als omschreven in artikel 139, lid 1 VWEU, of van hun ontheffing, als bedoeld in het Protocol betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken van kracht wordt of, bij ontstentenis van een dergelijk besluit, met ingang van de datum van inwerkingtreding van het in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 bedoelde besluit van de ECB inzake nauwe samenwerking.
Behoudens artikel 8 houdt deze overeenkomst op van toepassing te zijn op de overeenkomstsluitende partijen die de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 bedoelde nauwe samenwerking met de ECB zijn aangegaan met ingang van de datum waarop deze nauwe samenwerking conform artikel 7, lid 8, van die verordening wordt beëindigd.
TITEL IV
Artikel 12
Toepassing
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016