Controlefrequentie
Zoals al in de probleemanalyses is opgemerkt, lopen de milieurisico’s van bedrijven sterk uiteen. Om die reden worden niet alle bedrijven met dezelfde frequentie gecontroleerd. Bedrijven met een hoog milieurisico worden vaker gecontroleerd dan bedrijven met een laag milieurisico. De hiervoor aangehaalde risicomodellen worden gebruikt om in de risico’s een rangorde te kunnen aanbrengen. Hoe hoger het milieurisico, des te hoger is de controlefrequentie.
Voor het bepalen van de controlefrequentie van integrale controles wordt gebruik gemaakt van de volgende staffel.
| Milieu- categorie | Controlefrequentie | |
| Bedrijven: 0 tot 50 punten | 1 | Projectmatig |
| Bedrijven: 50 tot 100 punten | 2 | Eenmaal per 5 jaar |
| Bedrijven: 100 tot 250 punten | 3 | Eenmaal per 2 jaar |
| Bedrijven: 250 punten of meer | 4 of 5 | Eenmaal per jaar |
Categorie 5 betreft bedrijven waarop tot 1 januari 2014 de Verklaring van geen bedenkingen milieu van toepassing was. Voor deze bedrijven geldt ook een controlefrequentie van eenmaal per jaar. Categorie 6 betreft bedrijven waarvoor het college van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is. Deze categorie bedrijven valt niet onder deze VTH-nota.
Bepaling van de milieucategorie vindt plaats met behulp van een model waarin de basisrisico’s van een bedrijf worden gewaardeerd.
Gedurende de looptijd van deze nota zal het huidige model worden omgevormd tot een model waaruit de basisrisico’s worden gewaardeerd. Dit kan op basis van de branche of op basis van een sommatie van relevante milieuaspecten. De aspecten/ activiteiten die meer of anders bij een bedrijf aanwezig zijn ten opzichte van de branche, worden apart gewaardeerd. Voor deze aspecten/ activiteiten wordt een aspectcontrole ingepland. Deze controle kan gelijktijdig met het basistoezicht uitgevoerd worden, maar kan ook door een gespecialiseerde toezichthouder in een aparte controle worden behandeld.
