Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 46

Bijzondere wijze van opzegging van het erfpachtrecht

Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006

a. Onverminderd de bijzondere straffen, gesteld op niet voldoening aan één of meerdere bepalingen die voor het erfpachtrecht gelden, kan het erfpachtrecht bij besluit van burgemeester en wethouders worden opgezegd indien de erfpachter niet of niet tijdig voldoet aan zijn bouwverplichting (conform artikel 25) of gedurende meer dan twee jaren niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling van de canon. Opzegging vindt in dat geval plaats bij deurwaardersexploot en met inachtneming van een termijn van ten minste twee maanden. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen tevens betekend worden aan de hypotheekhouder(s) en aan anderen die als beperkt gerechtigden of beslagleggers op het erfpachtrecht of op de in erfpacht uitgegeven zaak in de openbare registers staan ingeschreven. b. Voorafgaand aan de opzegging als bedoeld in lid a. van dit artikel zal de gemeente van haar voornemen tot opzegging van het erfpachtrecht schriftelijk mededeling doen aan de erfpachter en de hypotheekhouder(s). Binnen een termijn van zes maanden na dagtekening van de hiervoor genoemde schriftelijke mededeling van de gemeente met betrekking tot haar voornemen tot opzegging van het erfpachtrecht, hebben zowel de erfpachter als de hypotheekhouder(s) de gelegenheid om zelf of namens de erfpachter alsnog aan de verplichtingen van de efpachter te voldoen, dan wel om het erfpachtrecht te doen verkopen. Indien nog niet of niet geheel is voldaan aan de bouwverplichting ex artikel 25 van deze Algemene Bepalingen dient de verkoper van het erfpachtrecht, met inachtneming van het gestelde in artikel 25, aan de koper de verplichting op te leggen om alsnog aan de bouwverplichting te voldoen binnen een door de gemeente te bepalen termijn. c. Indien de erfpachter, de hypotheekhouder of een derde binnen de in lid b. van dit artikel vermelde termijn respectievelijk zelf of namens de erfpachter de verplichtingen van de erfpachter voldoet, zal het erfpachtrecht niet worden ontbonden of vervallen worden verklaard of worden opgezegd op grond van een omstandigheid waarvan aan de erfpachter en de hypotheekhouder(s) schriftelijk mededeling is gedaan, als bedoeld in lid b. van dit artikel. d. Bij opzegging van het erfpachtrecht als bedoeld in lid a. van dit artikel zal aan de erfpachter worden vergoed de waarde van het erfpachtrecht (waaronder begrepen de eventuele op het moment van beeindiging aanwezige opstallen, verminderd met hetgeen de gemeente uit hoofde van de erfpacht te vorderen heeft, zoals kosten, schade en rente). Het op basis van de voorgaande alinea aan de erfpachter danwel aan de gemeente toekomende bedrag zal –behoudens beroep op de ter zake bevoegde rechter- overeenkomstig artikel 49 worden vastgesteld door arbiters tenzij voor het einde van het recht de gemeente, de erfpachter, de hypotheekhouder en eventueel andere belanghebbenden anders overeenkomen. e. Het bepaalde in artikel 45 alsmede in artikel 49 met betrekking tot de opzegging is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel