Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 40

Boetebepaling bij niet nakoming c.q. overtreding van enige verplichting

Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006

Tenzij in deze Algemene Bepalingen en/of de Bijzondere Bepalingen een andere (op een bepaalde situatie aangepaste) boeteregeling is getroffen verbeurt de erfpachter bij elke niet-nakoming c.q. overtreding van enige verplichting die hem ingevolge deze Algemene Bepalingen en de Bijzondere Bepalingen is opgelegd -behoudens herstel overeenkomstig artikel 41- ná ingebrekestelling en ná verloop van de daarin gestelde termijn een door burgemeester en wethouders op te leggen en te bepalen boete tot een maximum van tien maal het bedrag van de jaarlijks verschuldigde canon, zulks ten bate van de gemeentekas. Indien de erfpachter de erfpachttermijnen door betaling van een afkoopsom als bedoeld in artikel 30, lid b., onder 2, en in artikel 32, lid a., heeft voldaan wordt voor de bepaling van de boete de canon gehanteerd die verschuldigd zou zijn als ware het een uitgifte in erfpacht waarbij met ingang van het jaar waarin de niet nakoming schriftelijk ter kennis is gebracht van de erfpachter de canon voor een periode van vijf jaar is vastgesteld, waarbij de waarde wordt vastgesteld door middel van een taxatie door een beëdigd taxateur. Naast het vorengestelde behoudt zowel de gemeente als de erfpachter zich het recht voor om bij niet nakoming van enige uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichting in rechte nakoming te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel