Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Afdeling 3

Artikel 66

Naar de inhoud Hoofdstuk IX, afdeling 2 - met uitzondering van artikel 72 - en afdeling 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing met betrekking tot de in artikel 64 strafbaar gestelde feiten, met dien verstande dat voor belastingwet wordt gelezen Invorderingswet 1990. Artikel 254 van de Gemeentewet Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot gemeentelijke belastingen blijven de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet buiten toepassing.

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2006

Naar de inhoud Hoofdstuk IX, afdeling 2 - met uitzondering van artikel 72 - en afdeling 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van toepassing met betrekking tot de in artikel 64 strafbaar gestelde feiten, met dien verstande dat voor belastingwet wordt gelezen Invorderingswet 1990. Artikel 254 van de Gemeentewet Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot gemeentelijke belastingen blijven de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet buiten toepassing. Uitzonderingen voor gemeentelijke belastingen In artikel 254 van de Gemeentewet is bepaald dat voor de toepassing van artikel 66 met betrekking tot gemeentelijke belastingen de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de AWR buiten toepassing blijven. Deze artikelen zijn in artikel 236 van de Gemeentewet ook voor de heffing uitgezonderd. Algemeen 1 Artikel 66 strekt ertoe om de algemene bepalingen van strafrecht en van strafvordering zoals deze voorkomen in hoofdstuk IX, afdeling 2 en afdeling 3, van de AWR van overeenkomstige toepassing te verklaren op de opsporing en de vervolging inzake de in artikelen 64 en 65 van de wet strafbaar gestelde feiten. De uitzondering van artikel 72 AWR vindt plaats omdat de inhoud van dat artikel reeds is opgenomen in artikel 64, vierde lid, van de wet. Hoofdstuk IX Aanvullende regelingen Artikel 67 Naar de inhoud Het is een ieder verboden hetgeen hem in enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet, of in verband daarmede, nopens de persoon of de zaken van een ander blijkt of meegedeeld wordt, verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van deze wet of voor de heffing van enige rijksbelasting. Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. § 1 Geheimhoudingsplicht Geheimhoudingsplicht 1 Artikel 67 van de wet regelt de geheimhoudingsplicht. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders van deze plicht ontheffing kan verlenen. Informatieverstrekking van aansprakelijkgestelden 2 Ten aanzien van de vraag welke informatie aan een aansprakelijkgestelde kan worden verstrekt en welke informatie hem op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet moet worden geweigerd, wordt verwezen naar artikel 49, § 2, zesde lid van deze leidraad. Informatieverstrekking en de Wet openbaarheid van bestuur 3 Verzoeken van derden die hetzij met een uitdrukkelijk beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), hetzij in combinatie met een verzoek om ontheffing van de geheimhoudingsplicht, feitelijke informatie verzoeken over de (onder andere fiscale) aangelegenheden van degene voor wiens belastingschulden zij aansprakelijk zijn gesteld, worden in beginsel afgewezen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Wob uitsluitend het algemene openbaarheidsbelang dient en dus niet het specifieke belang van de derde bij de gevraagde gegevens. In voorkomend geval dient een zodanig verzoek steeds te worden getoetst aan de uitzonderingsgronden in artikel 10 van de Wob. In een aantal gevallen zal de absolute uitzonderingsgrond ex artikel 10, eerste lid, onderdeel c, Wob de verstrekking van de gevraagde gegevens al in de weg staan. Bij de in het kader van artikel 10, tweede lid, Wob te verrichten belangenafweging worden enerzijds het algemene of publieke openbaarheidsbelang en anderzijds de door de Wob beschermde belangen - waaronder mede begrepen de belangen van de gemeente bij de geheimhouding van gegevens en van de invorderingsambtenaar als procespartij - betrokken. Voor de mogelijkheden tot informatieverstrekking aan derden die voor de belastingschuld van een ander aansprakelijk zijn gesteld wordt verwezen naar artikel 49, § 2, zesde lid van deze leidraad. Artikel 68 n.v.t. Artikel 69 n.v.t. Artikel 70 n.v.t. Hoofdstuk X Slotbepalingen Artikel 71 Naar de inhoud De inwerkingtreding van deze wet wordt nader bij wet geregeld. § 1 Inwerkingtreding Invoeringswet 1 In de Invoeringswet Invorderingswet 1990 is het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet geregeld. Overgangsbepalingen 2 In de in het eerste lid genoemde invoeringswet zijn overgangsbepalingen neergelegd voor de invordering van belastingaanslagen die voor de inwerkingtreding van de wet zijn vastgesteld. Artikel 72 Naar de inhoud Deze wet kan worden aangehaald als Invorderingswet 1990. § 1 Citeertitel Algemeen 1 In tegenstelling tot de vorige invorderingswet heeft deze wet een officiële citeertitel: Invorderingswet 1990. Hoofdstuk XI Wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement § 1 Aanvragen van faillissement Beleidsmatige toepassing 1 Voor de beleidsuitgangspunten die door de invorderingsambtenaar worden gehanteerd waar het aanvragen van het faillissement van belastingschuldigen betreft, wordt verwezen naar artikel 3, § 3 van deze leidraad. § 2 Aanmelden belastingschulden in de wettelijke schuldsaneringsregeling of het faillissement Wettelijke schuldsaneringsregeling 1 Uiterlijk binnen drie maanden na de definitieve van toepassingverklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling vindt de verificatie plaats. Uiterlijk veertien dagen voorafgaand aan dat tijdstip dienen de vorderingen bij de bewindvoerder ter verificatie te zijn aangemeld. Belastingschulden van minder dan € 250 worden niet aangemeld. Het is zaak de vorderingen zo snel als mogelijk is ter verificatie aan te melden, waarbij de voorkeur uitgaat naar geformaliseerde belastingschulden. Ook nog niet geformaliseerde vorderingen kunnen worden gemeld, vergelijk artikel 133 FW. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven geacht worden van dag tot dag te ontstaan naarmate zich belastbare feiten voordoen. Faillissementen 2 Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar artikel 19, § 2, van deze leidraad. § 3 Tijdens de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of het faillissement Toezicht van de invorderingsambtenaar 1 De invorderingsambtenaar ziet er op toe dat zijn belangen als schuldeiser door de bewindvoerder of door de curator op een juiste wijze worden behartigd. Indien de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesprokenen in faillissementssituaties woont de invorderingsambtenaar de verificatievergadering bij als daartoe aanleiding bestaat. De invorderingsambtenaar raadpleegt altijd de (slot)uitdelingslijst en zo nodig de verslagen. Mededeling beslag 2 De invorderingsambtenaar stelt de curator in kennis van alle ten tijde van de faillietverklaring op goederen van de gefailleerde liggende beslagen. Tevens informeert hij de curator over de hem bekende zaken als bedoeld in artikel 22, derde lid van de wet die niet in een beslag zijn begrepen en waarop een bezitloos pandrecht is gevestigd. Als sprake is van toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling licht de invorderingsambtenaar de bewindvoerder dienovereenkomstig in. Verhaal tijdens de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of het faillissement 3 Als een executie voor de faillietverklaring al zover was voorbereid dat de dag van verkoop was bepaald, treedt de invorderingsambtenaar - dit in verband met de mogelijkheid van voortzetting van de verkoop op de voet van artikel 34 Fw - onmiddellijk in overleg met de curator. Beslagen op goederen van derden worden niet eerder uitgewonnen dan nadat de verwachting is ontstaan dat de schuld niet geheel uit het faillissement zal worden voldaan, tenzij de belangen van de invorderingsambtenaar een ander standpunt rechtvaardigen. Schuldvorderingen waarvoor zekerheid is gesteld worden op de gewone wijze onder opgaaf van die zekerheid bij de curator aangemeld. De afwikkeling van zakelijke zekerheden geschiedt zoveel mogelijk in overleg met de curator. De invorderingsambtenaar draagt (mede) zorg voor een tijdige en juiste afwikkeling van de zekerheden, waarbij hij met name de met de zekerheden verband houdende termijnen bewaakt. Gedurende het faillissement worden geen vorderingen gedaan onder schuldenaren van de gefailleerde. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op de invordering van belastingaanslagen die onder de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vallen. Boedelschulden 4 Over het algemeen zijn belastingschulden die materieel na de uitspraak van het faillissement zijn ontstaan boedelschulden. De invorderingsambtenaar ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als de totale boedelschulden niet integraal kunnen worden voldaan, dient de invorderingsambtenaar er op toe te zien dat de boedelschulden met inachtneming van de toegekende preferenties worden gerangschikt. Het salaris van de curator is bevoorrecht boven de gemeentelijke belastingschulden. Als belastingschulden, die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, niet worden voldaan beziet de invorderingsambtenaar of de curator daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing indien de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken. Verificatievergadering 5 De invorderingsambtenaar bevordert zo veel mogelijk dat eventuele geschilpunten met de bewindvoerder dan wel de curator vóór de verificatievergadering tot een oplossing worden gebracht. Tot het bijwonen van de verificatievergadering in faillissement bestaat aanleiding als: bij kennisneming van de ter griffie neergelegde lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen blijkt dat de aangemelde belastingaanslagen door de curator niet of niet volledig of met betwisting van de gepretendeerde voorrang zijn opgenomen en voorafgaand overleg met de curator niet tot een bevredigende oplossing heeft geleid; er grond is voor de verwachting, dat een aangemelde belastingaanslag ter verificatievergadering zal worden betwist; er voldoende belang is om door het bijwonen van de vergadering nadere inlichtingen over de stand van de boedel te verkrijgen; de invorderingsambtenaar aanleiding heeft gepretendeerde rechten van andere schuldeisers te betwisten. Wanneer de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken woont de invorderingsambtenaar, indien sprake is van voldoende belang, de verificatievergadering bij. Bezwaren tegen de hoogte van een aanslag vormen geen geschilpunt voor een renvooiprocedure als bedoeld in artikel 122 Fw. Degene die de invorderingsambtenaar vertegenwoordigt tijdens een verificatievergadering dient in het bezit te zijn van een schriftelijke volmacht van de invorderingsambtenaar, welke volmacht desgevraagd aan de rechter-commissaris kan worden overgelegd. Proceskosten 7 Als de curator een gerechtelijke procedure moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, maar de aanwezige baten van de boedel zijn niet toereikend om de proceskosten te voldoen kan door de curator een verzoek worden gedaan om garantstelling voor het bedrag dat zal blijken niet uit de boedel te kunnen worden voldaan. Het verzoek dient gemotiveerd te worden ingediend bij de invorderingsambtenaar. Bij de beoordeling van het verzoek van de curator dient als uitgangspunt, dat de boedel bij de actie van de curator zodanig moet zijn gebaat, dat de gemeente (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen. De vraag of een garantie kan worden verleend, wordt door de gemeente dus benaderd vanuit zijn positie als crediteur in het faillissement. Met inachtneming van het vorenstaande wordt het verzoek beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: Zijn de gronden waarop de curator zich beroept voor het aanspannen van de procedure voldoende, om de gevraagde proceskostengarantie te verstrekken. Is de aansprakelijk te stellen partij voldoende gegoed. Indien de curator de te voeren procedure weliswaar wint, maar de aansprakelijkgestelde partij geen verhaal biedt, wordt geen garantie verleend. Staat het bedrag, waarvoor een proceskostengarantie wordt gevraagd, in een redelijke verhouding tot het bedrag, waarmee de boedel zal zijn gebaat indien de procedure wordt gewonnen. Heeft de gevraagde proceskostengarantie uitsluitend betrekking op de kosten, die rechtstreeks verband houden met de te voeren procedure (zoals salaris curator voor de uren besteed aan de procedure, griffie- en kantoorkosten, proceskostenveroordeling bij een eventuele minder succesvolle afloop van de procedure). Zijn andere (preferente) schuldeisers bereid naar evenredigheid van de ingediende vordering in het faillissement, mede garant te staan voor de proceskosten. Indien de curator wint en baten in de boedel vloeien, zullen andere (preferente) schuldeisers daarin naar rato van de ingediende vordering meedelen. Welke kans heeft de curator om de te voeren procedure te winnen. Uiteraard kan er niet van worden uitgegaan dat de kans om de procedure te winnen voor honderd procent zeker is, daarmede zou dan immers de noodzaak van een proceskostengarantie