**1..** Het ambtenarenpensioen bedraagt:
1/60 van den pensioengrondslag voor ieder jaar dienst, in de gevallen, bedoeld in artikel 8, 1e lid sub 1 en 2, met dien verstande, dat het pensioen niet minder dan ¼ en niet meer dan ? van den pensioengrondslag zij;
2/3 van den pensioengrondslag in het geval, bedoeld in artikel 8, 1e lid sub 3 en 2e lid.
**2..** Indien aan een ambtenaar, door wien meer dan ééne betrekking als bedoeld in artikel 4 bekleed wordt, na bekomen eervol ontslag uit eene dezer betrekkingen pensioen wordt verleend, wordt het pensioen berekend naar dat gedeelte van den overeenkomstig artikel 7 bepaalden pensioengrondslag, hetwelk betrekking heeft op het ambt, waaruit hem ontslag verleend is.
§ 2.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen