**1..** In aanvulling op artikel 5 lid 2 ASA 2013 worden bij de aanvraag om subsidie de volgende gegevens en stukken overgelegd:
gegevens en documenten waaruit blijkt dat en binnen welke termijn een of meerdere overtredingen van voorwaarden wettelijke basiskwaliteit kindercentra, geconstateerd door de toezichthouder in het lopende of voorgaande jaar, worden of zijn hersteld en hoe deze overtredingen in het vervolg worden voorkomen. Het gaat daarbij om de volgende voorwaarden:
voldoende gekwalificeerd personeel en stabiliteit van de opvang van kinderen;
goed pedagogisch klimaat;
veilige en gezonde omgeving, goede accommodatie;
overzicht van diploma’s en certificaten waaruit per inval- en vaste beroepskracht blijkt of, dan wel in hoeverre deze beroepskrachten voorschoolse educatie voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;
een plan van aanpak waarin in ieder geval is opgenomen:
de visie van subsidieontvanger op voorschoolse educatie;
de wijze waarop subsidie, in aansluiting op die visie, wordt ingezet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan de aanvullende verplichtingen, als bedoeld in artikel 10, waarbij in ieder geval de Amsterdamse kwaliteitseisen op organisatieniveau aan de orde komen.
**2..** In afwijking van het eerste lid, onder b en c, kan bij een aanvraag om subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 4 lid 1, sub b en artikel 4 lid 2, worden volstaan met het verwijzen naar de meest recente rapportage over de kwaliteit van de voorschoolse educatie, voor zover daaruit blijkt dat wordt voldaan aan de onder het eerste lid, onder b en c genoemde kwaliteitsvoorwaarden.
**3..** In aanvulling op het eerste lid wordt bij de aanvraag om subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie, zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 onder b en artikel 4 lid 2, aangegeven per groep waarin voorschoolse educatie wordt aangeboden:
op grond van een beredeneerde schatting, het gemiddeld aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar dat, onafhankelijk van het aantal openingsweken, per week minimaal 10 uur voorschoolse educatie, verdeeld over minstens twee dagen afneemt in die groep, en
het gemiddeld aantal doelgroepkinderen per jaar in die groep.
**4..** In aanvulling op het eerste lid dient bij de aanvraag voor subsidie voor een ontwikkelaanbod voor peuters die extra zorg nodig hebben, aantoonbaar gemaakt te worden dat de subsidieaanvrager beschikt over de ervaring en expertise om de activiteiten zoals genoemd in artikel 4, lid 3 uit te voeren op een wijze die bijdraagt aan het welzijn van deze peuters en aansluit bij hun ontwikkelmogelijkheden.
Hoofdstuk 3
Artikel 7