ontbreken. Als echter gerede twijfel bestaat dat de procedure met succes kan worden gevoerd, wordt uiterst terughoudend opgetreden. Indien een bewindvoerder in wettelijke schuldsaneringsregeling de invorderingsambtenaar voormeld verzoek om garantiestelling doet, treedt de invorderingsambtenaar, alvorens op een zodanig verzoek te beslissen, in overleg met het college van burgemeester en wethouders. Spaarfaillissementen 8 Als de toestand van de boedel zodanig is dat het faillissement zou moeten worden opgeheven bij gebrek aan baten, maar er anderzijds bij voortduring van het faillissement in de toekomst baten zijn te verwachten waarmee de curator wil trachten in de boedel enig bedrag bij elkaar te sparen waaruit alsnog een uitdeling aan de schuldeisers kan worden gedaan, kan de invorderingsambtenaar met een dergelijke werkwijze akkoord gaan indien de daardoor voor de gemeente te verwachten uitkering substantieel is. De invorderingsambtenaar gaat niet met deze werkwijze akkoord indien het meer dan vijf jaren gaat duren om een acceptabel bedrag bij elkaar te vergaren. Als de curator deze werkwijze dan toch wil voortzetten, wendt de invorderingsambtenaar zich tot de rechter-commissaris. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator 9 De invorderingsambtenaar dient erop toe te zien dat de bewindvoerder of de curator zijn belangenbehartigingsplicht als neergelegd in artikel 57, derde lid, Fw op juiste wijze nakomt. Voorts dient de bewindvoerder of de curator erop toe te zien dat de pand- houder de bezitloos verpande bodemzaken niet onnodig voor een zodanig laag bedrag verkoopt dat daardoor de belangen van de invorderingsambtenaar worden geschaad. § 4 Na de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of het faillissement Na de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling 1 Belastingvorderingen ten aanzien waarvan de wettelijke schuldsaneringsregeling werkt en voorzover die na de beëindiging van de toepassing van die regeling op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn, ongeacht of de vorderingen door de invorderingsambtenaar bij de bewindvoerder zijn aangemeld, aan te merken als natuurlijke verbintenissen. Een natuurlijke verbintenis is een rechtens niet afdwingbare verbintenis. Na het faillissement 2 Van de bij artikel 196 Fw gegeven bevoegdheid om, nadat een faillissement is geeindigd, het proces-verbaal der verificatievergadering voor het onbetaald gebleven bedrag tegen de schuldenaar te executeren, wordt met betrekking tot de gemeentelijke belastingen in beginsel geen gebruik gemaakt. Als al tot invordering aanleiding bestaat, geschiedt dit zo veel mogelijk bij dwangbevel. Slechts in bijzondere gevallen wordt het onbetaald gebleven bedrag verhaald op een relatief gering looninkomen. Deze omstandigheden doen zich onder andere voor wanneer betrokkene binnen vijf jaren na het faillissement beschikt over een meer dan modaal inkomen of over vermogensbestanddelen van substantiële waarde. Als na beëindiging van faillissement daaruit ontvangen gelden moeten worden terugbetaald, treedt de invorderingsambtenaar in verband met artikel 194 Fw in overleg met de curator. § 5 Akkoord in faillissement getoetst aan artikel 19a en artikel 22a van de regeling Algemeen 1 Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mogelijk is, toetst de invorderingsambtenaar een door de schuldenaar in het faillissement aangeboden akkoord aan het terzake geldende beleid ingevolge artikel 19a en 22a van de regeling en artikel 26, § 2a, van deze leidraad, als de schuldenaar hieromtrent uitdrukkelijk verzoekt. Hoofdstuk XII Vervolgingskosten § 1 Algemeen Vervolgingskosten 1 Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over vervolgingskosten of kosten worden daarmee bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening worden gebracht. Hieronder vallen dus ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht in het kader van de invordering op civiele wijze. Onder het begrip '(vervolgings)- kosten' vallen niet de kosten van de ambtelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de wet. Ter zake van de beslissing van de ontvanger staat beroep en vervolgens hoger beroep open bij de fiscale rechter. Gevorderde som 2 Onder de bij een dwangbevel gevorderde som waarvan sprake is in artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, is te verstaan het belastingbedrag, waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd, dus zonder de vervolgingskosten en eventuele (pro memorie opgenomen) rente. Aan derden toekomende bedragen 3 Onder de bedragen die op grond van artikel 6 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht vallen bijvoorbeeld de kosten van de advertenties als zijn bedoeld in de artikelen 3, vierde lid, en 4, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, en de vergoeding van de bewaarder dan wel door hem ingeschakelde derden. Voorts de kosten van het openen van deuren en huisraad als zijn bedoeld in artikel 444 Rv, de kosten van het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de verkoop ter plaatse van de in beslag genomen zaken, de kosten van het verrichten van werkzaamheden door makelaars, deskundigen en afslagers alsmede in beginsel de kosten van het doen overbrengen van de in beslag genomen zaken als de verkoop elders plaatsvindt. Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten echter slechts in rekening gebracht als de verkoop elders geschiedt op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige dan wel als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele door de gemeente ten behoeve van de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel gemaakte reiskosten kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld porti en telefoonkosten. § 2 Rechtsmiddelen Bezwaar- en beroepsmogelijkheid 1 Artikel 7 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen opent een bijzondere rechtsgang voor de beslechting van geschillen met betrekking tot de in rekening gebrachte kosten voor de aanmaning en voor de betekening van het dwangbevel. Tegen het in rekening brengen van de aanmaningskosten en de betekeningskosten van een per post betekend dwangbevel staat bezwaar open bij de invorderingsambtenaar. Tegen het in rekening brengen van de betekeningskosten van een dwangbevel dat door de belastingdeurwaarder is betekend, staat administratief beroep open bij de invorderingsambtenaar. Ter zake van de beslissing van de ontvanger staat beroep en vervolgens hoger beroep open bij de fiscale rechter. Geschillen over andere in rekening gebrachte vervolgingskosten dan die van de aanmaning en van de betekening van het dwangbevel, kunnen aan het oordeel van de rechter worden onderworpen door het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Bezwaarfase en Awb 2 Op een bezwaarschrift tegen de in rekening gebrachte kosten van een aanmaning is de Awb van toepassing. De invorderingsambtenaar beslist op een bezwaarschrift binnen zes weken na ontvangst daarvan, met de mogelijkheid tot verlenging. Voorts wordt opgemerkt dat als voorbeelden van gevallen waarin sprake kan zijn van een kennelijk ongegrond bezwaar de volgende worden genoemd: gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming aan het bezwaar is duidelijk in strijd met een wettelijk voorschrift of met gepubliceerd beleid; het bezwaar richt zich tegen een beslissing die geheel overeenkomt met bestaand - bijvoorbeeld door de rechter getoetst - beleid. Administratief beroep bij de invorderingsambtenaar 3 Als sprake is van administratief beroep bij de invorderingsambtenaar is het tweede lid van deze paragraaf van overeenkomstige toepassing. 4 n.v.t. Uitstel van betaling 5 Op grond van artikel 6:16 Awb stuit indiening van een bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) niet de aanvang of de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de akte van vervolging. Indien om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid dat is verwoord in artikel 25, paragraaf 1 en 2, van overeenkomstige toepassing. § 3 Vermindering en redres Karakter van het ingediende verzoek om geen vervolgingskosten in rekening te brengen 1 Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten op grond van de in de leden 2, 3 en 4 van deze paragraaf genoemde omstandigheden wordt aangemerkt als een bezwaarschrift. Het bepaalde in §2 is van overeenkomstige toepassing. Niet in rekening brengen 2 In een aantal gevallen worden voor het uitbrengen van exploten geen vervolgingskosten in rekening gebracht. De bedoelde gevallen zijn: herhaalde betekening van een dwangbevel; (herhaalde) betekening van een dwangbevel uitsluitend ter stuiting van de verjaring; - betekening van een vordering; betekening aan een minderjarige of onder curatele gestelde als bedoeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, van deze leidraad, met dien verstande dat de eerste betekening wel, maar de tweede betekening (aan de wettelijke vertegenwoordiger) niet in rekening wordt gebracht; betekening van een beslissing op een beroepschrift tegen de inbeslagneming van roerende zaken aan de derde die het beroepschrift heeft ingediend, de beslagene en - zo nodig - de bewaarder, al dan niet gepaard gaande met gehele of gedeeltelijke opheffing van het beslag; betekening van een proces-verbaal van overgang van de bewaring van beslagen roerende zaken, anders dan op verzoek of door toedoen van de belastingschuldige. Onverschuldigdheid 3 Naast de gevallen waarin ten aanzien van de kostenberekening rekenfouten zijn gemaakt dan wel een onjuist tarief is gehanteerd zijn kosten niet verschuldigd in de volgende gevallen: Als de betaling op de rekening van de gemeente is bijgeschreven dan wel op de rekening van de ontvanger is gestort dan wel tijdig op het postkantoor is gestort, op dezelfde dag als die waarop de kosten verschuldigd zijn geworden. Voorzover na het in rekening brengen van de kosten een afname van de schuld, anders dan door betaling, kwijtschelding of verrekening, tot stand is gekomen. Deze situatie zal zich voordoen bij vermindering van belastingaanslagen, alsmede bij afboeking van definitieve negatieve aanslagen op voorlopige positieve aanslagen van hetzelfde jaar. Wanneer er, achteraf bezien, al voor het in rekening brengen van de kosten om beleidsmatige redenen aanleiding is geweest om de invordering op te schorten. Hierbij valt te denken aan: een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel; een ingediend aanvraagformulier voor kwijtschelding, mits volledig ingevuld; een ingediend verzoekschrift bij het college van burgemeester en wethouders; Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin het noodzakelijk is de invordering wel voort te zetten. In dat geval komen de hieraan verbonden kosten vanzelfsprekend niet voor een tegemoetkoming in aanmerking. Bepalend is de ontvangst van bovengenoemde stukken door de invorderingsambtenaar zelf, dan wel degene, met wie de invorderingsambtenaar in dit kader redelijkerwijs vereenzelvigd kan worden (bijvoorbeeld: het college van burgemeester en wethouders). Kosten worden in afwijking van het vorenstaande altijd in rekening gebracht als sprake is van trainering van de invordering. wanneer na het in rekening brengen van de kosten aan de belastingaanslag een nieuwe dagtekening is toegekend. wanneer een derdenbeslag nooit blijkt te hebben gelegen als bedoeld in artikel 14, § 4, eerste lid, van deze leidraad. wanneer zaken - die in een onroerende zaak aanwezig zijn - zowel in een beslag op roerende als in een beslag op onroerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken roerend dan wel onroerend zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 3, zevende lid, van deze leidraad). wanneer zaken - die op of in een schip van de belastingschuldige aanwezig zijn - zowel in een beslag op het schip als in een beslag op roerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken een bestanddeel vormen van het schip dan wel zelfstandige roerende zaken zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 5, zesde lid, van deze leidraad). De beslissing om de kosten terug te brengen tot het juiste bedrag dan wel de kosten terug te betalen, geschiedt ambtshalve dan wel na een daartoe ingediend verzoekschrift. Niet-verwijtbaarheid 4 Als vervolgingskosten terecht in rekening zijn gebracht, dienen deze te worden voldaan. In uitzonderlijke situaties kan er echter aanleiding bestaan vervolgingskosten - hoezeer ook verschuldigd - te verminderen. Deze (strikt individueel te beoordelen) situaties doen zich alleen voor als de invorderingsambtenaar van mening is dat het feit dat de belastingschuld niet tijdig is voldaan aan de belastingschuldige niet kan worden verweten en bovendien de invordering van vervolgingskosten - gezien de omstandigheden van het specifieke geval - onredelijk en onbillijk is. Redenen voor niet-verwijtbaarheid kunnen zijn: een verhuizing, waardoor de belastingschuldige niet op de hoogte was van de aanslag, terwijl hij wel datgene heeft gedaan dat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht om de gemeente in kennis te stellen van zijn nieuwe adres; een ongeval, ernstige ziekte of overlijden van de belastingschuldige dan wel van degene die zijn belastingzaken behandelt, waardoor deze niet in staat kon worden geacht zijn verplichtingen te voldoen; een onvoorzien vertrek wegens dringende omstandigheden, waarbij de persoonlijke aanwezigheid werd vereist en waardoor men geen kans heeft gehad een regeling te treffen, om de verplichtingen jegens de gemeente na te komen. De invorderingsambtenaar kan slechts naar aanleiding van een ingediend verzoekschrift tegen de in rekening gebrachte kosten in vorengenoemde situaties die kosten verminderen. Versnelde invordering 5 Indien invorderingsmaatregelen zijn getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, worden de daaraan verbonden vervolgingskosten niet ten tijde van het treffen van de genoemde maatregelen in rekening gebracht, indien en voorzover de belastingschuldige op dat tijdstip nog niet in de gelegenheid is geweest om van zijn belastingschuld kennis te nemen en deze te voldoen. De belastingschuldige wordt in elk geval geacht kennis te hebben genomen van zijn belastingschuld en ook in de gelegenheid te zijn geweest deze te voldoen, indien na de dag waarop het aanslagbiljet aan hem of - in het geval van rechtspersonen - aan zijn bestuurder is uitgereikt, twee werkdagen zijn verstreken. Na ommekomst van de in de vorige volzin genoemde termijn van twee dagen stelt de belastingdeurwaarder de vervolgingskosten vast bij voor beroep vatbare beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekend gemaakt. In de beschikking wordt er melding van gemaakt dat de kosten dadelijk en ineens invorderbaar zijn. Er bestaat geen aanleiding de kosten, die zijn verbonden aan een zogenaamd zekerheidsbeslag, te verminderen. Een zekerheidsbeslag komt aan de orde, wanneer uitstel wordt verleend met als voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld en andere vormen van zekerheid niet mogelijk of wenselijk zijn. Aansprakelijkgestelden 6 Met betrekking tot de door aansprakelijkgestelden verschuldigde kosten die het gevolg zijn van invorderingsmaatregelen die ten aanzien van de aansprakelijkgestelde zijn genomen is het gestelde in deze paragraaf van overeenkomstige toepassing. Kwijtschelding niet mogelijk 7 Kwijtschelding is niet mogelijk wegens vermeende betalingsonmacht. Evenzo zal in die gevallen ook geen toezegging worden gedaan dat deze kosten niet zullen worden ingevorderd. Het vorenstaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend dan wel kosten buiten invordering worden gelaten wanneer de hoofdsom wordt kwijtgescholden dan wel buiten invordering gelaten. Hiervoor zij verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad. § 4 Limitering betekeningskosten dwangbevel Algemeen 1 Indien op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en die betekeningskosten in totaal alsdan meer zouden bedragen dan € 10.295 zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 10.295. Hoofdstuk XIII Oninbaarlijden van belastingschuld § 1 Algemeen Artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet Het college van burgemeester en wethouders kan de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren. Het daartoe strekkende besluit ontheft de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen van de verplichting verdere pogingen tot invordering te doen. Algemeen 1 In daartoe aanleiding gevende gevallen en met inachtneming van dit hoofdstuk heeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid een openstaande belastingaanslag oninbaar te lijden (zie artikel 255, vijfde lid, Gemeentewet). Geen invorderingsmogelijkheden 2 Voordat het college van burgemeester en wethouders een openstaande belastingaanslag oninbaar lijdt, overtuigt hij zich er van dat er in Nederland of in het buitenland geen invorderingsmogelijkheden meer zijn. Het college van burgemeester en wethouders lijdt dus een belastingaanslag pas oninbaar indien alle invorderingsmogelijkheden zijn afgerond dan wel redelijkerwijs achterwege kunnen blijven. In dit verband worden onder invorderingsmogelijkheden eveneens begrepen: aansprakelijkstellingen die ertoe kunnen leiden dat de aanslag alsnog wordt voldaan: het aanvragen van het faillissement van de belastingschuldige; het uitwinnen van gestelde zekerheden; paspoortsignalering. 2a N.v.t. Belastingteruggaven en andere uit te betalen bedragen 3 Wanneer het de invorderingsambtenaar bekend is dat binnen afzienbare tijd een belastingteruggaaf of een ander uit te betalen bedrag kan worden verwacht waarmee de openstaande belastingaanslag kan worden verrekend, zal hij niet tot oninbaarlijden van de aanslag overgaan. Van een binnen afzienbare tijd te verwachten belastingteruggaaf is in dit verband in ieder geval sprake als het belastingjaar of belastingtijdvak waarover de teruggaaf wordt verwacht, is verstreken. Kwijtschelding 4 Wanneer de invorderingsambtenaar constateert dat een belastingschuldige in aanmerking kan komen voor kwijtschelding dient hij, voordat hij een belastingaanslag oninbaar lijdt te bevorderen dat de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient. Verjaringstermijn 5 Voordat een belastingaanslag oninbaar wordt geleden gaat het college van burgemeester en wethouders na of er aanleiding bestaat de verjaring als bedoeld in artikel 27 van de wet te stuiten of te (laten) schorsen indien het oninbaar te lijden bedrag € 453 of meer bedraagt. Door stuiting of schorsing wordt bereikt dat de verjaringstermijn opnieuw gaat lopen dan wel wordt verlengd. Toekomstige uit te betalen bedragen kunnen daardoor gedurende door de invorderingsambtenaar te bepalen tijd worden verrekend met de oninbaar te lijden schuld. Daarnaast blijft de invordering mogelijk bij een op dit moment niet traceerbare belastingschuldige of een belastingschuldige die in de toekomst wellicht in betere financiële omstandigheden zal komen te verkeren. Als het het college van burgemeester en wethouders bekend is dat een uit te betalen bedrag binnen afzienbare tijd wordt verwacht, lijdt het college de openstaande belastingaanslag waarmee het uit te betalen bedrag kan worden verrekend uiteraard niet oninbaar (zie het derde lid van deze paragraaf). 6 n.v.t. Hoofdstuk XIV n.v.t. Hoofdstuk XV Paspoortsignalering § 1 Algemeen Verstrekking reisdocument 1 In de Paspoortwet zijn aan de paspoortafgevende autoriteiten voorschriften gegeven betreffende afgifte, vervanging, wijziging, beperking van de geldigheid, vervallenverklaring, weigering en inhouding van paspoorten en andere reisdocumenten. De in de Paspoortwet gegeven voorschriften zijn nader uitgewerkt in de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 2001. Voor de wijze waarop de gegevens worden opgenomen, kunnen worden geraadpleegd en worden verwijderd van personen waarvoor de vervallenverklaring of weigering van een reisdocument is gevraagd, zijn voorschriften gegeven in het (hoewel vervallen, maar nog steeds in gebruik zijnde) 'Privacyreglement'. In de hierna volgende paragrafen zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden tot vervallenverklaring of weigering van een reisdocument in verband met een belastingschuld. Het gebruik maken van deze mogelijkheid wordt aangeduid als signalering bij de paspoortafgevende autoriteiten, korter gezegd: paspoortsignalering. Omschrijving paspoortsignalering 2 Paspoortsignalering houdt in dat een aantal persoonsgegevens van de belastingschuldige van wie om vervallenverklaring of weigering van het reisdocument is gevraagd, door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt opgenomen in het register paspoortsignaleringen en de daarop gebaseerde signaleringslijst. Dit is een lijst met namen van personen aan wie zonder voorkennis van de signalerende autoriteit geen nieuw reisdocument mag worden verstrekt. Zie ook hetgeen is opgemerkt onder § 5 hierna. Bevoegdheid tot signalering 3 In de signalering kunnen worden begrepen alle belasting verschuldigd aan het rijk, provincie en gemeente. De verzoeken om daarvoor in aanmerking komende personen te signaleren gaan uit van de invorderingsambtenaar en worden ingezonden door tussenkomst van het college van burgemeester en wethouders. Paspoort, identiteitskaart 4 De belangrijkste functie van het reisdocument is de houder ervan het reizen van en naar het buitenland en ook zijn verblijf aldaar te vergemakkelijken. Hoewel in dit hoofdstuk de term 'paspoortsignalering' wordt gebruikt, beperkt de vervallenverklaring of weigering zich niet uitsluitend tot het paspoort. Naast het paspoort is er nog een aantal reisdocumenten zoals het diplomatieke paspoort en het dienstpaspoort en het reisdocument voor vluchtelingen of voor vreemdelingen. Een ander, belangrijk reisdocument is de Nederlandse identiteitskaart. Deze kaart kan niet vervallen worden verklaard of worden geweigerd. In dit hoofdstuk wordt uitsluitend ingegaan op de vervallenverklaring of weigering van "gewone" paspoorten. Bevoegdheid tot afgifte van een reisdocument 5 De bevoegdheid tot het afgeven van een paspoort berust bij de burgemeester voorzover het personen betreft die als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens van zijn gemeente zijn ingeschreven. Als de aanvrager niet in een gemeente in Nederland staat ingeschreven is de burgemeester van de gemeente Den Haag bevoegd. Wanneer de aanvrager in het buitenland verblijft zijn de hoofden van de consulaire posten bevoegd (de Nederlandse consulaten in het buitenland). Daarnaast is nog een aantal andere autoriteiten bevoegd tot het verstrekken van reisdocumenten. De autoriteiten die bevoegd zijn tot het verstrekken van reisdocumenten worden aangeduid als de paspoortafgevende autoriteiten. § 2 Wanneer paspoortsignalering Criteria 1 In de artikelen 18 t/m 24 van de Paspoortwet is bepaald op welke gronden een reisdocument kan worden geweigerd of vervallen kan worden verklaard. In artikel 22, letter a, van de Paspoortwet is als grond tot weigering of vervallenverklaring opgenomen: 'Het nalatig zijn in het nakomen van zijn verplichting tot betaling van de verschuldigde belastingen en/of premies sociale verzekeringen terwijl het gegronde vermoeden bestaat dat de persoon die nalatig is in het nakomen van zijn verplichtingen zich door verblijf in het buitenland aan de wettelijke mogelijkheid tot invordering van de verschuldigde gelden zal onttrekken'. Van paspoortsignalering kan dus niet alleen gebruik worden gemaakt indien de belastingschuldige zich al in het buitenland heeft gevestigd, maar ook als er een gegrond vermoeden bestaat dat de belastingschuldige zich aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering zal (gaan) onttrekken. Aan de mogelijkheid tot signalering stelt artikel 22 van de Paspoortwet twee eisen voordat tot het daadwerkelijk weigeren of vervallen verklaren van het reisdocument kan worden overgegaan: Er moet duidelijk sprake zijn van nalatigheid in het nakomen van de verplichting tot betaling (bijvoorbeeld het niet bereid zijn een betalingsregeling te treffen). Het enkele bestaan van de schuld zonder dat gebleken is dat betrokkene de schuld niet wil voldoen, is dus niet voldoende. In dit verband wordt opgemerkt dat een signalering nimmer het karakter van een strafmaatregel mag krijgen. Als blijkt dat een belastingschuldige zijn schuld niet kan voldoen, blijft signalering achterwege. Evenmin wordt van deze maatregel gebruik gemaakt om een belastingschuldige langs deze weg te dwingen alsnog de voor de heffing benodigde gegevens aan de heffingsambtenaar te verstrekken. Er moet sprake zijn van een gegrond vermoeden dat betrokkene zich door verblijf in het buitenland aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering van de verschuldigde gelden zal onttrekken. Een dergelijk gegrond vermoeden zal moeten blijken uit gedragingen van de belastingschuldige zoals bijvoorbeeld verkoop van zijn woning en/of inboedel, het opzeggen van de huur of het niet opgeven van zijn woon- of verblijfplaats. Geen andere invorderingsmogelijkheden 2 In het algemeen zullen, wanneer de betrokkene nog hier te lande is gevestigd, alle middelen tot invordering jegens belastingschuldige van de verschuldigde gelden moeten zijn benut voordat tot signalering kan worden overgegaan. Als de betrokkene zich reeds in het buitenland heeft gevestigd, waardoor de invorderingsmogelijkheden aanzienlijk beperkter zijn, zal signalering sneller kunnen plaatsvinden. Kans op succes 3 Tot slot wordt opgemerkt dat signalering door een gemeente uitsluitend plaatsvindt als er aanwijzingen zijn dat signalering tot succes kan leiden. Als de belastingschuldige bijvoorbeeld geen Nederlands paspoort nodig heeft, is signalering zinloos. § 3 Voor welke schulden signalering Soort schulden 1 In de signalering kunnen worden begrepen alle belastingen verschuldigd aan het rijk, provincie, gemeente en waterschappen alsmede premies volksverzekeringen en de premies sociale verzekeringen waarvoor de bedrijfsverenigingen als uitvoeringsorgaan zijn aangewezen. Hoewel dit niet expliciet in artikel 22, letter a, van de Paspoortwet is vermeld, vallen ook heffingen, rechten, boeten, kosten en rente waarvan de heffing en inning is opgedragen aan het rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap onder de werking van dit artikel. § 4 Voor welk bedrag signalering Minimumbedrag 1 Omdat een gegrond vermoeden moet bestaan dat betrokkene door verblijf in het buitenland zich aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering wil onttrekken, is in beginsel geen begrenzing aan de omvang van de schuld gesteld. Duidelijk is dat bij een geringe schuld moeilijk valt aan te tonen dat iemand zich voor een dergelijke geringe schuld aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering zal onttrekken. Daarnaast kan de noodzaak tot signalering per geval verschillen en is die noodzaak niet in de eerste plaats afhankelijk van de hoogte van de openstaande schuld. Het vorenstaande geeft in beginsel aanleiding geen verzoek om paspoortsignalering aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor te leggen als de totale materiële belastingschuld minder bedraagt dan € 5.000. Zo veel mogelijk moet worden voorkomen dat belastingaanslagen in de signalering worden begrepen waarvan de redelijke verschuldigdheid twijfelachtig is. Als gerede twijfel bestaat aan de juistheid van de belastingaanslag(en) - hetgeen zich met name zal voordoen bij ambtshalve vastgestelde belastingaanslagen - moet contact met de heffingsambtenaar worden opgenomen om zo mogelijk tot een nadere vaststelling van een meer redelijk geacht bedrag te komen. Het vorenstaande mag echter niet leiden tot een situatie dat de signalering van een belastingschuldige achterwege wordt gelaten in verband met het feit dat (uitsluitend) ambtshalve aanslagen zijn opgelegd. In die situatie is een indicatie van de heffingsambtenaar dat een deel van de belastingaanslag(en) in redelijkheid verschuldigd kan/kunnen worden geacht (tot een bedrag van, in beginsel, ten minste € 4.538) voldoende om een voorstel tot signalering in te dienen. In een eventuele door belastingschuldige in te stellen bezwaar- en beroepsprocedure na weigering van het reisdocument moet de materiële verschuldigdheid van de opgelegde belastingaanslag(en) kunnen worden onderbouwd. De heffingsambtenaar dient dus een verklaring te kunnen overleggen waaruit blijkt dat de opgelegde belastingaanslag(en) in redelijkheid materieel verschuldigd kunnen worden geacht. § 5 Gevolgen van de signalering Opname in het register paspoortsignalering 1 De paspoortsignalering (zie § 2 hiervoor) heeft tot gevolg dat het reisdocument van de gesignaleerde vervallen kan worden verklaard of een reisdocument kan worden geweigerd. Vervallenverklaring houdt in dat het reisdocument ongeldig is geworden en kan worden ingehouden door alle autoriteiten die daartoe bevoegd zijn. Weigering van een reisdocument houdt in dat negatief wordt beslist op een ingediend verzoek om de verstrekking van een reisdocument. Deze vorm van signalering wordt de passieve signalering genoemd. Opname in het opsporingsregister 2 Naast de paspoortafgevende autoriteiten zijn ook de autoriteiten die zijn belast met de grensbewaking en de politie bevoegd tot inhouding van een reisdocument. Deze bevoegdheid maakt het mogelijk om, als aanvulling op het verzoek aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot opname van een belastingschuldige in het register paspoortsignaleringen, dit ministerie te verzoeken de minister van Justitie uit te nodigen de belastingschuldige op te nemen in het opsporingsregister ter onmiddellijke inhouding van het reisdocument. De opname in het opsporingsregister wordt aangeduid als actieve signalering. De actieve signalering is met name doeltreffend als de belastingschuldige regelmatig deelneemt aan het grensverkeer. Aangezien de Koninklijke Marechaussee als autoriteit belast met de grensbewaking ook bevoegd is tot het inhouden van het reisdocument bestaat de mogelijkheid dat het reisdocument van een belastingschuldige bij vertrek uit Nederland of terugkomst uit het buitenland wordt ingehouden. Het ingehouden reisdocument wordt vervolgens opgezonden aan de autoriteit die bevoegd is tot het verstrekken van een nieuw document. Die autoriteit zal op grond van de inhouding van het bestaande reisdocument in beginsel de aanvraag van een nieuw reisdocument weigeren. De aanvraag van een nieuw reisdocument na signalering 3 Pas nadat de belastingschuldige aan wie een nieuw reisdocument moet worden geweigerd of van wie het bestaande reisdocument vervallen moet worden verklaard, is opgenomen in het register van gesignaleerde personen, kan hem een nieuw reisdocument worden geweigerd of het reisdocument dat hij in zijn bezit heeft worden ingehouden door de daartoe bevoegde autoriteiten. De procedure die wordt gevolgd bij de aanvraag van een nieuw reisdocument is afhankelijk van de vraag of de belastingschuldige al dan niet in een gemeente in Nederland staat ingeschreven of in het buitenland woont. Belastingschuldige staat ingeschreven in een gemeente in Nederland 4 De burgemeesters zijn bevoegd tot weigering of vervallenverklaring van een reisdocument. De werkwijze die de burgemeester volgt bij de behandeling van een aanvraag van een gesignaleerde belastingschuldige is als volgt. De burgemeester ontvangt een aanvraag tot verstrekking van een reisdocument. Hij gaat na of de aanvrager voorkomt in de lijst van gesignaleerde personen. Als dat het geval is, kan de burgemeester bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nagaan of de signalering nog van kracht is en nadere gegevens over de gesignaleerde belastingschuldige opvragen. Binnen vier weken stuurt de burgemeester de gesignaleerde belastingschuldige bericht dat hij voornemens is de aanvraag te weigeren. De belastingschuldige heeft dan de volgende mogelijkheden: Hij reageert niet op de mededeling. In dat geval volgt binnen vier weken bericht van de weigering, tenzij de burgemeester vindt dat de gesignaleerde belastingschuldige door de weigering onevenredig wordt benadeeld. De burgemeester overlegt in dat geval met de invorderingsambtenaar die om opname in het register paspoortsignaleringen heeft gevraagd en geeft het reisdocument terug of verstrekt een reisdocument met een beperkte geldigheidsduur of een reisdocument dat slechts voor een beperkt aantal landen kan worden gebruikt. De burgemeester licht vervolgens het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in en vermeldt daarbij het oordeel van de invorderingsambtenaar over de beslissing tot teruggave van het reisdocument. De belastingschuldige verzoekt de burgemeester binnen twee weken na ontvangst van de mededeling om uitstel van de beslissing voor een periode van acht weken. De gesignaleerde belastingschuldige neemt vervolgens contact op met de invorderingsambtenaar binnen wiens ambtsgebied zijn woonplaats ligt en probeert tot overeenstemming te komen over de afwikkeling van zijn belastingschuld. Nadat overeenstemming is bereikt, verstrekt de burgemeester uiterlijk binnen vier weken overeenkomstig de bereikte overeenstemming een reisdocument of geeft het vervallen verklaarde reisdocument terug. Zo nodig kan de geldigheidsduur en/of het aantal landen waarvoor het reisdocument kan worden gebruikt, worden beperkt. Beperking van de geldigheidsduur of het aantal landen zal met name plaatsvinden in de gevallen waarin de invorderingsambtenaar zekerheid wenst dat de belastingschuldige de gedane toezeggingen ook nakomt. Wanneer de belastingschuldige geen overeenstemming bereikt met de invorderingsambtenaar hoeft de invorderingsambtenaar de burgemeester niet in te lichten. Wanneer de burgemeester na het verstrijken van het verleende uitstel van acht weken geen bericht heeft ontvangen dat overeenstemming met de belastingschuldige is bereikt, zal hij binnen vier weken na het verstrijken van het verleende uitstel overgaan tot weigering van het reisdocument, tenzij hij vindt dat de gesignaleerde belastingschuldige daardoor onevenredig wordt benadeeld. In dat geval volgt de burgemeester de procedure die onder punt 1 is omschreven. Belastingschuldige staat niet ingeschreven in een gemeente in Nederland 5 Wanneer de belastingschuldige niet staat ingeschreven in een gemeente in Nederland dan is de burgemeester van de gemeente Den Haag bevoegd een aanvraag voor een nieuw reisdocument in ontvangst te nemen. Laatstgenoemde zal eerst nagaan of de belastingschuldige wellicht in een gemeente in Nederland staat ingeschreven. Als dat niet het geval blijkt te zijn, neemt hij de aanvraag in behandeling waarbij dezelfde procedure wordt gevolgd als is omschreven in het vierde lid van deze paragraaf. Belastingschuldige verblijft in het buitenland 6 Naast een aantal autoriteiten in Nederland zijn ook de hoofden van de consulaire posten in het buitenland bevoegd tot het verstrekken en inhouden van reisdocumenten. Bevoegd tot weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten in het buitenland is het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wanneer een gesignaleerde belastingschuldige in het buitenland verblijft en aldaar een verzoek doet tot verstrekking van een reisdocument, licht het consulaat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vervolgens behandelt het ministerie van Buitenlandse Zaken de aanvraag op dezelfde wijze als is omschreven in het vierde lid van deze paragraaf. Verstrekking van een reisdocument 7 Aan de gesignaleerde wordt altijd een reisdocument - al dan niet met beperkte geldigheidsduur - verstrekt dan wel mag hij het bestaande reisdocument behouden, als zich omstandigheden voordoen waarbij het privé-belang van de gesignaleerde prevaleert boven het belang van degene die om de signalering heeft verzocht. Het besluit toch een reisdocument te verstrekken kan de daartoe bevoegde autoriteit nemen ondanks het feit dat fiscaal bezwaar bestaat tegen de afgifte van een reisdocument. Hierbij wordt opgemerkt dat de invorderingsambtenaar altijd dient in te stemmen met de afgifte van een reisdocument als dringende familieomstandigheden daartoe aanleiding geven, ondanks eventuele bezwaren welke overigens mochten bestaan. Vervallenverklaring of weigering tot afgifte van een reisdocument 8 Vervallenverklaring of weigering tot afgifte van een reisdocument heeft voor de gesignaleerde verstrekkende gevolgen. Het betekent niet alleen dat hij in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt maar tevens dat hem in een aantal landen geen (nieuwe) werk- of verblijfsvergunning wordt verstrekt en de gesignaleerde dientengevolge verplicht is naar Nederland terug te komen. Zowel het besluit tot signalering van een belastingschuldige als het besluit bezwaar te maken tegen de afgifte van een reisdocument dient dus te geschieden op basis van een behoedzaam en selectief gevoerd beleid. § 6 Verzet tegen de signalering Rechtsmiddelen 1 De gesignaleerde belastingschuldige kan bij degenen die de beslissing tot weigering of vervallenverklaring heeft genomen een bezwaarschrift indienen tegen de beschikking tot weigering of vervallenverklaring. Tegen de afwijzende beslissing op een bezwaarschrift kan beroep worden ingesteld bij de administratieve rechter. In deze procedure kan niet de belastingaanslag worden getoetst, omdat daarvoor een afzonderlijke administratieve rechtsgang bestaat. § 7 Vervallen van de signalering Intrekking 1 Als 2 jaar zijn verstreken nadat de signalering heeft plaatsgevonden en niet uitdrukkelijk om handhaving van de signalering is gevraagd door de autoriteit die om de signalering heeft verzocht, worden de persoonsgegevens van de gesignaleerde belastingschuldige verwijderd uit het signaleringsregister. Zolang de schuld niet is aangezuiverd en een positief resultaat nog niet is uitgesloten, wordt de signalering niet ingetrokken en wordt om handhaving van de signalering verzocht vóórdat de termijn van twee jaar is verstreken. Als de schuld is aangezuiverd, kwijtschelding is verleend of anderszins is teniet gegaan, stelt desbetreffende invorderingsambtenaar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarvan op de hoogte onder mededeling dat niet langer bezwaar bestaat tegen de afgifte van een reisdocument met normale geldigheidsduur. Naast het tenietgaan van de schuld bestaat ook de mogelijkheid dat de invorderingsambtenaar constateert dat de gesignaleerde in omstandigheden is komen te verkeren die voldoening van de schuld uitsluiten. Ook kan de invorderingsambtenaar daarvan op de hoogte worden gesteld door een Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland. Eveneens bestaat de mogelijkheid dat de hoop op een positief resultaat moet worden opgegeven omdat ondanks alle aangewende pogingen de gesignaleerde niet meer kan worden achterhaald. Ook in deze gevallen kan de invorderingsambtenaar aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mededelen dat de bezwaren tegen de afgifte van een reisdocument met normale geldigheidsduur zijn opgeheven. De mededeling dat de signalering kan worden opgeheven heeft tot gevolg dat de persoonsgegevens van de gesignaleerde uit het register paspoortsignaleringen worden verwijderd, tenzij tevens op verzoek van andere instanties signalering heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk XVI n.v.t. Hoofdstuk XVII n.v.t. Citeertitel en inwerkingtreding Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Leidraad invordering Leeuwarden 2006’. De datum van ingang van dit besluit is 30 maart 2006. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking. Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum vervalt de Leidraad invordering Leeuwarden 2005, die is vastgesteld op 18 maart 2005, met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor de periode dat deze heeft gegolden. Leeuwarden, 30 maart 2006. drs. R.W.J. Westerveld, sectorhoofd Financiële Dienstverlening. Bekendmaking in Huis aan Huis op woensdag 12 april 2006

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel