Naar hoofdinhoud
1.. De belanghebbende is verplicht tijdig voor het verschijnen van een betalingstermijn aan burgemeester en wethouders met inachtneming van door hen gestelde regelen schriftelijk mededeling te doen van ter hand genomen of ter hand nemen arbeid of bedrijf, alsmede van de inkomsten die daaruit of in verband daarmede door hem in die termijn zullen worden ontvangen. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig voor het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten, die hij sedert het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. De voorgaande volzin is van overeenkomstige toepassing op inkomsten, welke op grond van het derde of achtste lid van artikel 9 worden geacht uit of in verband met arbeid of bedrijf te worden genoten. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen voor de vaststelling van de in artikel 9 bedoelde vermindering van de opgave van de belanghebbende afwijken. 3.. De belanghebbende, aan wie uitkering is toegekend, wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht erin toe te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit hoofdstuk noodzakelijk zijn. 4.. De aanspraak op uitkering vervalt: over de tijd gedurende welke de belanghebbende nalaat te voldoen aan de op hem ingevolge het eerste lid rustende verplichting; indien de belanghebbende gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de vermindering van de uitkering of van de aanspraak op uitkering onjuist of onvolledig verstrekt dan wel verzwijgt, tenzij hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt of hem die handelwijze niet tot geldelijk voordeel strekt. 5.. De belanghebbende, die aanspraak heeft op een voortzetting van de uitkering op grond van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, kan door burgemeester en wethouders aan het einde van de uitkeringsduur, welke voor hem geldt ingevolge het eerste lid van dat artikel, worden verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek, als bedoeld in artikel 7a, eerste en tweede lid. Het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel