Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Nieuw Artikel

Onderdeel van Wiet in de Rozenstad, drugsbeleid gemeente Winschoten

1. Het Nederlandse drugsbeleid steunt op drie pijlers: 1. het beschermen van de (volks)gezondheid2. het tegengaan van overlast en 3. het bestrijden van de (drugs)criminaliteit.De Opiumwet maakt formeel onderscheid tussen “middelen vermeld op de bij deze wet behorende lijst I en II”. Op lijst I staan de zogenaamde harddrugs. De middelen die vermeld staan op lijst II (cannabisproducten) mogen onder bepaalde voorwaarden verkocht worden in coffeeshops. Het cannabisbeleid is een belangrijk en beeldbepalend onderdeel van het Nederlandse drugsbeleid. Met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen drugs met een onaanvaardbaar risico (harddrugs) en cannabis wordt uitdrukking gegeven aan de verschillen in gezondheidsrisico’s van deze middelen. Tevens wordt beoogd een scheiding aan te brengen in zowel de vraag- als aanbodzijde van de markten voor cannabis en voor drugs met onaanvaardbare risico’s, wat overigens niet betekent dat het gebruik van cannabis zonder risico’s is.Dit heeft geleid tot het huidige coffeeshopbeleid waarbij onder strikte voorwaarden (op basis van de door het Openbaar Ministerie vastgestelde AHOJ-G criteria) de verkoop van gebruikershoeveelheden hasj en marihuana niet vervolgd wordt.Een aantal wetten voorziet in de mogelijkheid om de (overlast van) de handel in (soft)drugs tegen te gaan. Dit zijn met name de Opiumwet en de Gemeentewet.Artikel 13b van de Opiumwet – ook wel de “Wet Damocles” genoemd – biedt de burgemeester de mogelijkheid ten aanzien van “voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven” bestuursdwang toe te passen (sluiting) indien er sprake is van drugshandel. Dit artikel wordt ook gebruikt wanneer een gedoogde coffeeshop niet aan de voorwaarden voldoet die in deze nota beschreven staan.Een zelfde bevoegdheid heeft de burgemeester ten aanzien van woningen op grond van artikel 174a van de Gemeentewet (“Wet Victoria”).Onlangs heeft de minister van Justitie een voorstel tot wijziging van de Opiumwet (artikel 13b) naar de Tweede Kamer gestuurd, op basis waarvan de burgemeester de mogelijkheid wordt geboden om bestuursdwang toe te passen in geval er sprake is van handel in en aanwezig hebben van hard- en/of softdrugs in woningen, niet voor het publiek toegankelijke lokalen of bij woningen of die lokalen behorende erven.Dit voorstel is een gevolg van de gebleken beperkte mogelijkheden om met succes woningen te sluiten op grond van artikel 174a Gemeentewet. In de voorgestelde situatie is het niet meer noodzakelijk de overlast aan te tonen. De wetswijziging zal op z’n vroegst in 2007 in werking treden.Op 1 juni 2003 is de Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) in werking getreden. Deze wet biedt overheidsinstellingen en -diensten twee instrumenten om te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteren door het verlenen van vergunningen en subsidies of door het gunnen van opdrachten:1. het weigeren of intrekken van vergunningen en subsidies in geval van vermoeden van gevaar van misbruik daarvan;2. de mogelijkheid om advies te vragen aan het landelijk Bureau Bibob dat gespecialiseerd is in het bevragen van (gesloten) informatiebronnen, alsmede het koppelen en beoordelen van deze informatie.Coffeeshops vallen onder het bereik van deze wet aangezien deze -voor het verstrekken van alcoholvrije dranken- dienen te beschikken over een verlof op grond van de gemeentelijke Drank- en horecaverordening. 