Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 11.

De hoogte en de duur van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Krimpen aan den IJssel 2015

1.. De verlaging bedraagt bij gedragingen als bedoeld in artikel 10: a.. 25 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie; b.. 50 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c.. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 2.. De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie als genoemd in artikel 10. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, derde lid. 3.. Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij toepassing is gegeven aan het tweede lid, wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie als genoemd in artikel 10, wordt een verlaging opgelegd waarbij de hoogte en de duur nader wordt bepaald met inachtneming van artikel 2, tweede lid en artikel 7, vierde lid van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel