Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Afdeling 2

Artikel 49

Naar de inhoud

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006

Naar de inhoud Aansprakelijkstelling geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking door de invorderingsambtenaar en vindt niet plaats vóór het tijdstip waarop de belastingschuldige in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld. De beschikking vermeldt in ieder geval het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat en de termijn waarbinnen het bedrag moet worden betaald. Voor zover de aansprakelijkstelling betrekking heeft op een bestuurlijke boete geschiedt zij met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De invorderingsambtenaar maakt de beschikking bekend door toezending als aangetekend stuk. Met betrekking tot bezwaar tegen de in het eerste lid bedoelde beschikking, met betrekking tot beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, alsmede met betrekking tot beroep in cassatie ter zake van de desbetreffende rechterlijke uitspraak, gelden dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op bezwaar, beroep of beroep in cassatie als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Met betrekking tot het derde lid zijn de artikelen 25, zesde lid, en 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing indien het niet aan de aansprakelijk gestelde is te wijten dat: de vereiste aangifte niet is gedaan; of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 41, tweede lid, 47, 47a, 49 en 52 van die wet, alsmede aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 52a en 53, eerste, tweede en derde lid, van die wet voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen. De invorderingsambtenaar stelt de aansprakelijk gestelde desgevraagd op de hoogte van de gegevens met betrekking tot de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld voor zover deze gegevens voor het maken van bezwaar, het instellen van beroep of beroep in cassatie redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht. Het bezwaar kan betrekking hebben op feiten of omstandigheden die van belang zijn geweest bij de vaststelling van een belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan. § 1 Inleidende opmerkingen Algemeen 1 De formele bepalingen van hoofdstuk VI van de wet geven aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels maar ook met betrekking tot de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, zoals bijvoorbeeld die in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel. De aansprakelijkstelling vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking en wel afzonderlijk jegens ieder die aansprakelijk wordt gesteld. Uitzondering voor erfgenamen en andere rechtsopvolgers onder algemene titel 2 Als een erfgenaam die een nalatenschap zuiver of beneficiair heeft aanvaard door de invorderingsambtenaar wordt aangesproken voor openstaande belastingschulden van de erflater zijn de formele aansprakelijkheidsbepalingen niet van toepassing. Dit geldt ook voor de toepassing van artikel 48. De erfgenaam volgt de erflater namelijk van rechtswege en onder algemene titel op in diens rechten en verplichtingen en is zodoende niet aan te merken als een derde die aansprakelijk wordt gesteld voor de belastingschuld van een ander. Dit geldt ook voor andere rechtsopvolgers onder algemene titel. Ook op hen zijn de formele aansprakelijkheidsbepalingen dus niet van toepassing. Aansprakelijkstelling vennoten 3 Als een vennootschap onder firma voor belastingschulden aansprakelijk wordt gesteld, kan er aanleiding bestaan tegelijkertijd de vennoten voor deze aansprakelijkheidsschulden van de v.o.f. aansprakelijk te stellen. Hiervoor gelden ook de formele bepalingen van hoofdstuk VI van de wet. Als een v.o.f. failliet is verklaard en de invorderingsambtenaar de vennoten van die v.o.f. aansprakelijk stelt, dient in de beschikking waarbij de aansprakelijkstelling plaatsvindt uitdrukkelijk te worden aangegeven dat deze beschikking mede moet worden gezien als aanmelding van de schuld ter verificatie in het faillissement van de vennoot. 3a n.v.t. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete 4 Bij aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete is hoofdstuk VIllA, afdeling 2, van de AWR van overeenkomstige toepassing. Op grond van het bepaalde in artikel 67g van de AWR wordt de boete opgelegd bij voor bezwaar vatbare beschikking. De beschikking ex artikel 49, eerste lid, van de wet is eveneens 'voor bezwaar vatbaar'. Het is dus niet noodzakelijk dat aansprakelijkstelling voor de boete plaatsvindt bij afzonderlijke beschikking. In voorkomend geval kan laatstbedoelde aansprakelijkstelling worden opgenomen in dezelfde beschikking als die waarbij de aansprakelijkstelling voor de belastingschuld geschiedt. Als de derde ook aansprakelijk wordt gesteld voor de boete dienen de gronden waarop de aansprakelijkstelling berust te zijn vermeld in de beschikking. Indien de invorderingsambtenaar de derde aansprakelijk wenst te stellen voor een vergrijpboete, dient de aansprakelijke overeenkomstig het bepaalde in artikel 67k van de AWR van het voornemen daartoe op de hoogte te worden gesteld. In de kennisgeving waarin het voornemen tot het aansprakelijk stellen voor een opgelegde vergrijpboete wordt aangekondigd, dienen de gronden waarop het voornemen berust te worden vermeld. De invorderingsambtenaar stelt de derde in de gelegenheid binnen een door hem te stellen termijn de in die kennisgeving vermelde gronden gemotiveerd te betwisten. Indien van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt of de invorderingsambtenaar van oordeel is dat de betwisting van de aansprakelijke ongegrond is, zal hij de derde daarvan op de hoogte stellen en overgaan tot aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet. De invorderingsambtenaar stelt de aansprakelijke op diens verzoek in de gelegenheid inzage te nemen in, dan wel kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels te vervaardigen van de gegevensdragers waarin informatie is opgenomen met betrekking tot de gronden waarop de aansprakelijkheid voor de bestuurlijke boete berust. AWR en Awb van toepassing 5 De beschikking aansprakelijkstelling is een voor bezwaar vatbare beschikking. Dit houdt in dat dezelfde rechtsmiddelen - bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie - open staan als die welke zijn opgenomen in hoofdstuk V van de AWR en dat ook de Awb van toepassing is. Aansprakelijkheid voor invorderingsrente 6 Indien aan de aansprakelijk gestelde invorderingsrente in rekening moet worden gebracht, wordt de rente berekend over het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Voorzover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bedrag aan invorderingsrente is opgenomen - zie artikel 32, § 3, eerste lid - wordt over dat bedrag geen rente in rekening gebracht. § 2 De aansprakelijkstelling In gebreke zijn 1 De belastingschuldige is in gebreke wanneer de betaling van zijn belastingschuld niet heeft plaatsgevonden binnen de voor de belastingaanslag geldende betalingstermijn. Het is echter op grond van artikel 10 ook mogelijk dat in een aantal situaties de belastingaanslag terstond invorderbaar is. Dan zal ook aansprakelijkstelling eerder kunnen plaatsvinden. Uitstel van betaling en niet verder bemoeilijken 2 Als aan belastingschuldige uitstel van betaling is verleend kan aansprakelijkstelling van een derde pas plaatsvinden nadat het uitstel is beëindigd. Als belastingschuldige 'niet verder is bemoeilijkt' kan een derde zonder meer voor de desbetreffende belastingschuld aansprakelijk worden gesteld. In dit geval is sprake van een 'in gebreke zijn' van de belastingschuldige als bedoeld in het eerste lid van artikel 49 van de wet. In gebreke zijn en uitstel van betaling 3 Als de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de belastingaanslag geldt dat bezwaarschrift als een verzoek om uitstel van betaling. Zolang de invorderingsambtenaar niet op het verzoek om uitstel heeft beslist is, de belastingschuldige in beginsel niet 'in gebreke' met de betaling van zijn belastingschuld. Het 'in gebreke' zijn treedt in dat geval pas in als de invorderingsambtenaar besluit géén uitstel te verlenen in verband met het ingediende bezwaarschrift, dan wel het eerder in verband met een ingediend bezwaarschrift verleende uitstel intrekt. De bekendmaking van de beschikking 4 De beschikking waarbij de aansprakelijkstelling plaatsvindt geschiedt door toezending als aangetekend stuk. De beschikking bevat in elk geval het bedrag waarvoor de betrokkene aansprakelijk wordt gesteld en de termijn waarbinnen dit bedrag moet worden betaald. Aangezien de bepalingen van de Awb inzake de motivering van een besluit (afdeling 3.7, artikelen 3:46 tot en met 3:50) mede van toepassing zijn op de beschikking waarbij aansprakelijk wordt gesteld, moeten ook de gronden waarop de aansprakelijkheid berust in de beschikking worden vermeld. Dit laatste houdt in dat melding wordt gemaakt van de bepalingen - hetzij die uit de eerste afdeling van hoofdstuk VI van de wet, hetzij die uit andere wettelijke regelingen - op grond waarvan de aansprakelijkheid bestaat. De invorderingsambtenaar motiveert de aansprakelijkstelling nader als op grond van de aansprakelijkheidsbepaling waarop hij zich beroept, op hem een bepaalde bewijslast rust. De aansprakelijkgestelde is zodoende in de gelegenheid zijn bezwaar tegen de aansprakelijkstelling te motiveren. 5 n.v.t. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden 6 Op grond van het bepaalde in artikel 49, vijfde lid van de wet dient de invorderingsambtenaar de aansprakelijkgestelde desgevraagd op de hoogte te stellen van de gegevens met betrekking tot de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Derhalve kan de aansprakelijkgestelde alle informatie worden verstrekt die de invorderingsambtenaar bij bezwaar, beroep, hoger beroep of beroep in cassatie zou moeten overleggen. Een dergelijke informatieplicht bestaat niet met betrekking tot gegevens die geen rechtstreeks verband houden met de belasting. Gegevens en/of bescheiden met betrekking tot de aansprakelijkheid zelf, de berekening van de omvang van de aansprakelijkheid en andere belastingaanslagen van de belastingschuldige vallen in beginsel onder de verbodsbepaling van artikel 67 van de wet. In verband echter met het motiveringsvereiste met betrekking tot bezwaar, beroep, hoger beroep of beroep in cassatie, zal de invorderingsambtenaar in dat kader bepaalde gegevens en bescheiden moeten verstrekken. Deze gegevens en/of bescheiden kunnen desgevraagd aan de aansprakelijkgestelde worden verstrekt. 7 vervallen Aansprakelijkstelling als gegevens kunnen worden verstrekt 8 De beschikking waarbij de aansprakelijkstelling plaatsvindt wordt niet eerder genomen dan wanneer de invorderingsambtenaar op grond van artikel 49, vijfde lid van de wet de te verstrekken gegevens en de gegevens als bedoeld in het zesde lid van deze paragraaf zonder bezwaar kan verstrekken. Als voorafgaand aan aansprakelijkstelling conservatoir beslag is gelegd en niet binnen 3 maanden na het leggen van het conservatoir beslag tot aansprakelijkstelling kan worden overgegaan, dient verlenging van het conservatoire beslag bij de voorzieningenrechter te worden verzocht en wel op een zodanig tijdstip dat bij afwijzing van het verzoek om verlenging door de voorzieningenrechter aansprakelijkstelling binnen de driemaands- termijn kan plaatsvinden. § 3 Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling Beschikking aansprakelijkstelling voor bezwaar vatbare beschikking 1 De beschikking waarbij een derde aansprakelijk wordt gesteld is een voor bezwaar vatbare beschikking. Op grond van artikel 49, derde lid, van de wet, staan met betrekking tot de beschikking aansprakelijkstelling dezelfde rechtsmiddelen open (bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie) als die welke zijn opgenomen in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de door de heffingsambtenaar vastgestelde belastingaanslagen en voor bezwaar vatbare beschikkingen. Awb van toepassing 2 De toepasselijkheid van hoofdstuk V van de AWR op de beschikking aansprakelijkstelling houdt in dat tevens de Awb van toepassing is. Termijn voor het indienen bezwaarschrift 3 De aansprakelijk gestelde kan tegen de beschikking aansprakelijkstelling een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift kan zowel tegen de aansprakelijkstelling zelf als tegen de hoogte van de aansprakelijkstelling zijn gericht. De termijn voor het instellen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken en gaat in op de dag na de dagtekening van de beschikking, tenzij de dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Het bezwaarschrift tegen de beschikking aansprakelijkstelling moet worden ingediend bij de invorderingsambtenaar. Overleg met de heffingsambtenaar 4 Als het bezwaarschrift (mede) is gericht tegen de hoogte van de aan de aansprakelijkstelling ten grondslag liggende belastingaanslag(en) neemt de invorderingsambtenaar contact op met de heffingsambtenaar met betrekking tot de vraag of de aan de aansprakelijkstelling ten grondslag liggende belastingaanslag(en) ten aanzien van de aansprakelijk gestelde tot het juiste bedrag is vastgesteld. Bezwaar en uitstel van betaling 5 Een bezwaarschrift tegen de beschikking aansprakelijkstelling kan tevens worden aangemerkt als een verzoek om uitstel van betaling. Artikel 25, § 2, van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing. Beslissing op het bezwaarschrift 6 Voor de afdoening van bezwaarschriften tegen aansprakelijkstellingen geldt, dat deze in beginsel binnen de termijnen van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 7:10 Awb) worden afgehandeld. De hoofdregel daarbij is dat de invorderingsambtenaar binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak doet. Voldoet het bezwaarschrift niet aan de minimumeisen dan stelt de invorderingsambtenaar belanghebbende in de gelegenheid het bezwaarschrift binnen de termijn volgens artikel 6.1.1 van het Voorschrift Awb 1997 aan te vullen. De termijn die de belanghebbende nodig heeft om het bezwaarschrift aan te vullen dan wel ongebruikt laat verstrijken, schort de beslistermijn van de invorderingsambtenaar op. Kan de invorderingsambtenaar niet binnen zes weken (of binnen zes weken verlengd met de periode gedurende welke de beslistermijn is opgeschort) op het bezwaarschrift beslissen, dan kan hij de termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan belanghebbende. In overleg met de belanghebbende is verder uitstel mogelijk. De wet (artikel 49, derde lid) geeft de invorderingsambtenaar formeel een beslistermijn van één jaar met de mogelijkheid deze termijn - met schriftelijke toestemming van of vanwege de het college van burgemeester en wethouders - met maximaal één jaar te verlengen. Van deze mogelijkheid maakt de invorderingsambtenaar alleen in uitzonderingsgevallen gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin de belanghebbende weigert mee te werken aan een voortvarende afhandeling van het bezwaarschrift. Omdat de beslistermijn voor bezwaarschriften formeel is bepaald op één jaar kan belanghebbende geen beroep instellen wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaarschrift als de invorderingsambtenaar de termijn(en) van artikel 7:10 Awb niet realiseert. Vermindering aansprakelijkstelling na bezwaar 7 Een vermindering van het bedrag van de beschikking aansprakelijkstelling naar aanleiding van een tegen de aansprakelijkstelling ingediend bezwaarschrift, leidt in beginsel niet tot vermindering van de aan de aansprakelijkstelling ten grondslag liggende belastingaanslag(en). De invorderingsambtenaar is uitsluitend bevoegd tot vermindering van het bedrag van de aansprakelijkstelling. De bevoegdheid tot het verminderen van de desbetreffende belastingaanslag(en) komt uitsluitend toe aan de heffingsambtenaar. Procedure bij de fiscale rechter na afwijzing bezwaarschrift 8 Als de aansprakelijk gestelde na afwijzing van het bezwaarschrift tegen de beschikking aansprakelijkstelling beroep instelt bij een rechtbank, treedt de ontvanger zelfstandig op in de beroepsprocedure. Als het beroep zich tevens richt tegen de hoogte van de aan de aansprakelijkstelling ten grondslag liggende belastingaanslag(en) kan de ontvanger zich tijdens de zitting bij de rechtbank desgewenst laten bijstaan door de inspecteur. Het voorgaande geldt ook, als er tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep wordt ingesteld bij een gerechtshof. Uitstel van betaling na (hoger) beroep of beroep in cassatie. 9 Een beroepschrift (in hoger beroep) wordt niet tevens aangemerkt als een verzoek om uitstel van betaling. De aansprakelijk gestelde moet desgewenst een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen. Artikel 25, § 2, van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing. Cassatievoorstel na uitspraak in hoger beroep 10 Zo spoedig mogelijk nadat de ontvanger van het gerechtshof de uitspraak heeft ontvangen op een beroepschrift in hoger beroep beoordeelt hij of hij zich met die uitspraak kan verenigen. Als de invorderingsambtenaar zich niet kan verenigen met die uitspraak doet hij een cassatievoorstel aan de invorderingsambtenaar van de gemeente. Bij het cassatievoorstel moet derhalve het procesdossier worden gevoegd. § 4 Overgangsrecht procedure aansprakelijkstelling Algemeen 1 Bij de wijziging van het procesrecht inzake aansprakelijkstelling wordt het tot 1 december 2002 geldende recht geëerbiedigd met betrekking tot die aansprakelijkheidszaken die op de voet van artikel 49, vierde lid, van de wet (zoals dat luidde tot 1 december 2002) voor de civiele rechter zijn gebracht (waarvoor een dagvaarding is uitgebracht). De in deze paragraaf, achtste tot en met twaalfde lid, opgenomen bepalingen zijn uitsluitend van toepassing op aansprakelijkheidsprocedures waarvoor vóór 1 december 2002 een dagvaarding is uitgebracht. Betwisting maar nog geen dagvaarding vóór 1 december 2002 2 Als de aansprakelijkstelling tijdig is betwist maar vóór 1 december 2002 nog niet tot dagvaarding is overgegaan - en de 2-maandentermijn waarbinnen moet worden gedagvaard nog niet is verstreken - is het nieuwe recht van toepassing. De betwisting - voorzover die niet heeft geleid tot het intrekken van de aansprakelijkstelling - wordt aangemerkt als een geldig gemaakt bezwaar op de voet van artikel 49, derde lid (nieuw), van de wet. Zonodig moet de aansprakelijk gestelde in de gelegenheid worden gesteld vormverzuimen te herstellen voor het rechtsgeldig maken van bezwaar. Als datum waarop het bezwaar geacht wordt te zijn ingediend, geldt de datum van ontvangst van de schriftelijke mededeling waarin de aansprakelijkstelling is betwist. Betwisting en bezwaar tegen de belastingaanslag vóór 1 december 2002 3 De aansprakelijk gestelde kan - naast de betwisting van zijn aansprakelijkheid (zie het tweede lid van deze paragraaf) - tevens op de voet van artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet (oud) bezwaar maken tegen de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Als de aansprakelijk gestelde tevens tijdig bezwaar maakt tegen de belastingaanslag, wordt dat bezwaar geacht deel uit te maken van het bezwaar tegen de beschikking als bedoeld in artikel 49, derde lid (nieuw), van de wet. Geen betwisting maar wel bezwaar tegen de belastingaanslag vóór 1 december 2002 4 Als de aansprakelijk gestelde de aansprakelijkstelling niet heeft betwist maar wel tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de belastingaanslag op de voet van artikel 50, eerste en tweede lid, van de wet (oud), wordt dat bezwaar ook aangemerkt als een tijdig gemaakt bezwaar in de zin van artikel 49, derde lid (nieuw), van de wet, tenzij reeds uitspraak op het bezwaar is gedaan en die uitspraak onherroepelijk is geworden of tegen die uitspraak reeds beroep of hoger beroep is ingesteld. Als datum waarop het bezwaar in de zin van artikel 49, derde lid, van de wet geacht wordt te zijn ingediend, geldt de datum waarop het bezwaar op de voet van het oude recht is ingediend. Afdoeningstermijn van betwistingen waarvoor geldt dat de 2-maandstermijn verstrijkt op of na 1 december 2002 5 Met betrekking tot tijdige betwistingen die op grond van overgangsrecht per 1 december 2002 worden aangemerkt als een bezwaar tegen de aansprakelijkstelling (zie het tweede lid van deze paragraaf) moet binnen 2 maanden na ontvangst van de schriftelijke mededeling waarin de aansprakelijkstelling is betwist, door de invorderingsambtenaar uitspraak zijn gedaan op het bezwaar (voorheen betwisting). Afdoeningstermijn van betwistingen waarvoor geldt dat de 2-maandstermijn vóór 1 december 2002 verstrijkt 6 Als sprake is van een onvoldoende gemotiveerde betwisting of een betwisting waarmee de invorderingsambtenaar zich niet kan verenigen en de aansprakelijk gestelde is niet binnen twee maanden gedagvaard voor de burgerlijke rechter is sprake van verlies van recht. De invorderingsambtenaar kan in die gevallen de aansprakelijke niet opnieuw aansprakelijk stellen met een beroep op het overgangsrecht per 1 december 2002. Als het onderliggende feitencomplex daarvoor aanleiding geeft, kan de invorderingsambtenaar dezelfde derde voor dezelfde belastingschuld aansprakelijk stellen, mits daarvoor andere gronden aanwezig zijn dan bij de oorspronkelijke aansprakelijkstelling. Betrokkenheid gemeentelijke advocaat bij aansprakelijkheidszaken 7 In zaken waarin door de invorderingsambtenaar vóór 1 december 2002 tot dagvaarding voor de civiele rechter is overgegaan en die derhalve worden afgewikkeld op de voet van artikel 49, vierde lid (oud), van de wet moet de gemeentelijke advocaat worden ingeschakeld. Voor zaken die worden afgewikkeld onder het nieuwe recht wordt in beginsel geen beroep meer gedaan op de gemeentelijke advocaat. Nadere betwisting na dagvaarding 8 Als de aansprakelijk gestelde, nadat hij de aansprakelijkstelling heeft betwist, de grond van zijn betwisting wijzigt dan wel aanvult en de invorderingsambtenaar van oordeel is dat de aansprakelijk gestelde ten onrechte aansprakelijk is gesteld, maar de aansprakelijk gestelde al heeft gedagvaard, trekt hij de dagvaarding slechts in als de aansprakelijk gestelde de kosten, die tot dan toe zijn gemaakt, betaalt, tenzij het in rekening brengen van deze kosten niet redelijk is. Als de aansprakelijk gestelde de door de invorderingsambtenaar gemaakte kosten niet wil betalen, handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het bepaalde in de Instructie rechtskundige bijstand. Wijziging grond in civiele procedure 9 Als pas tijdens de procedure als bedoeld in artikel 49, vierde lid (oud), van de wet blijkt dat de betrokkene op de verkeerde grond aansprakelijk is gesteld, maar wel op een andere grond aansprakelijk zou kunnen worden gesteld, streeft de invorderingsambtenaar er naar zijn eis te wijzigen conform het bepaalde in artikel 130 Rv. Wijziging bedrag aansprakelijkstelling in civiele procedures 10 Als tijdens de procedure als bedoeld in artikel 49, vierde lid (oud), van de wet blijkt dat het bedrag van de aansprakelijkstelling € 227 of minder zal bedragen, wordt de aansprakelijkstelling niet ingetrokken. Invordering en verrekening 11 Tijdens de civiele procedure vinden geen invorderingsmaatregelen plaats. Bij vrees voor onverhaalbaarheid kunnen wel conservatoire maatregelen worden genomen. Eveneens vindt tijdens de civiele procedure geen verrekening plaats van uit te betalen bedragen ten name van de aansprakelijk gestelde met diens aansprakelijkheidsschuld. Bij vrees voor onverhaalbaarheid kan conservatoir beslag worden gelegd op het uit te betalen bedrag. Wijziging eis 12 De invorderingsambtenaar wijzigt zijn eis als in de fiscale procedure die de belastingschuldige voert, een onherroepelijke uitspraak is gedaan met betrekking tot de hoogte van de belastingaanslag, die leidt tot aanpassing van het bedrag van de aansprakelijkheidsschuld en artikel 50, zesde lid, van de wet (oud) van toepassing is. § 5 Invordering Eerst uitwinning belastingschuldige 1 De invorderingsambtenaar zal zich in beginsel eerst verhalen op vermogensbestanddelen van de belastingschuldige voordat hij overgaat tot uitwinning van de vermogensbestanddelen van de aansprakelijkgestelde. Volgorde van aansprakelijkstellen 2 Wanneer de invorderingsambtenaar een derde aansprakelijk kan stellen op grond van meer dan één fiscale of civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling hoeft hij daarbij geen volgorde in acht te nemen. Hetzelfde geldt als de invorderingsambtenaar verscheidene derden op grond van dezelfde dan wel op grond van verschillende aansprakelijkheidsbepalingen aansprakelijk kan stellen. Het vorenstaande geldt uiteraard niet in de gevallen waarvoor in de wet of deze leidraad anders is bepaald. Artikel 50 Artikel 50 vervalt met ingang van 1 december 2002. Artikel 51 Naar de inhoud Op een conservatoir beslag door de invorderingsambtenaar ten laste van degene die aansprakelijk is of wordt gesteld, is artikel 700, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing. Het beslag vervalt van rechtswege indien: de aansprakelijk gestelde bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de invorderingsambtenaar niet binnen vier maanden na de dagtekening van de beschikking uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift; of vóór het leggen van het beslag geen aansprakelijkstelling heeft plaatsgevonden en aansprakelijkstelling niet alsnog plaatsvindt binnen drie maanden na het leggen van het beslag. De voorzieningenrechter van de rechtbank die het verlof tot het leggen van beslag heeft verleend, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verlengen indien de invorderingsambtenaar dit vóór het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking, bedoeld in de vorige volzin, is geen hogere voorziening toegelaten. Ingeval een conservatoir derdenbeslag van rechtswege is vervallen, stelt de invorderingsambtenaar de derdebeslagene daarvan schriftelijk in kennis. § 1 Conservatoir beslag Algemeen 1 De versnelde invordering op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet is niet van toepassing op een aansprakelijkgestelde. Wel heeft de invorderingsambtenaar op grond van artikel 51 van de wet de mogelijkheid met toepassing van de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering conservatoir beslag te leggen. Verval/opheffen conservatoir beslag 2 Heeft voor het leggen van het conservatoir beslag geen aansprakelijkstelling op de voet van artikel 49, eerste lid van de wet plaatsgevonden, dan vervalt het beslag van rechtswege als niet binnen drie maanden na het leggen van het beslag aansprakelijk wordt gesteld. De invorderingsambtenaar kan aan de voorzieningenrechter die het verlof tot het leggen van het beslag heeft verleend verzoeken de termijn waarbinnen aansprakelijk moet worden gesteld, te verlengen. Het verzoek tot termijnverlenging moet zijn ingediend voor het verstrijken van de drie-maanden-termijn na het leggen van het beslag. Een conservatoir beslag vervalt in elk geval van rechtswege als de aansprakelijk gestelde bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet en de invorderingsambtenaar niet binnen vier maanden na de dagtekening van de beschikking uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift. Opgemerkt wordt dat als er conservatoir beslag ligt en er sprake is van een verzoek om uitstel van betaling in verband met een bezwaar tegen de beschikking op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet de invorderingsambtenaar dit uitstel niet verleend als geen zekerheid wordt gesteld. Verval/opheffen conservatoir derdenbeslag 3 Als op grond van artikel 51 van de wet conservatoir beslag is gelegd onder een derde en de invorderingsambtenaar heft dit beslag op of dit beslag vervalt van rechtswege, dan stelt de invorderingsambtenaar de derde hieromtrent zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis. Executoriale titel 4 Het conservatoire beslag gaat over in een executoriaal beslag zodra de invorderingsambtenaar een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is. De invorderingsambtenaar kan een executoriale titel verkrijgen: doordat in een aansprakelijkheidsprocedure ' waarvoor uiterlijk 30 november 2002 een dagvaarding is uitgebracht - een condemnatoir vonnis wordt gewezen; n.v.t. doordat de invorderingsambtenaar, ingeval de aansprakelijkheid niet wordt betwist, maar niet tijdig wordt betaald, een dwangbevel uitvaardigt jegens de aansprakelijkgestelde (zie artikel 52, § 1, van deze leidraad). In de bovengenoemde gevallen wordt de aansprakelijkgestelde voordat tot tenuitvoerlegging wordt overgegaan eerst aangemaand om binnen tien dagen na de dagtekening van de aanmaning zijn aansprakelijkheidsschuld te betalen (zie ook artikel 52, § 1, van deze leidraad). Verklaring bij derdenbeslag 5 Als ten laste van een aansprakelijkgestelde conservatoir derdenbeslag is gelegd, is de derde verplicht om, zodra vier weken zijn verstreken na het leggen van het beslag, ex artikel 476a juncto artikel 720 Rv verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. De in verband daarmee in artikel 477 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde verplichting van de derde alsmede in artikel 477a Rv bedoelde bevoegdheden van de invorderingsambtenaar gaan niet in voordat vier weken zijn verstreken sedert de betekening van de in de hoofdzaak verkregen executoriale titel aan de derde (vergelijk artikel 723 Rv), welke betekening op grond van artikel 722 Rv dient te geschieden binnen één maand nadat terzake van de hoofdvordering een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. Artikel 52 Naar de inhoud Het bedrag vermeld in de beschikking als bedoeld in artikel 49, eerste lid, is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 9, tiende lid, 11, 12, 13, 14 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing. De aansprakelijkgestelde kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel inzake de invordering van een aansprakelijkheidsschuld in verzet komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige op de voet van artikel 17, met dien verstande dat het bepaalde in het derde lid van dat artikel eveneens geldt voor het niet ontvangen zijn van de beschikking bedoeld in artikel 49, eerste lid, en voor de omstandigheden die aan de orde zijn gesteld of hadden kunnen worden gesteld bij het maken van bezwaar tegen de in artikel 49, eerste lid, bedoelde beschikking, bij het instellen van beroep ter zake van een uitspraak op het desbetreffende bezwaar of bij het instellen van beroep in cassatie ter zake van een uitspraak van een uitspraak op het desbetreffende beroep. § 1 Invordering Invordering na aansprakelijkstelling 1 Ingevolge artikel 52, eerste lid, van de wet heeft de aansprakelijk gestelde een betalingstermijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking. Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen (of te laat een) bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar. Aanmaning en eigen dwangbevel 2 De invordering vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de artikelen 9, tiende lid, 11, 12, 13, 14 en 19 van de wet. De invordering vangt aan met de verzending van een aanmaning en wordt zonodig voortgezet door middel van een ten laste van de aansprakelijk gestelde uitgevaardigd dwangbevel. 3 verwijderd per 1 juli 2003 Verzoek ambtshalve vermindering door belastingschuldige 4 Als de belastingschuldige zich tot de heffingsambtenaar heeft gewend met het verzoek een belastingaanslag, waarvan het bedrag geheel of gedeeltelijk is opgenomen in het bedrag van de beschikking, ambtshalve te verminderen, wacht de invorderingsambtenaar met de invordering bij de aansprakelijk gestelde. Het vorenstaande is niet van toepassing indien het verzoek kennelijk is ingediend met het oogmerk de invordering te traineren. 5 n.v.t. Invordering na condemnatoir vonnis 6 Als een condemnatoir vonnis is gewezen wordt de aansprakelijkgestelde eerst aangemaand. Er wordt echter geen dwangbevel uitgevaardigd. Invordering vindt namelijk plaats op basis van het condemnatoire vonnis. Hoofdstuk III van de wet is dus niet van toepassing. De belastingdeurwaarder dient het vonnis ten uitvoer te leggen. § 2 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel Algemeen 1 Artikel 52, tweede lid, bepaalt dat een aansprakelijkgestelde tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige op de voet van artikel 17 van de wet. De bepaling van het tweede lid opent echter niet de mogelijkheid voor de aansprakelijkgestelde om in verzet te komen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel jegens de belastingschuldige. Evenmin kan de belastingschuldige in verzet komen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel jegens de aansprakelijkgestelde. Het bepaalde in artikel 17, § 1, van deze leidraad is hierbij zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Beperking verzetsgronden 2 Op grond van artikel 52, tweede lid, van de wet kan de aansprakelijk gestelde niet als verzetsgrond aanvoeren dat de beschikking aansprakelijkstelling niet is ontvangen. Noch kan de aansprakelijk gestelde omstandigheden aanvoeren die aan de orde zijn gesteld, of hadden kunnen worden gesteld, bij het maken van bezwaar tegen de in artikel 49, eerste lid, van de wet genoemde beschikking, bij het instellen van beroep tegen een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, bij het instellen van hoger beroep of bij het instellen van beroep in cassatie. Door de verwijzing naar artikel 17 van de wet kan de aansprakelijk gestelde zich voorts niet beroepen op de (materiële) onverschuldigdheid van de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Verzet tegen executie condemnatoir vonnis 3 Als een condemnatoir vonnis dat is gewezen op grond van een dagvaarding die is uitgebracht vóór 1 december 2002 ten uitvoer wordt gelegd is geen verzet mogelijk tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel aangezien het condemnatoir vonnis zelf vatbaar is voor tenuitvoerlegging en dus geen dwangbevel meer behoeft te worden uitgevaardigd. In deze gevallen kan de aansprakelijkgestelde zich wel verzetten tegen de executie van het vonnis, op grond van artikel 438 Rv. Hoewel dit verzet geen schorsende werking biedt, gaat de invorderingsambtenaar er van uit dat het bepaalde bij artikel 17, tweede lid van deze leidraad zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing is. § 3 Vordering Vordering 1 De invorderingsambtenaar kan tegen een derde een vordering doen om de schulden van een aansprakelijkgestelde in verband met diens aansprakelijkstelling terzake te betalen. Het bepaalde bij artikel 19 van deze leidraad is hierbij zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. § 4 Lijfsdwang Aansprakelijkgestelde 1 Lijfsdwang op grond van artikel 20 van de wet is ten aanzien van een aansprakelijkgestelde niet mogelijk. Artikel 53 Naar de inhoud De bepalingen van de eerste en tweede afdeling van hoofdstuk IV inzake verhaalsrechten en verrekening, met uitzondering van artikel 24, derde lid, vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aansprakelijkgestelde. Het bepaalde in artikel 25 met betrekking tot de mogelijkheid van uitstel van betaling vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aansprakelijkgestelde. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld krachtens welke de aansprakelijkgestelde die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, geheel of gedeeltelijk wordt ontslagen van zijn betalingsverplichting. § 1 Verhaalsrechten n.v.t. § 2 Verrekening Verrekening aansprakelijkheidsschuld 1 In artikel 53, eerste lid van de wet is bepaald dat ook de regels inzake de verrekening (artikel 24 van de wet, met uitzondering van het derde lid) overeenkomstige toepassing vinden ten aanzien van een aansprakelijkgestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijkgestelde uit te betalen bedrag. § 2a Uitstel van betaling vervallen § 3 Ontslag van betalingsverplichting Algemeen 1 Als de aansprakelijkgestelde niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend. Zie verder artikel 26, § 1, derde lid, van deze leidraad. § 4 Verjaring Geen eigen verjaringsregels 1 Wat de verjaring betreft is geen bepaling inzake de toepassing bij aansprakelijkstelling opgenomen, omdat de aansprakelijkheidsschuld betrekking heeft op de schuld die op grond van de belastingaanslag bestaat. Verjaring van het recht tot dwanginvordering en verrekening met betrekking tot de belastingaanslag heeft tot gevolg dat dit recht eveneens verjaart met betrekking tot de invordering van een aansprakelijkheidsschuld. Als ten tijde van de verjaring de belastingaanslag voor de betaling waarvan de derde aansprakelijk is gesteld - ook te zijnen aanzien - onherroepelijk is vast komen te staan, handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, § 1, achtste en negende lid, van deze leidraad. Geen verlenging verjaringstermijn 2 Indien een aansprakelijkgestelde bijvoorbeeld uitstel van betaling heeft of in staat van faillissement verkeert, leidt dit niet tot verlenging van de verjaringstermijn. Om te bereiken dat het recht tot dwanginvordering en verrekening niet verjaren dient de invorderingsambtenaar aan de belastingschuldige een dwangbevel te betekenen (zie artikel 27, §1, derde lid van deze leidraad). Het vorenstaande geldt eveneens in het geval ten aanzien van de aansprakelijkgestelde de toepassing van de wettelijke schuldsanering is uitgesproken. Artikel 54 Naar de inhoud Een teruggaaf als gevolg van een vermindering van een belastingaanslag waarop het door de aansprakelijk gestelde betaalde bedrag is afgeboekt, alsmede een teruggaaf als gevolg van een vermindering van een aanslag waarmee een voorlopige aanslag, waarop het door de aansprakelijk gestelde betaalde bedrag is afgeboekt, op de voet van artikel 15 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is verrekend, komt niet toe aan de belastingschuldige doch aan de aansprakelijk gestelde, tot het bedrag dat hij op grond van die aansprakelijkstelling heeft voldaan. Indien een aanslag na de verrekening van een voorlopige aanslag met die aanslag leidt tot een teruggaaf, wordt deze teruggaaf voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een vermindering van de voorlopige aanslag. De invorderingsambtenaar doet aan de belastingschuldige mededeling van zijn voornemen tot betaling van de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan de aansprakelijk gestelde, dan wel van zijn voornemen tot verrekening op de voet van artikel 24 van die teruggaaf. Indien meer dan één aansprakelijk gestelde recht hebben op dezelfde teruggaaf, komt het bedrag van de teruggaaf toe aan ieder van hen naar evenredigheid van ieders op grond van de aansprakelijkstelling betaalde bedrag. § 1 Mededeling aan de belastingschuldige Algemeen 1 De in artikel 54 van de wet genoemde schriftelijke mededeling aan de belastingschuldige is beperkt tot uitbetalingen en verrekeningen die het gevolg zijn van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor de derde aansprakelijk is gesteld. Als geen sprake is van een vermindering van de belastingaanslag, is dit artikel niet van toepassing. Dit artikel is ook van toepassing als een belastingaanslag na de verrekening van die belastingaanslag met de voorlopige aanslag leidt tot een teruggaaf. Deze teruggaaf wordt dan voor de toepassing van artikel 54 als een vermindering op de voorlopige aanslag aangemerkt. Invorderingsrente en kosten 2 Artikel 54 van de wet is eveneens van toepassing op de invorderingsrente en de kosten die als gevolg van de vermindering van de belastingaanslag moeten worden terugbetaald. Betaling aanhouden 3 De invorderingsambtenaar houdt de betaling van de teruggaaf als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet gedurende vier weken na de dagtekening van de schriftelijke mededeling aan de belastingschuldige aan. In deze periode kan de belastingschuldige, als de derde zich reeds voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald, derdenbeslag leggen onder de invorderingsambtenaar op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslag-procedure zal dan worden uitgemaakt aan wie de invorderingsambtenaar het bedrag van de teruggaaf moet betalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel