Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Afdeling 3

Artikel 63

Naar de inhoud Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de invordering van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, procureurs, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn. § 1 Geheimhoudingsplicht beroepsbeoefenaren Algemeen

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006

Naar de inhoud Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de invordering van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, procureurs, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn. § 1 Geheimhoudingsplicht beroepsbeoefenaren Algemeen 1 Ten aanzien van de verplichtingen met betrekking tot de invordering ten aanzien van derden (artikel 62 van de wet) geeft artikel 63 de mogelijkheid zich op een geheimhoudingsplicht te beroepen, maar beperkt die mogelijkheid tot uitoefenaren van bepaalde beroepen, namelijk degenen die een traditioneel erkend zogenaamd vertrouwensberoep uitoefenen. Als het gaat om de eigen belastingschuld kan echter ook deze beroepsbeoefenaar zich niet met vrucht beroepen op een al dan niet wettelijke geheimhoudingsplicht (zie artikel 61). Artikel 63a Naar de inhoud De verplichtingen welke volgens dit hoofdstuk bestaan jegens de invorderingsambtenaar, gelden mede jegens iedere door of vanwege Onze Minister aangewezen andere ambtenaar van de rijksbelastingdienst. § 1 Bevoegdheid belastingambtenaren Algemeen 1 Artikel 63a van de wet bepaalt dat de op grond van de artikelen 58 en 60 van de wet tegenover de invorderingsambtenaar bestaande verplichtingen tevens bestaan tegenover gemeenteambtenaren die door het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen. Hoofdstuk VIII Strafrechtelijke bepalingen § 1 Inleiding Algemeen 1 Op grond van artikel 58 van de wet is de belastingschuldige dan wel zijn de in de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 246a Gemeentewet nader genoemde derden verplicht desgevraagd aan de invorderingsambtenaar gegevens en inlichtingen te verstrekken alsmede de gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen. Artikel 60 van de wet regelt de aard, de inhoud en wijze waarop aan de verplichtingen uitvoering moet worden gegeven. Het niet, het niet volledig of het niet op juiste wijze nakomen van die verplichtingen levert op grond van de artikelen 64 en 65 van de wet een strafbaar feit op. Overigens wordt in dit verband erop gewezen dat tegen niet meewerkende informatieplichtigen veelal op grond van het civiele recht geprocedeerd kan worden om de informatieverplichtingen af te dwingen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een kort geding, een verkorte termijnprocedure of een gewone bodemprocedure bij de civiele rechter. Betrokkenheid meer personen 2 Als een aantal personen aan het begaan van een belastingdelict heeft bijgedragen zal aan de hand van de regels van het commune strafrecht beoordeeld moeten worden of, en zo ja op grond waarvan, strafrechtelijke vervolging van de deelnemers kan plaatsvinden. Zo zal, als er bij het voor raadpleging beschikbaar stellen van valse of vervalste gegevensdragers (of de inhoud daarvan in valse of vervalste vorm) een daarop gerichte bewuste samenwerking is geweest tussen de belastingschuldige en een derde en die derde daarbij handelingen heeft verricht die als uitvoeringshandelingen kunnen worden aangemerkt, zoals het overhandigen van valse of vervalste gegevensdragers (of de inhoud daarvan in valse of vervalste vorm) aan de invorderingsambtenaar, die derde veelal als medepleger in de zin van artikel 47, eerste lid, Sr kunnen worden beschouwd. Heeft de derde geen uitvoeringshandelingen, maar slechts ondersteunings- of voorbereidingshandelingen verricht, die niet rechtstreeks het beoogde gevolg teweeg brengen, dan kan hij slechts als medeplichtige worden gestraft. Artikel 64 Naar de inhoud Degene die niet voldoet aan de verplichtingen hem bij artikel 60, tweede lid, opgelegd, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie. Degene die ingevolge deze wet verplicht is tot: het verstrekken van inlichtingen of gegevens, en deze niet, onjuist of onvolledig verstrekt; het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze niet voor dat doel beschikbaar stelt; het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stelt; wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. § 