2. April 2004 heeft het Kabinet Balkenende de interdepartementale beleidsbrief cannabis aan de Tweede Kamer gezonden. In de brief wordt nader ingegaan op enkele belangrijke onderdelen van het cannabisbeleid en worden voorstellen gedaan tot aanpassing van het huidige beleid. De inhoud van deze visie en de invloed hiervan op het lokaal te voeren beleid geven aanleiding om in deze nota op onderdelen aandacht te besteden aan deze brief.In de brief wordt een overzicht gegeven van maatregelen die het Kabinet voorstaat. Deze zijn onder te verdelen in vier onderdelen:1. ontmoediging cannabisgebruik2. aanscherping handhaving coffeeshopbeleid3. coffeeshoptoerisme 4. teelt van cannabis.Ad. 1. Ontmoediging cannabisgebruik.Ondanks het verschil in gezondheidsrisico tussen hennepproducten en ‘harddrugs’, betekent dit niet dat het gebruik van cannabis zonder risico’s is. Problematisch gebruik en afhankelijkheid worden gezien als reële risico’s. Tevens wordt gewezen op de sterke stijging van het THC-gehalte in cannabis. Dit is een werkzame stof in cannabis dat een high gevoel opwekt. Het Kabinet heeft dan ook besloten om het ontmoedigingsbeleid (het voorkómen van gebruik en met name problematisch gebruik) een nieuwe impuls te geven. Daarnaast wordt verder onderzoek bepleit naar gezondheidsrisico’s van cannabisgebruik met een hoog THC-gehalte. In het uiterste geval zou, indien de risico’s vergelijkbaar zijn met die van harddrugs, plaatsing van cannabissoorten met een hoog THC-gehalte op Lijst I van de Opiumwet het gevolg kunnen zijn.In de gedoogverklaring is o.a. opgenomen dat coffeeshophouders verplicht zijn voorlichtingsmateriaal over het gebruik, werking en risico’s van cannabisproducten beschikbaar te hebben. Vooralsnog worden de resultaten van het onderzoek naar het THC-gehalte in cannabis en de mogelijke gevolgen hiervan voor het lokaal drugsbeleid afgewacht.Ad. 2. Aanscherping handhaving coffeeshopbeleid.Het Kabinet schrijft dat “het cannabisbeleid moet worden ondersteund door een strikte handhaving om overlast en andere negatieve verschijnselen tegen te gaan.” Van gemeenten wordt gevraagd dat zij meewerken aan een aanscherping van het cannabisbeleid. Verder wil het Kabinet komen tot het nog verder terugdringen van coffeeshops in de buurt van scholen en grensgebieden. Tevens zullen niet-gedoogde verkooppunten worden aangepakt. De knelpunten die gemeenten ervaren bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet en artikel 174a Gemeentewet zullen in overleg met de gemeenten aangepakt worden. Het Kabinet pleit voorts voor toepassing van het Bibob-instrumentarium bij het verstrekken van vergunningen aan coffeeshophouders. In de nieuwe Wet politiegegevens zal het mogelijk zijn om, onder voorwaarden en indien nodig, politiegegevens te verstrekken aan bestuur en samenwerkende partners.Voor de Winschoter situatie geldt dat waar het Kabinet spreekt over aanscherping van het cannabisbeleid, dit beleid lokaal reeds in 2002 is ingezet. Het aangescherpte beleid heeft geleid tot de gerealiseerde doelstelling van 8 (in 1996) naar 2 coffeeshops. De opgedane ervaringen met dit aantal geeft geen aanleiding tot een verdere terugbrenging hiervan. De overlast van coffeeshops is qua omvang beperkt. In voorkomende gevallen wordt door politie en gemeente adequaat opgetreden.Mede vanwege het zijn van een grote grensgemeente bestaat in Winschoten een markt voor zowel de middelen op lijst I als op lijst II van de Opiumwet. Om de overlast van de verkoop van cannabis te beperken is het bestaan van controleerbare verkooppunten uiterst belangrijk. Vandaar dat het aantal van twee coffeeshops in de gemeente Winschoten gehandhaafd blijf. Wel zal de handhaving worden aangescherpt.De ervaring heeft lokaal geleerd dat toepassing van artikel 13b Opiumwet weliswaar een arbeidsintensieve en - mede vanwege de uitgebreide rechtsbeschermingsmiddelen - langdurige procedure vergt, maar dat het wel het gewenste resultaat oplevert.Toepassing van artikel 174a Gemeentewet voor sluiting van woningen als gevolg van drugshandel blijkt daarentegen in de praktijk niet te voldoen. Het overlastcriterium en de te lang durende voorprocedure (dossieropbouw) is hier in belangrijke mate debet aan. Maar in afwachting van de eerder beschreven uitbreiding van artikel 13b van de Opiumwet zal dit artikel waar nodig worden ingezet.Medio 2005 is de Wet Bibob in Winschoten geïmplementeerd. In de beleidsregel die het college van burgemeester en wethouders heeft opgesteld is o.a. voorzien in de mogelijkheid tot gebruikmaking van de hiervoor omschreven bevoegdheid bij verlening van het verlof voor het schenken van alcoholvrije dranken in coffeeshops.Ad. 3. Coffeeshoptoerisme.Het Kabinet wil in overleg met de betrokken gemeenten passende maatregelen treffen om het cannabistoerisme in te dammen. Een onderzoek naar het terugbrengen van de verkoop aan niet-ingezetenen is daarvan een voorbeeld. Om te voorkomen dat coffeeshoptoeristen zich vervolgens zullen wenden tot illegale verkooppunten, zal het Kabinet er zorg voor dragen dat met name in de grensgebieden nadrukkelijk op deze illegale verkooppunten gehandhaafd wordt.Om het coffeeshoptoerisme effectief te kunnen bestrijden is het nodig om de grensoverschrijdende operationele politiesamenwerking (verder) tot stand te brengen. Daartoe worden door het Kabinet de verdragen met onze buurlanden voorbereid.Coffeeshoptoerisme is ook voor de lokale situatie een omvangrijk probleem. Winschoten is de eerste grote plaats aan de A7 vanaf de grens met Duitsland. Uit gegevens van de politie blijkt dat ruim de helft van de drugsklanten afkomstig is uit Duitsland. De verkoop vindt niet alleen plaats in de gedoogde coffeeshops, maar - vanwege de omvang van de markt - voor een groot deel ook vanuit andere voor publiek toegankelijke lokalen, woningen en op straat. De overlast die hiermee gepaard gaat is omvangrijk en laat zich zelfs met de gecombineerde strafrechtelijke- en bestuursrechtelijke handhaving onvoldoende oplossen.De suggestie om de verkoop te beperken door alleen aan Nederlandse ingezetenen te verkopen kan als ongewenst neveneffect hebben dat de handel op straat en vanuit illegale verkooppunten toeneemt, waardoor ook de overlast en de daarmee gepaard gaande handhavingsproblematiek toeneemt. Vooralsnog wordt meer verwacht van een intensieve grensoverschrijdende operationele politiesamenwerking. Met belangstelling worden de internationale afspraken hierover afgewacht.Ad. 4. Teelt van cannabis.Mede vanwege het bedrijfsmatige karakter en de betrokkenheid van de georganiseerde criminaliteit pleit het Kabinet voor een intensivering van de aanpak van de hennepteelt. Daarbij worden de gemeenten gevraagd de bestuursrechtelijke handhaving te stimuleren en te intensiveren en daarbij samen te werken met publieke en private partijen.Het Kabinet zal woningcorporaties stimuleren om bedrijfsmatige teelt van hennep in huurwoningen te ontmoedigen door middel van het ontbinden van huurcontracten en / of sluiten van woningen. Het OM zal met de belastingdienst overleggen over de samenloop van het ondernemingstraject en het proces van het opleggen en invorderen van belastingaanslagen.De lokale situatie laat zien dat intensieve opsporing van de politie leidt tot een aanzienlijke score waar het gaat om de in beslagname van hennepplanten. Tot nu toe is geen sprake geweest van bestuursrechtelijk optreden. Met name bij woningen levert dit de nodige knelpunten op door langdurige juridische procedures. Via privaatrechtelijke weg (huurcontracten) is de aanpak veelal efficiënter en effectiever aan te pakken.De mogelijke aanpak van hennepteelt zal - mede vanwege de prioritering in het Regionaal College - aan de orde worden gesteld in het lokaal driehoeksoverleg. 3. De richtlijnen van het Openbaar Ministerie ten aanzien van coffeeshops laten over de vraag wie het lokale coffeeshopbeleid vaststelt geen misverstand bestaan: de lokale driehoek. Letterlijk staat er: “Het OM werkt bij de totstandkoming en handhaving van lokaal coffeeshopbeleid samen met de lokale autoriteiten. In het kader van een in de lokale driehoek gezamenlijk uit te werken integraal beleid ten aanzien van coffeeshops, dient tot een evenwichtige inzet van verschillende beheersingsinstrumenten te worden gekomen.” Burgemeester, politie en justitie dragen elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid bij aan een samenhangend en effectief beleid. Het gaat er hierbij om dat de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bevoegdheden zo op elkaar zijn afgestemd, dat ze elkaar daadwerkelijk aanvullen. In het driehoeksoverleg van het voormalige district Midden-Oost is afgesproken dat alleen in de gemeenten Winschoten, Hoogezand en Stadskanaal coffeeshops worden toegestaan.Voor de overige gemeenten geldt daarom het “nul-beleid”. Indien zich in een van die gemeenten een coffeeshop vestigt, kan de burgemeester optreden door tot sluiting over te gaan. De mogelijkheid van het OM om strafrechtelijk op te treden tegen coffeeshops die zich vestigen in andere gemeenten van het district Midden-Oost laat onverlet dat het, omwille van een succesvolle bestuursrechtelijke aanpak, de voorkeur verdient dat ook die gemeenten - bij voorkeur gelijkluidend  -beleid formuleren over de bestuursrechtelijke handhaving bij verkoop van soft- en harddrugs. 4. De door de raad gewenste realisering van maximaal twee coffeeshops enerzijds en het beschikken over een efficiënt en effectief handhavinginstrumentarium anderzijds, heeft in augustus 2002 geleid tot de vaststelling van de nota coffeeshopbeleid, getiteld “Wiet in de Rozenstad”. Het daarin opgenomen handhavingsarrangement is vastgesteld in het lokaal driehoeksoverleg.Op grond van artikel 4:81, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Op basis van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare inrichtingen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Ook coffeeshops zijn “voor het publiek openstaande gebouwen”, zoals bedoeld in artikel 174 Gemeentewet. De burgemeester is daarom het bevoegde gezag. Dat is ook de reden dat artikel 174a Gemeentewet, artikel 13b Opiumwet en de bepalingen in de Model-APV van de VNG met betrekking tot het toezicht op openbare inrichtingen de burgemeester aanwijzen als bevoegd gezag. Dit betekent dat ook de burgemeester bevoegd is het beleid ten aanzien van coffeeshops vast te stellen. Waar het gaat om de handhaving van bestemmingsplannen (zie paragraaf 3.5.) is het college van burgemeester en wethouders het bevoegde orgaan. De nota zal ter kennisname en ter bespreking aan de raad worden aangeboden.Ondanks de realisering van het gewenste maximum aantal coffeeshops en de succesvolle bestuursrechtelijke handhaving, is het toch van belang om de ingezette koers onverkort voort te zetten. De opgedane ervaringen hebben geleerd dat het arrangement niet op alle onderdelen optimaal voldoet. Het gaat hierbij onder andere om het onvoldoende adequaat kunnen reageren op recidive gevallen. Met een nadere invulling hiervan in combinatie met een aanscherping van al bestaande maatregelen wordt beoogd een meer adequaat antwoord te kunnen geven op (herhaalde) overtredingen van de Opiumwet / Gemeentewet.Op grond van ervaringen tot nu toe met veel voorkomende handel vanuit “overige voor het publiek toegankelijke lokalen”, zoals horecabedrijven, winkels (waaronder smart- en growshops), maar ook vanuit woningen, is er momenteel geen aanleiding het aantal toegestane coffeeshops te verminderen. Dit zal leiden tot een verdere toename van de drugshandel elders in de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel