Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Afdeling 3

Artikel 55

Artikel 55

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006

n.v.t. Artikel 56 n.v.t. Artikel 57 n.v.t. Hoofdstuk VII Verplichtingen ten behoeve van de invordering§ 1 Algemene onderwerpen Algemeen 1 Hoofdstuk VII van de wet regelt de verplichtingen welke ten dienste van de invordering aan personen en lichamen kunnen worden opgelegd. In hoofdstuk VIII worden de sancties, welke gesteld zijn op de niet-nakoming van de verplichtingen vermeld. Bedacht dient te worden dat gebruikmaking van de in hoofdstuk VII genoemde verplichtingen gevolgen heeft voor de personen en de lichamen die daarmede geconfronteerd worden. In dit kader verdient het aanbeveling om, met name in situaties waarin anderen dan de belastingschuldige met verplichtingen geconfronteerd zullen worden, deze alleen op te leggen als het fiscale belang van voldoende omvang is om een zodanige maatregel te rechtvaardigen. Als echter sprake is van onwillige belastingschuldigen waarbij gerechtvaardigde vermoedens bestaan dat belastinginvordering op enigerlei wijze wordt gefrustreerd dan wel pogingen daartoe worden ondernomen, dient van terughoudendheid nimmer sprake te zijn. Dit geldt evenzeer voor situaties waarin binnen afzienbare tijd voor (verdere) cumulatie van belastingschulden moet worden gevreesd. De invorderingsambtenaar weegt dus de fiscale belangen af tegen die van de belastingschuldige en derden. Van de bevoegdheden van hoofdstuk VII maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik zo lang niet sprake is van betalingsachterstand, waarvan kan worden gesproken als niet is betaald binnen de voor de belastingaanslag geldende betalingstermijn( en), tenzij sprake is van uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep). Opgemerkt wordt dat de informatieplicht vervalt als alsnog volledige betaling heeft plaatsgevonden. Eén en ander is echter anders als de toepassing van artikel 10 aan de orde kan komen. Bevoegde ambtenaar 2 Niet alleen de invorderingsambtenaar maar ieder andere daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar kan de in hoofdstuk VII van de wet gegeven bevoegdheden uitoefenen. Gemeenteambtenaren die de bevoegdheid hebben om vanwege het college van burgemeester en wethouders andere gemeenteambtenaren aan te wijzen, houden bij die aanwijzing rekening met de benodigde vaardigheden en bekwaamheden die overigens van geval tot geval kunnen verschillen. In het algemeen verdient het aanbeveling om invorderingsonderzoeken plaats te doen vinden door daarvoor gekwalificeerde (controle-)ambtenaren. Slechts in uitzonderingsgevallen wijkt de invorderingsambtenaar van het voorgaande af. Gegevens en inlichtingen 3 Het vragen van gegevens en inlichtingen dient zo concreet mogelijk te geschieden. Gegevens en inlichtingen die aanwezig zijn bij de gemeente dan wel, niet relevant zijn voor de invordering worden niet gevraagd. Wanneer het gaat om meer gedateerde gegevens, dient vooraf bij de heffingsambtenaar te worden nagegaan of de benodigde gegevens niet reeds in zijn bezit zijn, om onnodige irritatie te voorkomen. Voor de vraag binnen welke termijn de gevraagde gegevens etc. verstrekt moeten worden, kan worden verwezen naar het in artikel 60, § 1, tweede lid, van deze leidraad. Gegevensdragers 4 Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat daar waar in de wet of hierna wordt gesproken over 'gegevensdragers' hieraan een uitleg dient te worden gegeven als bij artikel 47 AWR. Plaats van raadpleging gegevensdragers 5 De invorderingsambtenaar maakt een terughoudend gebruik van de mogelijkheid om van de belastingschuldige/aansprakelijkgestelde te vorderen de gegevensdragers, waarvan de invorderingsambtenaar raadpleging verlangt, naar zijn kantoor te brengen. Doorgaans zullen dus de desbetreffende gemeenteambtenaren zich bij de belastingschuldige/ aansprakelijkgestelde vervoegen om de verlangde raadpleging te doen plaatsvinden, dan wel de gegevensdragers naar het kantoor over te brengen. 6 n.v.t. Van belang voor de invordering 7 In artikel 58 van de wet wordt gesproken over gegevens en inlichtingen respectievelijk gegevensdragers die 'van belang kunnen zijn voor de invordering'. Dit criterium dient ruim te worden uitgelegd en ziet niet uitsluitend op het verkrijgen van gegevens omtrent verhaalsmogelijkheden. Of sprake is van gegevens en inlichtingen respectievelijk gegevensdragers die van belang kunnen zijn voor de invordering is ter beoordeling van de invorderingsambtenaar, die bij zijn beslissing is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het feit dat de belastingschuldige/ aansprakelijkgestelde, of de derde van wie de gegevens en inlichtingen worden gevraagd dan wel van wie gevraagd wordt de gegevensdragers beschik- baar te stellen, iets niet voor de invordering van belang acht, ontslaat hem niet van de in de genoemde artikelen neergelegde verplichting. Artikel 58 Naar de inhoud De belastingschuldige of een aansprakelijkgestelde is gehouden desgevraagd aan de invorderingsambtenaar: de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de invordering te zijnen aanzien van belang kunnen zijn; de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de invorderingsambtenaar - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de invordering te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen. § 1 Verplichtingen ten aanzien van de belastingschuldige of aansprakelijkgestelde zelf Verplichting tot het verstrekken van gegevens en tot voor raadpleging ter beschikking stellen van gegevensdragers voor 'eigen' schulden 1 Artikel 58 van de wet regelt de verplichting tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen; het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers of de inhoud daarvan, zulks ter keuze van de invorderingsambtenaar voor 'eigen' belastingschulden; en persoonsidentificatie jegens de ontvanger. De reikwijdte van het artikel beperkt zich tot verstrekking door de belastingschuldige zelf van gegevens die voor de belastinginvordering te zijnen aanzien van belang is, en ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Ook kan met gebruikmaking van de in artikel 58 van de wet neergelegde verplichtingen de belastingschuldige verzocht worden om gegevens en inlichtingen te verstrekken en om gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen om te beoordelen of tot aansprakelijkstelling van derden kan worden overgegaan. Invorderingsonderzoek 2 Het is de invorderingsambtenaar niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen nadat de rechter de invorderingsambtenaar in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor door laatstgenoemde in een procedure aangevoerde stellingen indien en voor zover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren. Sfeerovergang 3 De invorderingsambtenaar dient bij het vragen van gegevens en/of gegevensdragers op grond van artikel 58 aangaande invordering van belastingaanslagen die direct dan wel indirect het onderwerp zijn van een strafrechtelijk onderzoek, jegens belastingschuldige het gestelde in artikel 29 Wetboek van Strafvordering in acht te nemen (geven van de zogenaamde cautie). Als in die gevallen het stellen van de cautie achterwege zou blijven, zouden de ontvangen gegevens en/of de ter beschikking gestelde gegevensdragers als onrechtmatig verkregen kunnen worden aangemerkt en mitsdien verder buiten beschouwing moeten blijven. Als evenwel de benodigde gegevens en/of gegevensdragers geen betrekking hebben op aspecten van dat strafrechtelijke onderzoek, dient aan de verplichting van artikel 58 van de wet voldaan te worden. Aansprakelijkgestelden 4 Artikel 58 van de wet is ook van toepassing ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Dit houdt dus in dat ten aanzien van deze categorie pas na aansprakelijkstelling een beroep op dit artikel kan worden gedaan en niet reeds vanaf een vroeger tijdstip. Artikel 59 Naar de inhoud De in artikel 58, onderdeel b, bedoelde verplichting geldt onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de invorderingsambtenaar voor raadpleging beschikbaar te stellen. De invorderingsambtenaar stelt degene wiens gegevensdragers hij bij een derde voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis. Dit artikel is niet van toepassing op gemeentelijke belastingen. § 1 Raadpleging gegevensdragers van de belastingschuldige of van de aansprakelijkgestelde die zich bij een derde bevinden Informatieplicht van derden Artikel 59 legt aan degene die de