Naar hoofdinhoud
1.. Tengevolge van de gemeentelijke herindeling en de daaruit voortvloeiende reorganisatie(s) zullen gedurende de looptijd van dit sociaal statuut geen gedwongen ontslagen plaatsvinden, met uitzondering van die gevallen die in dit artikel onder sub 4 en 5 en in artikel 20 van dit statuut zijn bepaald. 2.. Werkgever zal elke ambtenaar in een passende of geschikte functie plaatsen. 3.. De ambtenaar verleent ten volle medewerking aan plaatsing en is gehouden de hem toegewezen functie goed en volledig uit te oefenen, onverminderd het recht op bedenkingen of bezwaar en beroep. 4.. Indien de ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden, kan hem ontslag worden verleend. 5.. De gemeentesecretarissen en de griffiers worden op grond van artikel 57 van de Wet arhi per datum herindeling eervol uit hun ambt ontslagen. Indien op hun verzoek door Gedeputeerde staten wordt bepaald dat zij in een andere functie voorlopig overgaan in dienst van de nieuwe gemeente, is dit statuut onverkort op hen van toepassing. 6.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 onder het begrip “ambtenaar” is, indien een burgemeester dit verzoekt, het bepaalde in artikel 19 op hem van toepassing. 7.. Bij organisatieaanpassingen tijdens de looptijd van dit statuut wordt met instemming van het (B)GO vastgesteld of deze voortvloeien uit de herindeling dan wel daarvan los moeten worden gezien. Daarbij zullen tevens de eventuele personele en rechtspositionele gevolgen en oplossingen in beeld worden gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel