Hergebruik van grond mag uitsluitend in nuttige toepassingen plaatsvinden. De onderstaande toepassingen van grond worden beoordeeld als nuttige toepassingen:
- - toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen;
- - toepassingen in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid;
- - toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als bovenafdichting van een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier door contact met het onderliggende materiaal;
- - toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart;
- - toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen van delfstoffen;
- - toepassingen gericht op onderhoud en herstel van de bovengenoemde constructies.