De bepalingen uit artikel 8, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing
op de bepalingen uit artikel 13, tweede lid, onder e. Dit met dien
verstande dat voor de bepalingen uit artikel 13, tweede lid, onder e en
artikel 17, eerste lid, onder b, geen advies van de Commissie voor
Welstand en Monumenten is vereist, maar van de deskundige op het gebied
van de archeologische monumentenzorg (thans de regioarcheologen van de
Regio West-Brabant).