Naar hoofdinhoud

Artikel 10

HET BEOORDELINGSGESPREK

Onderdeel van Regeling Personeelsbeoordeling

Een beoordelingsgesprek dient vooraf te zijn gegaan door minimaal één functioneringsgesprek. De periode tussen functioneringsgesprek en beoordelingsgesprek bedraagt minimaal drie maanden. De beoordeling wordt door de beoordelaar uitgesproken onder voorbehoud van definitieve vaststelling door de beoordelingsautoriteit. De uitgesproken beoordeling komt overeen met de tekst op het formulier personeelsbeoordeling. De medewerker wordt tijdens het beoordelingsgesprek in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijze op de beoordeling kenbaar te maken. Deze zienswijze wordt in het formulier personeelsbeoordeling opgenomen. Indien de medewerker zijn/haar zienswijze op papier heeft gezet, wordt dit als bijlage bij het formulier personeelsbeoordeling gevoegd. Er is sprake van een negatieve beoordeling indien de totaalbeoordeling conform de systematiek in artikel 8, lid 2 niet meer dan 6 punten bedraagt. Indien de beoordeling aanleiding geeft tot het nemen van rechtspositionele maatregelen, dan moet de kritiek op de functie-uitoefening in de voorafgaande twee functioneringsgesprekken zijn geformuleerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel