Besluit Bodemkwaliteit

Voor het in werking treden van het Besluit en de Regeling [1, 2] was de regelgeving voor het toepassen van grond en bouwstoffen versnipperd in diverse wet- en regelgevingen. De diverse regelgevingen waren complex, onoverzichtelijk en in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Daarom zijn de regels herzien en is één eenduidig kader gemaakt: het Besluit bodemkwaliteit.

Het besluit heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo) en het toepassen van grond en bouwstoffen conform het besluit. Binnen het besluit kunnen gemeenten en waterschappen voor het toepassen van grond aansluiten bij het landelijke generieke beleid zoals dat in het besluit is opgenomen. Ook bestaat de mogelijkheid om op gebiedsniveau maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid.

Gemeenten en waterschappen kunnen voor hun beheergebied of delen daarvan Lokale Maximale Waarden vaststellen. Op deze wijze kunnen onder bepaalde voorwaarden de toepassingseisen voor grond worden versoepeld of aangescherpt en zijn er meer mogelijkheden voor een lokale invulling van het beleid als het gaat om de toepassing van grond- en baggerstromen.

Gebiedsspecifiek beleid is mogelijk als:

  • - er sprake is van standstill op gebiedsniveau;
  • - de Lokale Maximale Waarden het Saneringscriterium niet overschrijden;
  • - het risiconiveau van de gekozen Lokale Maximale Waarden wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (zie http://www.risicotoolbox.nl);
  • - de Lokale Maximale Waarden worden afgestemd met het bevoegd gezag bodemsanering;
  • - de Lokale Maximale Waarden worden vastgelegd in een nota bodembeheer;
  • - de vaststelling van de gekozen Lokale Maximale Waarden een besluit is van de gemeenteraad waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het besluit openstaat voor inspraak en beroep.

De Regeling bodemkwaliteit geeft een technisch invulling aan de hoofdregels van het besluit en uitleg over de uitvoering. In de regeling staan onder andere de normen, de wijze waarop de kwaliteit van grond, baggerspecie en bouwstoffen dient te worden bepaald en de wijze waarop aan de normen wordt getoetst. Het besluit en de regeling vullen elkaar aan en zijn niet los van elkaar te gebruiken.

Wet bodembescherming (Wbb)

De Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor ernstig verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde locaties alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen wordt verricht aan het bevoegd gezag. Tevens geldt als voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan.

Het bevoegd gezag voor het bereiken van het saneringsresultaat is in het geval van de gemeente Bladel de provincie Noord-Brabant. Voor het toepassen van grond op een saneringslocatie is de gemeente bevoegd gezag. In verband met het bovenstaande dient voorafgaand aan het grondverzet te worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem ernstig verontreinigd is. Onderbepaalde voorwaarden is verplaatsing van ernstig verontreinigde grond binnen de grenzen van het geval van ernstige bodemverontreiniging mogelijk. In dit geval wordt gesproken van herschikking van verontreinigde grond.

Overige wet en regelgeving

Vanuit overig wet- en regelgeving kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • - Wet ruimtelijke ordening (Wro). Een aanlegvergunning in het kader van het bestemmingsplan;
  • - Ontgrondingenwet. De ontgrondingenwet en -verordening reguleren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grind voor de bouwproductie;
  • - Wet milieubeheer. Vergunning voor bijvoorbeeld de opslag van grond;
  • - Waterwet: naar verwachting treedt deze wet in 2010 in werking. De wet vereenvoudigt de waterregelgeving. In de Waterwet wordt het beheer van oppervlaktewater en het grondwater geregeld. Tevens verbetert de samenhang tussen de ruimtelijke ordening en het waterbeleid. De saneringsregeling voor waterbodems wordt ook in deze wetgeving opgenomen. Bij het toepassen van grond in oppervlaktewater of het hergebruik van baggerspecie op de landbodem dient rekening gehouden te worden met de Waterwet;
  • - Woningwet: In deze wet wordt het bouwen op verontreinigde bodem (grond en grondwater) tegengegaan;
  • - Verordening Natuur en Landschap (VNL). Het doormelden van grondverzet aan de provincie, bijvoorbeeld in het kader van het dempen van waterwegen in landelijk gebied;
  • - Monumentenwet. In deze wet is het verdrag van Malta opgenomen. Bij grondverzet dient rekening te worden gehouden met archeologische waarden. Op kaart moet de gemeente een overzicht geven van bekende archeologische vindplaatsen. Bij grondverzet moeten andere bronnen zoals de stadsarcheoloog worden geraadpleegd;
  • - Flora- en faunawet. Deze wet vereist dat in planvorming rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voor een groot aantal expliciet beschermde soorten is bepaald welke handelingen niet zijn toegestaan. Daarnaast is in de wet een algemene zorgplicht opgenomen, die aangeeft dat de negatieve gevolgen van ieders handelen op de aanwezige (beschermde) flora en fauna voorkomen of zo veel mogelijk beperkt dient te worden