Naar hoofdinhoud
1.. In situaties waarin vastgesteld wordt dat een medewerker niet-integer heeft gehandeld, wordt dit beschouwd als strijdig met het bepaalde in artikel 15:1 van de CAR-UWO. In dit artikel wordt beschreven dat een medewerker gehouden is zich te gedragen als een goed ambtenaar. 2.. Niet-integer gedrag wordt beschouwd als plichtsverzuim in de zin van hoofdstuk 16 van de CAR-UWO. Plichtsverzuim kan worden gesanctioneerd met een disciplinaire straf. De verschillende mogelijkheden van disciplinaire straffen worden beschreven in de artikelen 8:13, 8:15:1, 8:15:2 en 16:1:2 van de CAR-UWO. 3.. De zwaarte van de genoemde straffen kan variëren. Dit is afhankelijk van de ernst van de overtreding en de eventuele gevolgen ervan. Daarbij wordt gelet op de functie en de omstandigheden waaronder de overtreding plaatsvindt en of er al eerder sprake is geweest van een overtreding. 4.. Het openbaar maken van een overtreding zonder verdere acties kan in dit verband ook als sanctie worden gezien. 5.. De strafbaarstelling uit artikel 16:1:1 van de CAR-UWO is ruim geformuleerd. Betrokkenen zullen daarom zeer zorgvuldig om moeten gaan met het opleggen van een straf. De overtreding waarvan een medewerker beschuldigd wordt, zal dan ook in die zin bewezen moeten kunnen worden zodat dit ook in rechte kan worden aangetoond. Daarbij moet de overtreding als verwijtbaar kunnen worden aangemerkt. 6.. In afwijking van de vorige leden, worden voor de personen die anderszins in opdracht van de Werkorganisatie Duivenvoorde werkzaamheden verrichten, van wie niet-integer handelen wordt vastgesteld, passende maatregelen getroffen. Hiervoor wordt per individueel geval door de werkgever een beslissing genomen, waarbij tevens wordt besloten of er, al dan niet door middel van een civiele procedure, een schadevergoeding wordt gevorderd. 7.. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 kan de werkgever bij integriteitschending een onderzoek in stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel