Minimaal eenmaal per jaar wordt door de leidinggevende met iedere medewerker een beoordelingsgesprek gevoerd, tegen de achtergrond van de functie, de aanvullende taken, de competenties en de kernwaarden en kernkwaliteiten van de organisatie en de gemaakte resultaatafspraken.
Onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 1 is een beoordelingsgesprek in ieder geval noodzakelijk voor:
vaste aanstelling;
besluiten over de beloning, zoals het al dan niet krijgen van een periodieke salarisverhoging, bevordering naar de eindschaal of functioneringstoeslag;
oordeel over functioneren met daaraan verbonden consequenties;
besluiten over loopbaanperspectief;
activeren van mobiliteit;
wanneer daartoe naar de mening van de leidinggevende of de medewerker aanleiding is.
Bij de beoordeling houdt de leidinggevende rekening met de verleende faciliteiten als bedoeld in artikel 3, lid 4, de relevante omstandigheden, gestelde eisen en gegeven richtlijnen die van invloed waren op het functioneren van de medewerker.
De beoordeling gaat over een tijdvak van één kalenderjaar. In bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld bij langdurig verlof) kan de leidinggevende een ander tijdvak vaststellen, maar niet korter dan een half jaar en niet langer dan twee jaar.
Hoofdstuk
Artikel 5
Beoordelingsgesprek
Onderdeel van Regeling personeelsgesprekken en beoordelen gemeente Hoorn 2015