1 Overtredingen; geen straf of afwezigheid van alle schuld Algemeen 1 Bij het niet of niet correct nakomen van een verplichting tot het verstrekken van gegevens, dan wel tot het voor raadpleging ter beschikking stellen van gegevensdragers, kan op grond van artikel 64 van de wet sprake zijn van een strafbaar feit. Artikel 65a van de wet bestempelt dergelijke strafbare feiten als overtredingen. In het eerste en tweede lid van artikel 64 wordt de strafmaat voor die overtredingen aangegeven (waarbij de in het tweede lid genoemde hoofdstraffen kunnen cumuleren). Artikel 65 Naar de inhoud Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in artikel 64, tweede lid, onderdeel a of b, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt ingevorderd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig ingevorderde belasting. Degene die opzettelijk het feit begaat, omschreven in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt ingevorderd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig ingevorderde belasting. Het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel vervalt, indien de schuldige alsnog juiste en volledige inlichtingen of gegevens verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen of een of meer ambtenaren van de rijksbelastingdienst de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, mits het niet tijdig verstrekken van de gevraagde inlichtingen of gegevens niet van invloed is geweest op de verhaalsmogelijkheden met betrekking tot de belastingschuld. Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de strafbepalingen van het eerste of het tweede lid, als onder die van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van genoemd artikel 225, tweede lid, uitgesloten. § 1 Misdrijf Algemeen 1 Als bij het niet of niet correct nakomen van een verplichting tot het verstrekken van gegevens, dan wel tot het voor raadpleging ter beschikking stellen van gegevensdragers, van opzet sprake is, merkt artikel 65a van de wet dit strafbare feit aan als een misdrijf. In artikel 65, eerste en tweede lid, wordt de strafmaat voor dit misdrijf gegeven. De beide straffen die in die leden zijn genoemd kunnen cumulatief worden toegepast. Reikwijdte opzetcriterium 2 De voor de toepassing van artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet vereiste opzet behoeft zich niet uit te strekken tot het in die leden omschreven geobjectiveerde delictsbestanddeel, hierin bestaande dat de in die leden omschreven feiten er toe strekken dat te weinig belasting wordt ingevorderd. Het alsnog verstrekken van gegevens en inlichtingen kan strafvervolging voorkomen 3 Artikel 65, derde lid, van de wet strekt ertoe om degene die binnen de door de invorderingsambtenaar gestelde termijn opzettelijk in het geheel geen, onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen heeft verstrekt en dus het misdrijf van artikel 65 van de wet heeft begaan, de mogelijkheid te bieden strafvervolging te voorkomen door alsnog (juiste en volledige) gegevens te verstrekken. Voorwaarde daarbij is in de eerste plaats dat de betrokkene dit doet uit vrije wil en niet omdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat degenen die met de opsporing van de strafbare feiten zijn belast, op de hoogte zijn of binnenkort zullen komen van het strafbare feit. In de tweede plaats geldt als voorwaarde voor het niet instellen van strafvervolging in de bedoelde gevallen, dat het niet tijdig verstrekken van de gevraagde inlichtingen of gegevens niet tot gevolg heeft dat een lager bedrag kon worden verhaald dan mogelijk zou zijn geweest ingeval de gevraagde inlichtingen of gegevens wel tijdig zouden zijn verstrekt. Artikel 65a Naar de inhoud De in deze wet opgenomen strafbaar gestelde feiten waarop gevangenisstraf is gesteld, zijn misdrijven. De overige bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. § 1 Overtreding/gevolgen daarvan Algemeen 1 Op grond van artikel 65a van de wet zijn de in artikel 64 genoemde feiten overtredingen, met als gevolg dat: Een poging tot een overtreding alsmede medeplichtigheid aan een overtreding, niet strafbaar zijn (artikel 52 Sr); Binnen twee jaar na de overtreding strafvervolging moet plaatsvinden omdat anders door verjaring de mogelijkheid van strafvervolging vervalt; er minder dwangmiddelen dan bij misdrijven mogen worden toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel