1. Degene die voornemens is een bouwstof toe te passen als bedoeld in artikel 29, eerste
lid, onder c, meldt dit voornemen ten minste vijf werkdagen voor het toepassen aan Onze
Minister.
2. Degene die voornemens is een IBC-bouwstof toe te passen als bedoeld in artikel 30
meldt dat voornemen tenminste vier weken voor het toepassen aan Onze Minister.
3. Bij een melding als bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ten minste de volgende
gegevens verstrekt:
a. de naam en het adres van de toepasser;
b. de datum waarop de toepassing zal plaatsvinden;
c. de toepassingslocatie ;
d. de beoogde toepassing;
e. het soort en de hoeveelheid toe te passen bouwstof.
Bij een melding als bedoeld in het eerste lid wordt voorts vermeld:
f. het werk, en
g. de plaats van herkomst van de toe te passen bouwstof.
Bij een melding als bedoeld in het tweede lid worden voorts verstrekt:
h. een milieuhygiënische verklaring; en
i. de beschrijving van de isolatie, controle- en beheersmaatregelen, alsmede de vermelding van de
persoon of instelling die deze maatregelen heeft goedgekeurd.
4. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het derde lid
bedoelde gegevens.
5. Indien bij een voorgenomen toepassing van een IBC-bouwstof de milieuhygiënische
verklaring nog niet beschikbaar is op het tijdstip waarop de melding wordt gedaan, wordt deze
uiterlijk vijf werkdagen voor de toepassing van de desbetreffende IBC-bouwstof aan Onze
Minister verstrekt.
6. De melding wordt elektronisch of schriftelijk gedaan door middel van een formulier
waarvan het model door Onze Ministers wordt vastgesteld. Onze Ministers kunnen nadere regels
stellen met betrekking tot de wijze waarop moet worden gemeld.
7. Onze Minister zendt onverwijld de melding met de bijbehorende gegevens elektronisch
door aan het bevoegd gezag.