1.. Het college benoemt een klachtencommissie als bedoeld in artikel 9:14 van de

Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.2.1 van de Jeugdwet, bestaande uit een

voorzitter, een vice-voorzitter en vier leden. Zij zijn onafhankelijk.

2.. De voorzitter en de vice-voorzitter worden benoemd voor een periode van drie jaar. Zij

kunnen twee maal worden herbenoemd voor een periode van drie jaar. De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van drie jaar. Zij kunnen één maal

worden herbenoemd voor een periode van drie jaar. Het college stelt hiertoe, gehoord

de commissie, een rooster van aftreden op.

3.. De klachtencommissie vergadert in kamers, bestaande uit een voorzitter en twee leden.

4.. De klachtencommissie stelt een reglement op volgens welke zij haar werkzaamheden

verricht.

5.. Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de klachtencommissie.