1. Het dagelijks bestuur kan volstaan met een waarschuwing in plaats van een verlaging voor zover het niet gaat om verwijtbare gedragingen genoemd in:
- artikel 9, vierde lid onder a en b van de verordening;
- artikel 10, tweede lid van de Verordening;
- artikel 11, tweede lid van de Verordening;
- artikel 11, vierde lid van de Verordening.
2. Indien eerder binnen een periode van 24 maanden een waarschuwing is gegeven kan niet worden volstaan met een waarschuwing.