Na constatering van een tweede en volgende overtreding binnen één jaar na vastlegging van de van de eerste overtreding volgt:
Ontzegging van de toegang tot de werkplek (artikel 15:1:19 CAR/UWO) en/of schorsing (artikel 8:15:1 CAR/UWO) en/of het beraden om een disciplinaire procedure als bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAR/UWO te starten;
De direct leidinggevende verplicht de gebruiker het ongeoorloofd aanwezig zijnde medicijn (zonder melding als in artikel 4a), alcohol of drugs te verwijderen;
Tussen het moment van constatering en uiterlijk 72 uur nadien, vindt een gesprek plaats met de direct leidinggevende. Dat gesprek wordt schriftelijke bevestigd en van dat gesprek en de gemaakte afspraken wordt een verslag gemaakt. Hoofddoel van dit gesprek is om de achtergrond en de gevolgen van de overtreding te bespreken. Afhankelijk van de situatie wordt door de leidinggevende hulp aangeboden via een verwijzing naar de bedrijfsarts, en eventueel via de bedrijfsarts een verwijzing naar het maatschappelijk werk, psycholoog en/of verslavingszorg.
Onttrekking aan of afbreken van hulpverlening door de medewerker kan ontslag tot gevolg hebben (artikel 8:13 CAR/UWO).
Een gesprek door de direct leidinggevende met de bedrijfsarts over de oorzaak en gevolg en bespreking van een op de medewerker toegesneden hulpplan met een schriftelijke bevestiging van het gesprek en gemaakte afspraken;
De schriftelijke vastlegging verliest twee jaar na datum van vastlegging zijn geldigheid in het kader van deze maatregelen. Tevens wordt het gesloten couvert uit het personeelsdossier verwijderd.
Na constatering van een derde overtreding binnen twee jaar na vastlegging van de tweede overtreding kan ontslagprocedure volgen (artikel 8:13 CAR/UWO);