boekhouding of gegevens van de belastingschuldige of aansprakelijkgestelde (bij)houdt de verplichting op de gevraagde gegevens aan de invorderingsambtenaar van de rijksbelastingdienst te verstrekken. Het artikel kan op grond van artikel 246a van de Gemeentewet bij algemene maatregel van bestuur geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard voor gemeentelijke belastingen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Stb. 1995, 346) is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 59. In artikel 7 van het Besluit gegevensverstrekking is alleen bepaald dat de rijksbelastingdienst desgevraagd gegevens en inlichtingen moet verstrekken over de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige die een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belasting heeft gedaan op de voet van artikel 26 van de Invorderings-wet 1990. Bij de beoordeling van een ingediend kwijtscheldingsverzoek kunnen de opgegeven inkomens- en vermogensgegevens worden geverifieerd bij de rijksbelastingdienst. Artikel 60 Naar de inhoud De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere wijze - zulks ter keuze van de invorderingsambtenaar - en binnen een door de invorderingsambtenaar te stellen redelijke termijn. Toegelaten moet worden, dat kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan. § 1 Raadpleging van stukken: aard, inhoud en wijze Algemeen 1 Artikel 60 van de wet regelt de aard, inhoud en wijze waarop aan de verplichtingen in hoofdstuk VII van de wet uitvoering moet worden gegeven. Redelijke termijn 2 Artikel 60, eerste lid, van de wet komt er op neer dat aan de in artikel 58 van de wet genoemde verplichtingen binnen een door de invorderingsambtenaar te bepalen termijn voldaan dient te worden. Voorts bepaalt dit lid dat die termijn redelijk behoort te zijn. Een redelijke termijn kan onder omstandigheden ook terstond zijn. Bij de afweging van de duur van de termijn kan bijvoorbeeld ook betekenis worden toegekend aan de inspanningen welke de gegevensverstrekker zich moet getroosten om de gevraagde gegevens over te leggen; ook kostenaspecten kunnen hierbij een rol spelen. Voorts is ook niet zonder betekenis het belang dat de invorderingsambtenaar heeft bij een spoedige verstrekking of beschikbaarstelling. Het is dit spanningsveld waarbinnen de redelijke termijn moet worden vastgesteld. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen 3 Artikel 60, eerste lid, van de wet bepaalt voorts hoe de gegevens verstrekt of beschikbaar gesteld moeten worden. Duidelijk, stellig en zonder voorbehoud zijn begrippen die niet spoedig tot verwarring aanleiding zullen geven. Dubbelzinnige, weinig concrete of voor verschillende uitleg vatbare gegevens, dan wel gegevens ten aanzien waarvan voorbehouden worden gemaakt hoeft de invorderingsambtenaar niet te accepteren. Hij herhaalt in een dergelijke situatie zijn vragen en vordert op basis van dit lid, correcte en concrete gegevens. Voldoen de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen dan dient overwogen te worden een civiele procedure op te starten dan wel de strafsancties van hoofdstuk VIII toe te passen. Gegevensverstrekking vindt in beginsel uitsluitend schriftelijk plaats. Slechts in uitzonderingssituaties kan, zulks ter beoordeling van de invorderingsambtenaar, ook met mondelinge inlichtingen genoegen worden genomen. Bewijsrechtelijk bezien heeft mondelinge inlichtingenverstrekking slechts betekenis als getuigen kennis dragen van de inlichtingenverstrekking, hoewel het ook dan bezwaarlijk kan zijn precieze teksten te reproduceren. Naarmate het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk wordt, kan de invorderingsambtenaar - overigens de redelijke belangen van de betrokken belastingschuldige, aansprakelijkgestelde of andere derde in het oog houdend - ook verlangen dat de gegevens op andere wijze worden verstrekt, bijvoorbeeld elektronisch, op schijf, op magneetband of via datacommunicatie. Kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels 4 Het tweede lid van artikel 60 van de wet bepaalt dat van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gevraagde gegevensdragers kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt. Als dit gebeurt ter domicilie van de inlichtingenverstrekker dient dit zo min mogelijk overlast voor betrokkene met zich mede te brengen zonder dat daarbij overigens het invorderingsbelang in het geding is. Strafsancties 5 Bij het niet voldoen aan het in artikel 60 van de wet bepaalde zijn de strafsancties van hoofdstuk VIII van de wet van toepassing. Artikel 61 Naar de inhoud Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 58, 59 en 60 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheid dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd. § 1 Geheimhoudingsplicht Reikwijdte 1 Artikel 61 van de wet bepaalt ten aanzien van de in de artikelen 58, 59 en en 60 neergelegde verplichtingen dat niemand zich op geheimhouding kan beroepen, zelfs niet als die geheimhoudingsverplichting hem bij wettelijk voorschrift zou zijn opgelegd. In dit artikel, waarin het gaat om de verplichtingen die ten behoeve van de invordering in beginsel uitsluitend op de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde zelf rusten, kan niemand zich met vrucht beroepen op een al dan niet wettelijke geheimhoudingsplicht. Zie in dit verband ook artikel 63 van de wet. Niet van de administratie gescheiden beroepsvertrouwelijke gegevens 2 De invorderingsambtenaar heeft alleen belang bij die inlichtingen en stukken, die hem een inzicht verschaffen in de financiële positie van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde. Doorgaans blijken dan ook de beroepsvertrouwelijke gegevens en de financiële gegevens te zijn gescheiden. Mocht het desondanks toch onvermijdelijk zijn dat de invorderingsambtenaar gegevens met een privacykarakter onder ogen krijgt dan kan de verstrekking van de gegevens en inlichtingen, dan wel de raadpleging van gevraagde gegevensdragers niet aan de invorderingsambtenaar worden geweigerd. Hij is evenwel op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet gehouden tot geheimhouding daarvan. Artikel 62 Naar de inhoud Met betrekking tot administratieplichtigen als bedoeld in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zijn de in de artikel 58, 59 en 60 geregelde verplichtingen van overeenkomstige toepassing ten behoeve van de invordering van derden. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de personen en de lichamen als bedoeld in artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, voor zover het de in dat artikel bedoelde gegevens en inlichtingen betreft. Artikel 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing met dien verstande dat voor heffingsambtenaar wordt gelezen invorderingsambtenaar en voor belastingwet wordt gelezen Invorderingswet 1990. Dit artikel is niet van toepassing op gemeentelijke belastingen. Informatieplicht van derden Artikel 62 van de wet legt aan derden de verplichting op om gegevens en inlichtingen die voor de invordering van belang kunnen zijn te verstrekken aan de invorderingsambtenaar van de rijksbelastingdienst. Het artikel is op grond van artikel 249 van de Gemeentewet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen. In artikel 246a van de Gemeentewet is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld om de artikelen 59 en 62 van de Invorderingswet 1990 geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren of een overeenkomstige bepaling vast te stellen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 62. In een aantal gevallen kunnen gemeenten echter toch gebruik maken van inlichtingen van derden. Het kan daarbij gaan om de volgende gevallen. Verschaffing inlichtingen door de rijksbelastingdienst. De Staatssecretaris van Financiën heeft in onderdeel 2.1.1.3 van het Voorschrift informatieverstrekking 1993 bepaald dat aan gemeenten desgevraagd informatie wordt verstrekt voorzover die zijn belast met de uitvoering van de belastingwet of invordering op basis van de Invorderingswet 1990. Op grond van dit voorschrift kunnen aan de rijksbelastingdienst ten aanzien van een derde bijvoorbeeld gegevens over werkgevers of uitkerende instanties worden gevraagd indien een beslag op loon of uitkering wordt overwogen. Opgemerkt wordt dat het voorschrift geen wettelijke verplichting aan de rijksbelastingdienst oplegt tot het verstrekken van inlichtingen. Inlichtingenplicht derden o.g.v. art. 475g Rv.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel