**1..** Behoudens het bepaalde in het tweede lid bedraagt het pensioen voor elk van de eerste vier jaren als wethouder 3,5 percent en voor elk overig jaar als wethouder 1,75 percent, in totaal tot een maximum van 70 percent van de laatstelijk als wethouder genoten wedde, aangepast volgens de in artikel 5 bedoelde regelen. Onder wedde wordt hier verstaan de wedde waarop de belanghebbende op de dag, voorafgaande aan de dag, waarop hij heeft opgehouden wethouder te zijn, aanspraak had of bij waarneming van zijn ambt zou hebben gehad.
**2..** Indien recht bestaat op meer dan een pensioen, bedoeld in het eerste lid, dan wel naast recht op één of meer pensioenen bedoeld in het eerste lid, recht bestaat op één of meer pensioenen krachtens de tweede of derde afdeling van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers dan wel op één of meer pensioenen ten laste van een openbaar lichaam op de voet van de vijfde afdeling van die wet, komen voor de toepassing van de pensioenberekening naar 3,5 percent per dienstjaar in totaal ten hoogste vier dienstjaren in aanmerking en wordt die berekening voor zover mogelijk toegepast ten aanzien van het pensioen, waarbij die berekening het hoogste bedrag oplevert en overigens ten aanzien van het andere pensioen of de andere pensioenen in de volgorde van de hoogte der wedden of berekeningsgrondslag. Voor vergelijking van deze wedden of berekeningsgrondslag worden deze zo nodig aangepast naar de regelen, vastgesteld bij de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in artikel 5.
**3..** De tijd met echt op uitkering doorgebracht, telt als diensttijd mede in die zin, dat het pen-sioen over deze tijd naar 0,875 percent per jaar wordt berekend, met dien verstande, dat wanneer het een uitkering, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, betreft het pensioen over deze tijd naar 1,75 percent wordt berekend voor zover en voor zolang het percentage van de algemene invaliditeit 55 percent of meer bedraagt. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt een uitkering, als bedoeld in artikel 7, eerste of tweede lid, als een uitkering als bedoeld in het vierde lid van dat artikel aangemerkt, indien en zolang de belanghebbende blijkens een onderzoek, ingesteld volgens het bepaalde in artikel 7a, tijdens de duur van eerstbedoelde uitkering voor 55 percent of meer algemeen invalide is, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid.
**4..** Geen medetelling van diensttijd, als bedoeld in het derde lid vindt plaats:
voor zover gedurende die tijd de gewezen wethouder uit anderen hoofde een overheidspensioen opbouwt;
voor zover gedurende die tijd het bedrag van de uitkering niet is uitbetaald op grond van het bepaalde in artikel 7a, zesde lid, of op grond van artikel 10, vierde lid, dan wel het bedrag van de uitkering wegens inkomsten, als in artikel 9 bedoeld, tot nihil is verminderd;
in zover de belanghebbende, die recht heeft op uitkering, doch die minder uitkering geniet dan de krachtens artikel 48 berekende pensioenpremie, er geen zorg voor draagt dat deze premie, welke in dit geval als een op hem rustende schuld wordt beschouwd, bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd is voldaan;
wanneer de belanghebbende zulks verzoekt.
HOOFDSTUK III
Artikel 15