Na afloop van het onderzoek stelt de klachtenfunctionaris het
rapport op als bedoeld in artikel 3, lid 5. Hierin geeft hij/zij
zijn bevindingen weer en spreekt hij/zij het oordeel uit of de
klacht geheel of gedeeltelijk gegrond of ongegrond is. Zonodig
voorziet hij/zij dit rapport van aanbevelingen die de klacht
kunnen verhelpen of soortgelijke klachten kunnen voorkomen.
Indien het onderzoek naar het oordeel van de
klachtenfunctionaris onvoldoende zekerheid verschaft over de
feitelijke toedracht van de gedraging waarop de klacht
betrekking heeft, wordt geen oordeel uitgesproken.
De klachtenfunctionaris zendt zijn rapport aan de klager, het
orgaan en/of de personen bedoeld in artikel 1, onder c. en zo
nodig aan anderen die bij het onderzoek zijn betrokken.
Hoofdstuk
Artikel 9
Mededeling/toezending oordeel/rapport.
Onderdeel van Verordening behandeling klachten 2000