Naar hoofdinhoud
1.. In de gevallen, genoemd in artikel 8, 1e lid, sub 2 en 3 en 2e lid, zal het pensioen tijdelijk worden verleend, telkens voor één jaar, totdat uit een geneeskundig onderzoek, zooals dit geregeld is in artikel 9, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders blijkt, dat de bedoelde ambtenaar bij voortduring ongeschikt is voor de waarneming van zijn ambt, in welk geval hem een blijvend pensioen zal worden verleend. 2.. Indien het pensioen niet opnieuw wordt verleend, wordt de belanghebbende in zijne vroegere of soortgelijke betrekking met minstens gelijke bezoldiging herplaatst, of, indien zoolang daartoe naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders geene gelegenheid bestaat, is artikel 13 op dezen ambtenaar van toepassing. Ingeval de ambtenaar weigert die betrekking te aanvaarden, vervalt alle aanspraak op pensioen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel